‘Kamp Hendrik’ Brunssum en Paul Meijs

‘Kamp Hendrik’ Brunssum en Paul MeijsFotocollage Kamp Hendrik. Op de linker foto Staatsmijn Hendrik. Foto A. Adriaens

De bevolkingsaantallen van nog in gebruik zijnde kampen voor politieke delinquenten bedroegen – voor zover dit de provincie Limburg betreft – op 1 april j.l.: Nulland (Kerkrade) 167, Lindenheuvel (Geleen) 492, Hendrik (Brunssum) 417, St. Ignatiuscollege (Valkenburg) 959, aldus een bericht in het Limburgsch Dagblad van 11 mei 1948.

Aan de Venweg te Brunssum bevond zich een streng bewaakt interneringskamp voor politieke delinquenten, kortweg ‘Kamp Hendrik’ genaamd. Gedurende de periode 1946 tot en met 1951 waren in dit kamp legio NSB’ers, SS’ers en andere ‘foute Nederlanders’ gedetineerd. Verreweg de meeste gevangenen verrichtten als ondergronds mijnwerker arbeid in de nabijgelegen Staatsmijn Hendrik.

‘Kamp Hendrik’ Brunssum en Paul MeijsLuchtfoto van Staatsmijn Hendrik en midden links -in het vierkant- Kamp Hendrik. Foto: collectie Ruud Scholten
Aan het hoofd van elk interneringskamp stond een commandant die met het beheer van het kamp en de handhaving van orde en tucht was belast. Wanneer de bewaking van het kamp aan militairen was opgedragen, stonden deze onder bevel van de commandant. De gevangenen moesten de hun opgedragen arbeid verrichten, zowel binnen als buiten het kamp. Bij overtredingen of misdragingen kon aan de gevangenen een disciplinaire straf worden opgelegd. Het ontslag uit het kamp werd verleend door de kampcommandant.
‘Kamp Hendrik’ Brunssum en Paul MeijsDe Waarheid, 9 april 1948
Op de website van Heerlen Vertelt treffen wij onder de titel ‘Over strafkampen voor foute Nederlanders’, op 21 januari 2015 volgend verhaal aan, geschreven door een gewezen SS’er J van T:
Ik ben op 31 december 1947 ontslagen in het mijnkamp aan de Venweg. Toen was de kampcommandant (…) P. Meijs. Die heeft de ontslagpapieren getekend welke ik nog in mijn bezit heb. Ik kan mij hem nog goed herinneren, omdat het de eerste commandant was die zonder een drietal zwaar bewapende bewakers in het kamp rondliep en een praatje met ons maakte. Deze persoon was zeer correct en (…) erg gerespecteerd onder de geïnterneerden. Het hele verhaal van J. van T
[image4_medium_center]
De door de schrijver bedoelde kampcommandant was Paul Meijs (1919-1984), geboren en getogen in Kerkrade, rooms-katholiek, zoon van een houwer werkzaam in de Domaniale Mijn, echtgenoot van Enny Kemmerling. ‘Kamp Hendrik’ Brunssum en Paul MeijsPaul Meijs. Foto: Foto: www.fairtradeoriginal.de/unsere-geschichte
Meijs had drie jaar HBS gevolgd op het Bernardinuscollege in Heerlen. De HBS had hij niet afgemaakt omdat zijn ouders geen geld meer hadden om zijn studie te betalen. Zijn droom later priester te worden viel min of meer in duigen. Nadat hij de middelbare school verlaten had vond hij een baan bij dekenfabriek J. Buck in Bleijerheide-Kerkrade, een fabriek opgericht in 1933. Later begon Meijs een eigen bedrijfje. Op een zolderkamertje maakt hij spreien.
Tijdens de WO II was Meijs verzetsman.
Na afloop van WO II was hij enkele jaren beroepsmilitair. Op betrekkelijk jonge leeftijd werd hij kampcommandant van Bewarings- en Verblijfskamp ‘Hendrik’ te Brunssum, een grote verantwoordelijkheid.
Pater Haazevoet, Lazarist te Rumpen, was rooms-katholiek geestelijk verzorger in het kamp, (hulp)prediker B. Dijkstra, wonende aan de Karel Doormanstraat in Brunssum, was protestants-christelijk geestelijk verzorger. Enkele Karmelieten uit Merkelbeek waren eveneens zielzorgelijk actief in Kamp Hendrik. Bisschop Lemmens van Roermond eiste van elke NSB’er dat hij het nationaalsocialisme afzwoer alvorens ter biecht te gaan bij een van de aalmoezeniers.
Een groep bewapende mannen bewaakte het kamp, dag en nacht.        
Een commissie bestaande uit Fr. J. Eurlings (hoofdopzichter van Staatsmijn Hendrik), ir. H.C. von Hoegen (bedrijfsingenieur van de Domaniale Mijn) en M.J.L. Sluijsmans (hoofd der school te Rumpen) hield toezicht op het reilen en zeilen van het kamp.
Zoals in elk ander kamp werden er in Kamp Hendrik wel eens goederen gestolen en vonden er soms ontsnappingen plaats. Zo wisten de heren V. uit Groningen en D. uit Friesland in november 1947 het kamp te ontsnappen. Men vermoedde dat zij met de trein vanuit Heerlen naar het hoge noorden waren afgereisd.
Voor zover mij bekend hebben zich in Kamp Hendrik nooit mishandelingen of andere ernstige misstanden voorgedaan. Dit in tegenstelling tot praktijken in Kamp Hoensbroek, een interneringskamp gevestigd in Kasteel Hoensbroek. In Hoensbroek botvierden sommige kampcommdanten en bewakers hun sadisme op weerloze gevangenen. Geregeld vonden strafexercities plaats. Soms moesten geïnterneerden urenlang in de houding staan, ook wanneer het slecht weer was.
Toen het Kamp Hendrik in 1951 gesloten werd, werd Meijs vertegenwoordiger bij een Eindhovense firma in tabakswaren. Toentertijd was roken nog heel gebruikelijk, vooral onder mannen.  
Van jongs af aan was Meijs politiek geïnteresseerd en actief, eerst voor de KVP, later voor de PPR. Gedurende twintig jaren was hij raadslid in Kerkrade. Van 1963 tot 1970 was hij Statenlid. Meijs was overtuigd christen, sociaal bewogen en maatschappelijk geëngageerd. Hij was altijd bereid mensen te helpen.
Bekendheid verwierf hij als oprichter en directeur van SOS-Wereldhandel te Kerkrade, respectievelijk als pionier van Fair Trade Original (1959). Fair Trade Original is grondlegger van ontwikkelingshandel, een initiatief dat wereldwijd navolging vond en vindt. ‘Kamp Hendrik’ Brunssum en Paul MeijsPaul Meijs helemaal rechts in 1959 bij de oprichting van SOS. Foto: Foto: www.fairtradeoriginal.de/unsere-geschichte
Op 5 mei1984 stierf Meijs op 64-jarige leeftijd in Heerlen. Hij liet vrouw en (klein)kinderen achter. Enkele dagen later vond de plechtige uitvaartdienst in de Lambertuskerk te Kerkrade-Centrum plaats. Begraafplaats Schifferheide werd zijn laatste rustplek.
 

Geraadpleegde bronnen
De Waarheid, 25 maart 1947, 9 april 1948, 18 september 1948.
Limburgsch Dagblad, 24 oktober 1947, 11 mei 1948, 5 maart 1949.
Het Parool, 8 april 1948.
http://www.ww2insouthlimburg.nl/gemeente/brunssum [geraadpleegd 19 juli 2018]
Antoine Jacobs, Kroniek van de Karmel in Nederland 1840-1970. Hilversum 2017, p. 443.
Paul Arnold, 'Went v'r jet dunt dan dunt v'r 't jot!' De geschiedenis van de Kerkraadse Stichting Steun Onderontwikkelde Streken, later S.O.S. Wereldhandel, 1959-1986. Studies over de sociaal-economische geschiedenis van Limburg XLVI. Sociaal Historisch Centrum voor Limburg, Maastricht 2001.
Judith van der Stelt, Ik ging er in inkomen fors op achteruit, maar ik had een doel voor ogen: eerlijke handel. Een portret van Paul Meijs in: Since 1959,  jubileumuitgave van Fair Trade Original (2009). Voor digitale versie zie: http://www.judithvanderstelt.nl/pdf/Ik-ging-er-in-inkomen-fors-op-achteruit.pdf 

Over de auteur
Marcel Krutzen (Heerlen, 1959) is afgestudeerd pastoraal werker, leraar VO godsdienst en levensbeschouwing, en maatschappelijk werker. Sinds 1986 is hij als reclasseringswerker werkzaam in het arrondissement Maastricht. Marcel heeft grote belangstelling voor de geschiedenis van het reclasseringswezen in Nederland, Heerlen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en de historie van de Zuid-Limburgse mijnbouw. Hij is lid van Heemkundevereniging Welten-Benzenrade en publiceert onder meer in MijnStreek en op DeMijnen.nl.

  • Artikel
  • 19 juli 2018
  • door Marcel Krutzen

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

Kleine update over A.K. Gemmeker

Kleine update over A.K. Gemmeker

  • artikel
  • 29 maart 2018