Afscheidsgeschenk voor een mijndirecteur

Afscheidsgeschenk voor een mijndirecteurLeo Franssen, De Domaniale Mijn in Kerkrade, 1955. Collectie Continium Kerkrade.

Na een dienstverband van meer dan twintig jaar nam commercieel directeur Jacobus van Essen op 1 september 1955 afscheid van de Domaniale Mijn in Kerkrade. In zijn laatste  vergadering met de directeuren van de Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg (GSL) kreeg Van Essen veel lof toegezwaaid. Met zijn 72 jaar was hij de nestor onder de mijndirecteuren en kon hij bogen op een grote ervaring. Vooral werd Van Essen geprezen om zijn inzet voor gemeenschappelijk overleg en samenwerking tussen de mijnondernemingen. Als dank voor zijn verdiensten bood de GSL de scheidende directeur een schilderij aan van het bovengrondse bedrijf van de Domaniale, de ‘Hollendsje Koel’ waar Van Essen in 1933 in dienst was getreden. Dit olieverfdoek, geschilderd door de Roermondse kunstenaar Leo Franssen, is het object van de maand november 2013.

Jacobus van Essen
De hoofdpersoon in dit verhaal, Jacobus van Essen, was eigenlijk meer een technicus dan een koopman. Geboren in Delft in 1883, had hij zich opgewerkt van leerling-draaier en bankwerker tot technisch adviseur van de Scheepvaart- en Steenkolenmaatschappij (SSM) in Rotterdam. Ook was hij een tijdlang verbonden aan een Rotterdamse groothandel in kolen uit Engeland en het Ruhrgebied. Maar hij ontwikkelde zich vooral tot expert op het gebied van stooktechniek in centrales. Via de directeur van de SSM, Willem van der Vorm, die tevens grootaandeelhouder van de Domaniale was, kwam Van Essen omstreeks 1930 in contact met de Kerkraadse mijn. Daar werd hij als extern technisch adviseur betrokken bij de modernisering van het ketelhuis en de bouw van een elektrische centrale. Die werkzaamheden waren nog in volle gang, toen in oktober 1933 commercieel directeur A.J.M. Hulsman van de Domaniale overleed. Van Essen werd gevraagd hem op te volgen. Enige bedenktijd had hij daarvoor wel nodig. Van Essen had meer affiniteit met technisch werk dan met commerciële aangelegenheden. Maar van de andere kant: hij had ooit voor een kolengroothandel gewerkt en een directeursfunctie bood natuurlijk meer zekerheid op langere termijn dan een tijdelijk adviseurschap. Die grotere zekerheid gaf de doorslag. Eind 1933 werd Van Essen belast met de waarneming van de functie van Hulsman; in maart 1934 volgde zijn definitieve benoeming als commercieel directeur. In die functie loodste hij de Domaniale door de jaren van economische crisis en oorlog.Afscheidsgeschenk voor een mijndirecteurJacobus van Essen in zijn werkkamer, 1955. Foto Continium Kerkrade.
In 1948 bereikte Van Essen de pensioengerechtigde leeftijd. Op verzoek van de Raad van Commissarissen van de Domaniale bleef hij echter nog een aantal jaren in functie. Zijn ervaring werd onmisbaar geacht in die moeilijke periode onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog. De verlenging van zijn dienstverband bood Van Essen ook de mogelijkheid de afronding van de modernisering van de elektrische centrale van de mijn van dichtbij mee te maken. Door de oorlog hadden de werkzaamheden daaraan grote vertraging opgelopen. Pas in april 1953 was de elektrische centrale klaar.
Na zijn vertrek in september 1955 werd Van Essen benoemd tot Commissaris van de Domaniale Mijn. Die functie legde hij in 1965 neer. Drie jaar later, op 28 augustus 1968, overleed Jacobus van Essen op 85-jarige leeftijd in Delft.

Leo Franssen
Voor Van Essens afscheidsgeschenk had de GSL niet de eerste de beste schilder uitgekozen. Leo Franssen (1905-1990) was in 1955 een gevestigd kunstenaar, die landelijke bekendheid en waardering genoot. Na zijn gymnasiumopleiding aan het Bisschoppelijk College in zijn geboortestad Roermond en tekenlessen aan de plaatselijke tekenschool was Franssen in 1924 naar Brussel vertrokken. Daar studeerde hij aan de Académie Royale des Beaux Arts. Drie jaar later werd hij assistent aan de Kölner Werkschule. In die functie ontwierp hij een muurschildering en glas-in-loodramen voor het stadhuis van Rotterdam. In 1929 keerde Franssen terug naar zijn geboortestreek, waar hij zich in Maasniel en later in Roermond vestigde als vrij kunstenaar. In 1935 brak hij landelijk door met een veelgeprezen tentoonstelling in Den Haag. Franssen schilderde naakten, stillevens, landschappen en stadgezichten in een impressionistische stijl, met krachtige penseelstreken. Die stijl is goed herkenbaar in het olieverfdoek van het bovengrondse bedrijf van de Domaniale. Afscheidsgeschenk voor een mijndirecteurLeo Franssen, De Domaniale Mijn in Kerkrade, 1955. Collectie Continium Kerkrade.Centraal op het schilderij plaatste Franssen de stalen bok van de Schacht Willem II. Rondom de schachtbok liggen de kolenwasserij, de werkplaatsen en administratieve gebouwen. Rechts op de voorgrond beeldde de kunstenaar het ketelhuis en de elektrische centrale van de mijn af, met dampende koeltorens en rokende schoorstenen. Dit gedeelte van de mijn mocht prominent worden getoond. Het doek was immers het afscheidsgeschenk voor de man, die aan de wieg had gestaan van het elektrificatieprogramma van de Domaniale.
Behalve het schilderij van de Domaniale zijn van Franssen andere mijnlandschappen bekend. Zo schilderde hij onder meer de kolenhaven in Genk en, in opdracht van Staatsmijnen, cokesfabrieken en mijnspooremplacementen in Nederlands-Limburg.Afscheidsgeschenk voor een mijndirecteurSchacht Willem II van de Domaniale Mijn, omstreeks 1955. Foto Continium Kerkrade.

Een vergroting van het schilderij van Leo Franssen, De Domaniale Mijn in Kerkrade

De Domaniale Mijn in Kerkrade
Leo Franssen, olieverf op doek, 1955
(afmetingen 157x105 cm)
Collectie Discovery Center Continium Kerkrade 052328
Object van de maand november 2013


Serge Langeweg
Discovery Center Continium Kerkrade
oktober 2013

Bronnen:
‘Directeurswisseling Domaniale Mijn’ Steenkool, oktober 1955, 163.
Monique Dickhaut en Marjet Beks, Hedendaagsche Limburgse Kunst 1937. Restrospectie, reconstructie (Maastricht 1999), 114-117.
Paul Geilenkirchen, ‘Biografie van directeur Jacobus van Essen’, www.domanialemijn.nl. (geraadpleegd: 11-10-2013).
Sef Derkx, ‘Een ontdekking op de kermis’ Dagblad De Limburger, 6 april 2013.
Sociaal Historisch Centrum voor Limburg, Archief GSL: Verslag van de ledenvergadering van de Vereniging ‘De Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg’ gehouden op 25 augustus 1955.

  • Artikel
  • 1 november 2013
  • door Serge Langeweg

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

‘Batik-werk in 7 kleuren’

‘Batik-werk in 7 kleuren’

  • artikel
  • 11 april 2017