Cokesfabriek Maurits bij nacht

Cokesfabriek Maurits bij nachtCokesfabriek Maurits, Aart de Neeff, 1954 (detail). Collectie Continium discovery center(064402)

Onder de mijnwerkers bevond zich het nodige artistieke talent. Regelmatig wijdden bedrijfsbladen van de mijnen reportages aan mijnwerkers die zich hadden ontwikkeld tot verdienstelijke amateurkunstenaars. Met name Staatsmijnen organiseerde met enige regelmaat exposities van hun werk. De collectie van Continium discovery center bevat werk van enkele van deze mijnwerkers-kunstenaars. Een van hen is Aart de Neeff, in de jaren 1950 houwer op Staatsmijn Maurits. Hij schilderde in 1954 de Cokesfabriek Maurits, in de onmiddellijke nabijheid van de staatsmijnzetel met dezelfde naam. Zijn schilderij is het object van de maand juli 2016.

Houwer en kunstschilder

Het bedrijfsblad Nieuws van de Staatsmijnen maakte in 1956 zijn lezers attent op het artistieke werk van houwer Aart de Neeff.
Cokesfabriek Maurits bij nachtNieuws van de Staatsmijnen publiceerde op 20 april 1956 een portret van Aart de Neeff. Collectie deMijnen.nlDe Neeff, in 1919 geboren in Vlaardingen, werkte sinds 1946 bij Staatsmijn Maurits in Geleen. Omstreeks die tijd was hij ook begonnen met schilderen. Eerst als kopiïst, maar na 1949 ging hij zich meer en meer toeleggen op origineel werk. Het mijnbedrijf werd zijn thema. Vooral ’s nachts trok De Neeff er graag op uit, gewapend met tekenstift en schetsblok, om de imposante bedrijfscomplexen vast te leggen. Thuis werkte hij zijn schetsen uit in olieverf. Ook zijn schilderij van de Cokesfabriek Maurits kwam waarschijnlijk op deze wijze tot stand. Het werk is gesigneerd en gedateerd: A. de Neeff ’54.
Cokesfabriek Maurits bij nachtCokesfabriek Maurits, Aart de Neeff, 1954. Collectie Continium discovery center(064402)
De Neeff werd lid van de in 1955 opgerichte kunstkring ‘Licht en Kleur’ in Geleen, waarin 28 kunstschilders zich hadden verenigd. Onder hen waren enkele leden die op de mijn werkten. De leden van de kring kwamen twee maal per week samen op een zolder van het Graalgebouw aan de Groenstraat. Later kreeg men het ‘practijklokaal’ van het voormalige gebouw van de Technische School voor de Chemische Industrie aan de Herenstraat in Geleen ter beschikking. Daar werd met Pasen 1957 de eerste expositie geopend. De Neeff was een van de exposanten.
Aart de Neeff kreeg ook les, van onder meer de Limburgse schilder Pie Schmitz (1904-1972) en de Rotterdamse kunstenaar Theodorus (Dook) Everse (1910-2005).
Omstreeks 1960 vertrok De Neeff naar Rotterdam, waar hij in 1969 lid werd van de Amateur Schilder- en Tekenclub Rotterdam.

Cokesbatterijen

De Cokesfabriek Maurits, het bedrijf dat Aart de Neeff in 1954 in olieverf vastlegde, werd in 1929 gebouwd. De fabriek verrees nabij Staatsmijn Maurits in Geleen. Het was, na Cokesfabriek Emma in Treebeek (1919), de tweede cokesfabriek van Staatsmijnen. Deze fabrieken verwerkten vetkolen van de Staatsmijnen Maurits, Emma en Hendrik tot cokes. De fabricage van cokes gebeurde in ovens, die samen een batterij vormden. In 1938 had de Cokesfabriek Maurits zeven batterijen met in totaal 489 ovens. Die verwerkten dagelijks ruim 6.000 ton vetkolen. De Cokesfabriek Maurits was op dat moment het grootste cokesproducerende bedrijf van Europa. Cokesfabriek Maurits bij nachtOverzicht van de Staatsmijn Maurits (links) en de Cokesfabriek Maurits (rechts), 1961 (Fotocollectie DSM/de mijnen.nl)
In de ovens werden fijngemalen vetkolen, onder afsluiting van lucht, gedurende gemiddeld een etmaal verhit tot ongeveer 1300 graden Celsius. Tijdens dat proces kwam het gas vrij dat in de vetkolen zat. Via een stelsel van leidingen werd het gas uit de ovens gevoerd en verzameld. De roodgloeiende massa die in de oven achterbleef, werd cokes genoemd. Speciale machines duwden de gloeiend hete massa uit de ovens in wagens. Die werden onder een blustoren gereden, waar de cokes met veel water werden gekoeld. Na het breken en zeven van de samengeklonterde cokes, was het product gereed om te worden getransporteerd naar de afnemers: hoogovens en andere industriële gebruikers. Cokesfabriek Maurits bij nachtHet leegdrukken van een oven op de Cokesfabriek. De gloeiende cokes vallen in de bluswagen, 1952 (Fotocollectie DSM/deMijnen.nl)Cokesfabriek Maurits bij nachtDe Cokesfabriek Maurits met op de voorgrond een blustoren, 1949. (Fotocollectie DSM/deMijnen.nl)

Gas en chemie

Voor de grote hoeveelheden gas die bij de cokesbereiding vrijkwamen, realiseerde Staatsmijnen verschillende aanwendingsmogelijkheden. Het gas werd gebruikt als energiebron in de eigen bedrijven en verkocht aan derden voor huishoudelijk en industrieel gebruik. Van groot belang werd de toepassing van het cokesovengas als grondstof voor de bereiding van stikstofmeststoffen en andere chemische producten. De chemische tak van Staatsmijnen ging in 1930 van start met de opening van het Stikstofbindingsbedrijf (SBB) in Geleen. De stichting van het SBB was een logisch vervolg op de start van Staatsmijn Maurits in 1926, een mijn die vrijwel uitsluitend vetkolen produceerde, en de opening van de Cokesfabriek Maurits die de vetkolen verwerkte met gas als bijproduct.
Vooral na de Tweede Wereldoorlog kenden de chemische activiteiten van Staatsmijnen een snelle ontwikkeling. Naarmate de steenkolenwinning in de jaren 1960 minder rendabel werd, transformeerde Staatsmijnen (later onder de naam DSM) in een chemische multinational.
De Cokesfabriek Maurits sloot in 1967, hetzelfde jaar dat ook Staatsmijn Maurits de kolenproductie beëindigde. Als grondstof voor de chemische bedrijvigheid werd het gas uit de cokesovens vervangen door aardolie en aardgas.

Cokesfabriek Maurits
Aart de Neeff, olieverf op board (1954)
Collectie Continium discovery center Kerkrade (064402)
(afmetingen: 77 x 97 cm)
Object van de maand juli 2016

Serge Langeweg
Museumplein Limburg, Kerkrade
juni 2016

Bronnen:
Staatsmijnen in Limburg. Gedenkboek bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan (Heerlen 1952)
F.A.M. Messing, Geschiedenis van de mijnsluiting in Limburg. Noodzaak en lotgevallen van een regionale herstructurering 1955-1975 (Leiden 1988)
Ernst Homburg, Groeien door kunstmest. DSM Agro 1929-2004 (Hilversum 2004)
Nieuws van de Staatsmijnen, 20 april 1956 en 15 februari 1957
https://rkd.nl/nl/explore/artists/93229

http://www.artindex.nl/zuidholland/default.asp?id=6&num=0079900359003090093250037003860920501351
Zuid-Limburg door de ogen van anderen 1830-1960. Schilderijen uit de Kunstcollectie ’t Eykergood (Margraten z.j.)
Karin Daamen-Heeskens, Limburgia Exotica. Kunstenaars komen naar Limburg 1850-1950 (Venlo 2007)
10 Jaar ‘Licht en Kleur’ Geleen 1955-1965 (z.p. z.j.)

  • Artikel
  • 2 juli 2016
  • door Serge Langeweg

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

Vaandelwijding in Schinnen

Vaandelwijding in Schinnen

  • artikel
  • 1 maart 2017