De mijnwerker van Jan Toorop

De mijnwerker van Jan TooropDe mijnwerker, Jan Toorop, lithografie (1915). Collectie Continium discovery center Kerkrade (052330)

‘De bekende teekenaar Toorop heeft de goedheid gehad ten bate van onze kerk een crayon teekening te vervaardigen van een mijnwerker in functie’, noteerde de secretaris van het kerkbestuur van de Sint Jozefparochie in Heerlerbaan op 3 december 1915 in de notulen. De tekening van Jan Toorop die als kleurenlithografie op de markt werd gebracht, zou grote populariteit verwerven als iconisch portret van een arbeider aan het kolenfront. De lithografie uit de collectie van Continium discovery center in Kerkrade is het object van de maand april 2016.

Jan Toorop  

Jan Toorop werd op 20 december 1858 geboren in Poerworedjo op Midden-Java, waar zijn vader een overheidsfunctie bekleedde. Op elfjarige leeftijd vertrok Jan naar Nederland, waar hij in Leiden, Winterswijk en Den Haag middelbaar onderwijs genoot. In die tijd bleek zijn artistieke talent. Zijn artistieke opleiding kreeg Toorop vervolgens aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam en aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel. Vooral zijn verblijf in Brussel werd bepalend voor zijn vorming als kunstenaar. Hij maakte er kennis met de avant-gardistische kunstenaars van die tijd. In 1885 werd Toorop opgenomen in de groep Les XX, een internationale kunstenaarsgroep van vernieuwende schilders en beeldhouwers, zoals James Ensor, Paul Signac en Auguste Rodin.
Jan Toorop was een van de meest invloedrijke Nederlandse kunstenaars uit de periode rond 1900. Hij toonde zich niet alleen ontvankelijk voor nieuwe stromingen in de kunst die zich in het buitenland ontwikkelden, maar beïnvloedde op zijn beurt die internationale ontwikkelingen met zijn eigen persoonlijke stijl. Toorop werkte in de stijl van het realisme, het impressionisme, het pointillisme en het symbolisme. In de jaren 1890 begon Toorop ook naam te maken met zijn grafische werk, zoals houtsnedes en lithografieën. Dat grafische werk omvatte boekillustraties en affiches, vaak in een stijl die als art nouveau of Jugendstil bekend staat. Een van zijn bekendste werken in die stijl werd het affiche voor de promotie van ‘Delftsche slaolie’ (1894). De Nederlandse Jugendstil wordt daarom ook wel de slaoliestijl genoemd. Het (grafische) werk van Toorop kent daarnaast veel portretten, soms van bekende tijdgenoten. Vooral het profielportret, zoals bij De Mijnwerker, had Toorops voorkeur.
Na zijn bekering tot het katholicisme in 1905 ging Toorop in Nijmegen wonen en legde hij zich meer en meer toe op kerkelijke kunst en het portretteren van geestelijken. De laatste jaren van zijn leven bracht Toorop door in Den Haag. In die periode stond in zijn werk de portretkunst centraal.
Jan Toorop overleed in Den Haag op 2 maart 1928.

Op bezoek in de mijnstreek 

Jan Toorop maakte de tekening van de mijnwerker tijdens een bezoek aan Zuid-Limburg in de eerste week van juni 1915. Samen met de aalmoezenier van sociale werken in de mijnstreek, H.A. Poels, pastoor Jan Röselaers van Hoensbroek en staatsmijndirecteur J.C.F. Bunge bezocht hij het ondergrondse bedrijf van Staatsmijn Wilhelmina.
De mijnwerker van Jan TooropDe laadvloer bij Staatsmijn Wilhelmina, 1909 (Fotocollectie Continium Kerkrade F5678)De mijnwerker van Jan TooropModern ondergronds kolenvervoer bij Staatsmijn Wilhelmina, 1909 (Fotocollectie Continium Kerkrade F5681)
Toorop werd naar eigen zeggen getroffen door de moderne en veilige werkomstandigheden, vergeleken met de toestand in de Waalse mijnen, die hij jaren eerder had bezocht. Bovengronds leidden zijn gastheren Toorop rond langs allerlei voorzieningen op sociaal gebied, die inmiddels voor de snelgroeiende mijnwerkersbevolking tot stand waren gebracht. Ze maakten een rondwandeling langs de koloniewoningen met hun tuintjes en gebruikten de maaltijd in het gloednieuwe gezellenhuis Ons Thuis in Heerlen, een initiatief van Poels.
De mijnwerker van Jan TooropLeo Rulkens, Portret van mgr. Dr. H.A. Poels. Olieverf op doek, 1930. (Collectie Continium Kerkrade 061889)
Toorop toonde zich zeer onder de indruk van het werk dat Poels voor de mijnwerkers verrichtte. Wellicht dat Poels van de gelegenheid gebruik maakte om Toorop te verzoeken een tekening van een mijnwerker te maken. Reproducties daarvan zouden dan op de markt worden gebracht. De opbrengst was bestemd voor de bouw van een kerk in Heerlerbaan, een mijnwerkersparochie. Daar was H.A.J.M. (Hein) Erens (1872-1936) kort tevoren benoemd tot bouwpastoor. Midden in de Eerste Wereldoorlog, terwijl de prijzen van bouwmaterialen snel stegen, stond de geestelijke voor de moeilijke opgaaf de financiering van de nieuwe kerk rond te krijgen, dus de bijdrage uit de opbrengst van de verkoop van de reproducties was meer dan welkom.
De mijnwerker van Jan TooropBouwpastoor Hein Erens van de Sint Jozefparochie in Heerlerbaan, omstreeks 1930 (www.rijckheyt.nl: collectie bidprentjes)
Een zekere Jan Quadackers, een 42-jarige mijnwerker uit Hoensbroek, stond model voor Toorops crayon- of krijttekening. Naar verluidt poseerde Quadackers overigens niet in het ondergrondse bedrijf van een mijn, maar in de kelder van de pastorie in Hoensbroek! 
De mijnwerker van Jan TooropDe mijnwerker, Jan Toorop, lithografie (1915). Collectie Continium discovery center Kerkrade (052330)

Lithografie voor een goed doel 

In juni 1915 opende bij de kunsthandel van Theo Neuhuys in Den Haag een expositie van werk van Jan Toorop. De Mijnwerker werd daar voor het eerst aan het publiek getoond. ‘Een reusachtige crayonteekening van een steenkoolhakkenden mijnwerker in flauw verlichte mijnschacht’, schreef de Haagse redacteur van het dagblad De Tijd. Op 30 juni was Toorop te gast bij de kunsthandel om er onder de titel ‘Lijnen van meedogendheid in de kolenmijnen’ een lezing te verzorgen over het mijnwerkersleven in Heerlen en omstreken in het algemeen en zijn tekening van de mijnwerker in het bijzonder. De voordracht was bedoeld om de aandacht van het publiek te vestigen op de reproducties van de tekening die in de maak waren en het goede doel waarvoor ze verkocht zouden worden.
Na de expositie in Den Haag schonk Toorop de tekening aan Poels. Naar alle waarschijnlijkheid is dat origineel tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan.
De kleurenlitho van De Mijnwerker werd begin december 1915 in de handel gebracht door de lithografische inrichting van S. Lankhout en Co in Den Haag, een bedrijf dat al eerder andere affiches van Toorop had gedrukt. Het is niet vast te stellen of Toorop ook zelf heeft getekend op de lithografische steen, waarmee de reproducties op mechanische wijze werden vervaardigd. Wel is zijn enthousiaste reactie op de reproducties bekend: ‘Ik heb zoo juist de reproductie op ware grootte van Lankhout ontvangen (proef) en die [is] buitengewoon mooi uitgevallen, ’t is wonderlijk de teekening gelijk’, schreef Toorop aan een vriend, de Nijmeegse wijnhandelaar Anthonij Nolet, die de reis naar Zuid-Limburg had mee gemaakt.
Maar liefst 6000 exemplaren van de litho werden er uiteindelijk gedrukt, in twee of drie verschillende formaten en in twee versies. Op één versie is de opdracht toegevoegd die Toorop op de originele tekening schreef: ‘Aan dr. Poels, van J. Toorop’. Die opdracht ontbreekt op de andere versie van de reproductie. De mijnwerker van Jan TooropDe opdracht aan dr. Poels van Toorop op De Mijnwerker (detail)

Offerwillige en energieke dames 

De litho’s gingen van de hand voor vijf gulden per stuk, in die tijd ongeveer het dagloon van een houwer bij Staatsmijnen. Maar dan had je wel een Toorop aan de muur, en de opbrengst ging naar een goed doel. ‘Een koopje’, oordeelde Toorop zelf in een brief aan de Maastrichtse jezuïet Oscar Huf. Inderdaad was die prijs een fractie van de bedragen die andere litho’s van Toorop doorgaans in de kunsthandel deden. ‘Onder normale omstandigheden’, schreef de Nieuwe Tilburgsche Courant op 18 december 1915, ‘[zou de prent] wellicht vijftig gulden moeten kosten’.
Toorop zelf was nauw betrokken bij het organiseren van verkoopacties om de lithografie aan de man te brengen. Zijn grote reputatie als kunstenaar maakte het mogelijk de actie landelijk aan te pakken. In steden als Amsterdam, Nijmegen en wellicht Maastricht werden comités van ‘offerwillige en energieke dames’ opgericht die de verkoop van De Mijnwerker tot doel hadden. In Heerlen was het bouwpastoor Erens zelf die de verkoop coördineerde, met de hulp van vrijwilligers: ‘Enkele jonge dames van Heerlen zullen zich belasten met den verkoop [der] reproducties’, lezen we in de notulen van het kerkbestuur van de Sint Jozefparochie. Ook boekverkopers en kunsthandelaars verkochten de lithografie. In Amsterdam bijvoorbeeld werd een exemplaar van de lithografie geëtaleerd bij Boek- en Kunsthandel C.L. van Langenhuysen aan het Spui. Hoogstwaarschijnlijk hebben ook de Haagse kunsthandels Neuhuys en Kleykamp de prent verkocht.
De verkoopcampagne werd krachtig ondersteund door enthousiaste artikelen over de lithografie en de bestemming van de opbrengst, die in de katholieke pers verschenen.
De 6000 exemplaren werden verkocht, zodat mag worden aangenomen dat er 30.000 gulden binnenkwam. Daar gingen de kosten nog vanaf. De kunsthandels die de prenten verkochten, kregen 20 procent provisie. Bovendien moest bouwpastoor Erens 1560 gulden aan drukkosten betalen aan Lankhout. Dat deed hij in drie termijnen van 520 gulden. Hoeveel er precies voor het goede doel overbleef, is niet bekend, maar het zal waarschijnlijk een substantiële bijdrage zijn geweest.
De eerstesteenlegging van de kerk vond plaats op 6 augustus 1916. Jan Toorop was voor die plechtigheid uitgenodigd. Of hij ook daadwerkelijk aanwezig was, is niet duidelijk. De kerk werd ingezegend op 28 oktober 1917.

Populariteit 

Toorops mijnwerker werd enorm populair, en niet alleen onder de mijnwerkers zelf. In alle lagen van de bevolking kon men de litho in huis aantreffen. Dat kwam omdat de mijnwerker zoals Toorop hem afbeeldde een aantal aspecten van menselijke arbeid in zich verenigde. Enerzijds het zware, fysieke geploeter, maar anderzijds ook de zelfbewustheid, ernst, trots en kracht van de arbeider. Die combinatie maakte dat elke beschouwer van Toorops mijnwerker er wel iets in kon vinden dat hem aansprak, dat appelleerde aan zijn eigen kijk op de aard van de arbeid. Het ging Toorop niet primair om een realistische weergave van een houwer aan het werk aan het kolenfront. Het was hem meer te doen om het oproepen van ‘geheven gevoelens’ bij de beschouwer, zoals de historicus Jos Perry opmerkte. De Mijnwerker van Toorop was dus eigenlijk niets minder dan ‘een moderne icoon’.

De Mijnwerker
Jan Toorop, lithografie (1915)
Collectie Continium discovery center Kerkrade (052330)
(afmetingen: 104 x 95 cm)
Object van de maand april 2016


Serge Langeweg
Museumplein Limburg, Kerkrade
maart 2016

Bronnen:
Rijckheyt Heerlen, 289: Archief RK parochie H. Jozef te Heerlerbaan, inv. nrs 1 (notulen van het kerkbestuur 1915-1965) en 4 (geschiedkundige aantekeningen)
Jos Perry, ‘De mijnwerker als icoon’ In: Wiel Kusters & Jos Perry, Versteende wouden. Mijnen en mijnwerkers in woord en beeld (Amsterdam 1999) 161-190
Gerdien Wuestman, ‘”Zoo moet het onder de menschen komen” Jan Toorop en de reproductie’ In: Paul Begheyn en Ruud Priem (red), Jan Toorop studies. Essays over zijn werk en correspondentie in de collectie van Museum Het Valkhof (Zwolle/Nijmegen 2009) 17-53
Anna Kielstra, ‘”Wat eene Toorop-kunst verzamelaarster” De vriendschap van Jan Toorop met Agatha en Henk Donkers – de Vries’ In: Paul Begheyn en Ruud Priem (red), Jan Toorop studies. Essays over zijn werk en correspondentie in de collectie van Museum Het Valkhof (Zwolle/Nijmegen 2009) 55-81
Peter van der Coelen en Karin van Lieverloo, Jan Toorop. Portrettist (Zwolle/Nijmegen 2003)
Gerard van Wezel, Jan Toorop. Zang der tijden (Den Haag/Zwolle 2016)
J.F. Heijbroek, ‘Theo Neuhuys en de eigentijdse kunst bij Kleykamp’ In: J.F. Heijbroek e.a., Kleykamp. De geschiedenis van een kunsthandel ca 1900-1968 (Zwolle/Den Haag 2008) 61-97
Serge Langeweg, Noëlle Kemmerling en Mijke Harst – Van den Berg, Out of the dark – mijnarbeid verbeeld (Kerkrade 2016)
De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad, 5-6-1915; 1-7-1915; 9-12-1915; 16-12-1915
Nieuwe Rotterdamsche Courant, 1-7-1915
Nieuwe Tilburgsche Courant, 18-12-1915
http://jantoorop.com/

  • Artikel
  • 1 april 2016
  • door Serge Langeweg

1 reactie(s)


Reacties

Van het bezoek van Jan Toorop

Van het bezoek van Jan Toorop aan de Staatsmijn Wilhelmina bevindt zich een foto in het archief van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg. Jan Toorop in gezelschap van directeur Bunge, ingenieur Wintgens en hoofdaalmoezenier mgr. Poels, Verder op de foto de Nijmeegse wijnhandelaar Anthonij Nolet en de dichteres Miek Janssen, intimi van Toorop. Allen gaan gekleed in mijnwerkerstenue.

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

Weltense mijnsporen

Weltense mijnsporen

  • artikel
  • 11 augustus 2017
‘Batik-werk in 7 kleuren’

‘Batik-werk in 7 kleuren’

  • artikel
  • 11 april 2017
Vaandelwijding in Schinnen

Vaandelwijding in Schinnen

  • artikel
  • 1 maart 2017