De Oranje-Nassau Mijnen in inkt en aquarel

De Oranje-Nassau Mijnen in inkt en aquarelJos. Postmes, Ondergrondse laadplaats Oranje-Nassau mijnen (1933) Collectie Continium

In de zomer van 1933, midden in de economische crisis, verscheen een ‘propaganda-uitgave’ van de Oranje-Nassau Mijnen in Heerlen. Het boek was rijk geïllustreerd met tekeningen van de Maastrichtse kunstenaar Jos. Postmes. In de collectie van het Continium in Kerkrade bevindt zich een aantal van de originele tekeningen die Postmes in opdracht van de Oranje-Nassau Mijnen voor dat boek maakte. De tekening van een ondergrondse laadplaats in een van de ON-mijnen is het object van de maand september 2014.

Modernisering

Postmes beeldde in inkt en aquarel een voor die tijd moderne laadplaats met automatische bediening af. De seingever staat achter de knoppen van een installatie die de mijnwagens in en uit de liftkooi duwt. Mechanisering verving de spierkracht van mijnwerkers. Minstens drie versies van dit tafereel legde Postmes vast. De meest illustratieve kwam in het boek terecht. De tekening staat model voor een proces van mechanisatie, rationalisatie en modernisering dat de bedrijfsleiding van de Oranje-Nassau Mijnen in de tweede helft van de jaren twintig had ingezet. Het doel van het project was het bedrijf rendabel te houden in de felle internationale concurrentiestrijd op de kolenmarkt. Dat wilde men vooral bereiken door de arbeidsproductiviteit te verhogen. Meer kolenproductie per mijnwerker dus. Daartoe werden bij de mijnzetels installaties vernieuwd en gemoderniseerd. Daarnaast huurde de bedrijfsleiding een speciaal bureau in dat op alle plaatsen in het bedrijf de organisatie van de arbeid doorlichtte. Onderzocht werd of de werkwijze van de mijnwerkers niet efficiënter kon, eventueel door de inzet van machines. Ook werd het beloningssysteem aangepast. Die verandering kwam er kort gezegd op neer dat wie meer kolen produceerde, ook meer verdiende. Het systeem werd bij de mijnwerkers berucht als het ‘jaag- en drijfsysteem’, maar voor de mijnbedrijven wierp het vruchten af: de arbeidsproductiviteit ging omhoog.
De Oranje-Nassau Mijnen in inkt en aquarelJos. Postmes, Ondergrondse laadplaats Oranje-Nassau mijnen (1933) Collectie Continium
Voor de buitenwacht werd het beeld van de Oranje-Nassau Mijnen als een modern en efficiënt bedrijf wellicht het best gesymboliseerd door het nieuwe hoofdkantoor dat in 1931 in Heerlen werd geopend. Het ontwerp van architect Dirk Roosenburg (1887-1962) ademde moderniteit met zijn constructie van ijzeren profielen en glas. Het gebouw was zo ontworpen dat het bestand was tegen mijnschade. Het interieur was efficiënt ingedeeld. Zo was het met kleine ingrepen mogelijk kantoorruimtes te vergroten of verkleinen.
Ook de ‘propaganda-uitgave’ past in die beeldvorming: de Oranje-Nassau Mijnen presenteerden zich aan de buitenwereld als een modern en efficiënt georganiseerd bedrijf. 

Beeld van een modern mijnbedrijf

De directie van de Oranje-Nassau Mijnen nam in het begin van 1930 het initiatief voor de uitgave van het ‘propagandaboek’. Door allerlei vertragingen en moeilijkheden bij het aanleveren van de kopij bij de drukker, zou het echter drie jaar duren voordat het boek eindelijk verscheen. Inmiddels was het 1933 en was het precies veertig jaar geleden dat de Oranje-Nassau Mijnen waren opgericht. In de tekst werd echter geen enkele verwijzing gemaakt naar dat jubileum. Wel zaten de Oranje-Nassau Mijnen inmiddels midden in de economische crisis. Het boek diende in die omstandigheden ook voor het promoten van een Nederlands product.De Oranje-Nassau Mijnen in inkt en aquarelTitelpagina van de Nederlandstalige editie (Collectie Continium)De Oranje-Nassau Mijnen in inkt en aquarelOmslag van de Nederlandstalige editie (Collectie Continium)
‘Als we het goed verzorgde boekwerk ten einde hebben gelezen, zijn we overtuigd dat een bloeiend mijnbedrijf een waarlijk nationaal belang mag heeten. En daarom adviseeren wij onzen lezeressen: Stookt Nederlandsche kolen: ge vaart er wel bij en dient uw land’, besloot de redactie van De Amsterdamsche Dameskroniek de bespreking van het boek in december 1933.
Naast een Nederlandse uitgave, in een oplage van 4000 exemplaren, verscheen er een Franse versie, waarvan er 2000 werden gedrukt.
De Oranje-Nassau Mijnen in inkt en aquarelTitelpagina van de Franstalige editie (Collectie Continium)
De tekst van de brochure was van de hand van Oranje-Nassau directeur ir D.J. Klink. In vier korte hoofdstukken behandelde Klink verschillende aspecten van het mijnbedrijf. Na een uiteenzetting over de aanleg en ontwikkeling van de vier ontginningszetels van de Oranje-Nassau Mijnen besteedde Klink aandacht aan de technische installaties van de mijnbedrijven.
Uiteraard beklemtoonde hij daarbij het moderne en efficiënte karakter van zijn bedrijf. Een bespreking van de soorten kolen die de Oranje-Nassau Mijnen produceerden, was ongetwijfeld ook bedoeld als informatie voor potentiële afnemers. Het tekstgedeelte eindigde met een varia aan wetenswaardigheden over onder meer de sociale activiteiten van het bedrijf. Een fotokatern besloot de brochure, die in totaal 80 pagina’s telde.De Oranje-Nassau Mijnen in inkt en aquarelJos. Postmes, Ondergrondse laadplaats Oranje-Nassau Mijnen. Niet gepubliceerd. Coll. Continium (065214)De Oranje-Nassau Mijnen in inkt en aquarelJos. Postmes, Ondergrondse laadplaats Oranje-Nassau Mijnen. Niet gepubliceerd. Coll. Continium (065215)De Oranje-Nassau Mijnen in inkt en aquarelJos. Postmes, Ondergronds vervoer met elektrische rijdraad-locomotief. Opgenomen in het propagandaboek. Coll. Continium (065216)
De tekeningen van Postmes, 43 in totaal, kregen een plaats in de tekst van Klink. Elke illustratie vulde steeds een kwart van de pagina. Postmes ontwierp ook de titelpagina met oranje belettering en het antracietkleurige omslag met belettering in rood, wit en blauw. Het omslag leek, volgens het blad De Ingenieur, dat de brochure in januari 1934 recenseerde, op een ‘donker kleed, als beeld van het gedolven product’.De Oranje-Nassau Mijnen in inkt en aquarelOmslag van de Franstalige editie (Collectie Continium)

Kunstenaar en onderwijsman

Jozef Antonius (Jos.) Postmes werd op 30 juli 1896 in Maastricht geboren. Al tijdens zijn middelbareschooltijd volgde hij de avondlessen van Rob Graafland aan het Stads-teekeninstituut en de Zondagsschool voor Decoratieve Kunsten, beide in zijn geboortestad. In deze periode legde Postmes de  basis voor zijn grote passie voor het kunstonderwijs.
In juli 1914 behaalde Postmes de LO-akte tekenen. Aansluitend studeerde hij aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar hij in juni 1919 met goed gevolg zijn examen aflegde.
In 1921 vestigde Postmes zich als zelfstandig kunstenaar in Maastricht. Datzelfde jaar kreeg hij een aanstelling als leraar hand- en ornamenttekenen aan het Stadsteekeninstituut in Maastricht. Hij volgde er zijn eigen leermeester Rob Graafland op. Vanaf 1 maart 1923 was Postmes ook nog drie uur per week als docent kunstgeschiedenis en esthetica verbonden aan de Roomsch Katholieke School voor Maatschappelijk Werk in Sittard.
In augustus 1925 behaalde Postmes de bevoegdheid tekenen M.O., net op tijd om een maand later benoemd te kunnen worden tot waarnemend directeur van het Stadsteekeninstituut. In die functie werd hij verantwoordelijk  voor de voorbereiding van de omvorming van dat instituut tot Middelbare Kunstnijverheidsschool. In 1926 werd hij waarnemend directeur van die nieuwe opleiding. Later dat jaar werd hij definitief benoemd tot directeur.
Hij begon nog aan een studie kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Luik, maar kon die niet meer afmaken. Hij overleed op 30 november 1934, ten gevolge van een longontsteking.

Ondergrondse laadplaats met automatische bediening Oranje-Nassau Mijnen
Jos. Postmes, Inkt met aquarel op papier (1933)
Collectie Continium (065217)
(afmetingen: 16 x 21 cm)
Object van de maand september 2014

Serge Langeweg
Continium Discovery Center Kerkrade
augustus 2014

Bronnen:
M.F.A. Dickhaut en M.A.H. Pomerantz-Beks, Jos Postmes 1896-1934. Kunstenaar en promotor van het kunstonderwijs in Maastricht (Maastricht 1997).
Jan Peet en Willibrord Rutten, Oranje-Nassau Mijnen. Pionier in de Nederlandse steenkolenmijnbouw 1893-1974 (Zwolle 2009)

  • Artikel
  • 1 september 2014
  • door Serge Langeweg

1 reactie(s)


Reacties

Waarde Serge: ik heb veel aan

Waarde Serge: ik heb veel aan jouw artikel, omdat ... ik dat boek in mijn collectie over de mijnen heb. "Glück Auf!" Sjef Maas Mijnbouwhistoricus

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

‘Batik-werk in 7 kleuren’

‘Batik-werk in 7 kleuren’

  • artikel
  • 11 april 2017
Vaandelwijding in Schinnen

Vaandelwijding in Schinnen

  • artikel
  • 1 maart 2017