Julia

JuliaPortretfoto Julie Mottin (omstreeks 1880) Foto Collectie Continium

In 1928 kwam in Eygelshoven de mijn Julia in productie. Het was de tweede ontginningszetel van de mijnbouwonderneming Laura & Vereeniging. Maar wie was eigenlijk Julia, de vrouw aan wie de nieuwe mijn haar naam te danken had?

Julie en Albert
Op 15 februari 1856 werd in Brussel Joséphine Henriette Rosalie Mottin geboren. Haar roepnaam was Julie. Ze was een dochter van de spoorwegingenieur Bernard Mottin en diens echtgenote Constance Franquin. Beide ouders waren oorspronkelijk afkomstig uit Jodoigne, in de huidige provincie Waals-Brabant. Het gezin Mottin telde zes kinderen. Op 10 november 1877 trad Julie in Schaerbeek (bij Brussel) in het huwelijk met Albert Thys (1849-1915). Het echtpaar Thys-Mottin zou eveneens zes kinderen krijgen.
Albert Thys was een ambitieus militair en ondernemer die fortuin zou maken met zakelijke projecten in Congo. Congo was sinds 1885 persoonlijk eigendom van de Belgische koning Leopold II en zou in 1908 een Belgische kolonie worden. Thys vertrok in 1887 voor zijn eerste reis naar Congo, in die tijd vanuit België vier weken varen. Naar verluidt was Julie zeer bezorgd over hetgeen haar echtgenoot allemaal zou kunnen overkomen in het gevaarlijke en ongezonde Congo. Tegenover het risico stond echter de hoop op een rijke toekomst. Maar slechts Thys’ belofte dat hij Julie elke dag zou schrijven, kon haar vermurwen om haar man te laten vertrekken. JuliaAlbert Thys en Julie Mottin omstreeks 1905. (Collectie Georges Defauwes, Dalhem)Die brieven bleven bewaard. Ze vormen een buitengewoon interessant verslag van de reis van een koloniaal naar Afrika in de jaren tachtig van de negentiende eeuw, maar er spreekt vooral ook de innige band uit die Albert Thys met vrouw en kinderen had. In Congo nam Thys de leiding bij de aanleg van de spoorlijn van Matadi naar de hoofdstad Léopoldville. In totaal zou hij tussen 1887 en 1912 tien reizen naar Congo maken.

JuliaHet gezin Thys-Mottin in 1887. Julie Mottin heeft zoon William op schoot. (Collectie Georges Defauwes, Dalhem)
Het gezin had aanvankelijk zijn thuisbasis in Brussel, waar Thys een naaste medewerker en vertrouweling was van koning Leopold. Albert, Julie en de kinderen vertoefden ook regelmatig in Dalhem, de geboorteplaats van Thys. Dalhem ligt in het Land van Herve, tussen Visé en Luik. In die landelijke omgeving van boomgaarden en weilanden langs het kronkelende riviertje de Berwinne kon het gezin even ontsnappen aan het hectische leven in de Belgische hoofdstad. In 1900 liet Thys in Dalhem een villa bouwen, het ‘chateau Thys’, waar hij met vrouw en kinderen permanent ging wonen.
Julie Mottin werd slechts 52 jaar oud. Ze overleed op 18 juni 1908 in Dalhem. Daar ligt ze begraven in het familiegraf van de familie Thys.

JuliaPortretfoto Julie Mottin (omstreeks 1880) Foto Collectie ContiniumJuliaHet familiegraf van de familie Albert Thys in Dalhem, juli 2013. (Foto: Serge Langeweg, Continium Kerkrade)

Laura & Vereeniging
Julies echtgenoot Albert Thys was in 1899 ook oprichter van de Société des Charbonnages Réunies Laura et Vereeniging, een in Brussel gevestigde onderneming die concessie (vergunning) bezat voor de winning van steenkool in Limburg. Een van Thys’ andere ondernemingen, de Banque d’Outremer, een zakenbank waarin hij zijn in Congo verworven kapitaal onderbracht en aanwendde voor de oprichting van nieuwe industriële ondernemingen, werd grootaandeelhouder. Thys werd de eerste voorzitter van de Raad van Beheer van Laura & Vereeniging. Die functie bekleedde hij tot zijn overlijden in Brussel op 10 februari 1915.JuliaBorstbeeld van Albert Thys voor zijn geboortehuis in Dalhem, juli 2013. Monument werd onthuld in 1948. (Foto: Serge Langeweg)
Nog in 1899 ging de eerste schop de grond in voor de aanleg van de mijn Laura in Eygelshoven. Die mijn (en de concessie) was vernoemd naar Laura Wackers-Schümmer. Zij was de echtgenote van Anton Wackers, een molenaar uit Herzogenrath die de concessie in 1873 had aangevraagd. De concessie Laura kwam, samengevoegd met een tweede vergunning, Vereeniging genaamd, in 1899 via twee Duitse bedrijven in de Société des Charbonnages van Thys terecht.
De aanleg van de Laura ging gepaard met grote tegenslagen, maar in 1907 kon de mijn toch in geregelde productie worden genomen. Tot eerste directeur van de mijn was inmiddels de mijnbouwkundig ingenieur Raymond Pierre (1857-1938) benoemd.

De Julia
De concessie van het mijnbedrijf Laura en Vereeniging werd doorsneden door een geologische storing, de Feldbiss. Aan de oostzijde van die breuklijn werden de kolenlagen ruim 200 meter dieper aangetroffen. Ontginning van deze lagen vanuit de schachten van de mijn Laura zou naar verwachting grote technische problemen opleveren. Na jarenlange voorbereidingen begon het bedrijf daarom in 1921 met de aanleg van een tweede ontginningszetel, aan de andere kant van de Feldbiss-storing. Het had voor de hand gelegen als naam voor deze tweede mijn ‘Vereeniging’ te kiezen, maar dat gebeurde niet. Het werd ‘Julia’, naar de echtgenote van oprichter Albert Thys. Waarschijnlijk kwam de directie in Eygelshoven met de suggestie de tweede mijnzetel de naam van de echtgenote van de stichter te geven. De andere mijn heette naar de vrouw van de eerste concessionaris, dus dat paste mooi bij elkaar. Bovendien was het een postuum eerbetoon aan de grondlegger van het bedrijf. In juli 1920 schreef secretaris-generaal Brisson van de Société des Charbonnages in Brussel, mogelijk in antwoord op een vraag van de directie in Eygelshoven, aan commercieel directeur Willem Schweitzer: ‘le prénom de la dame du général Thys est Julie’. Dat is de eerste keer dat de naam van Julia in het bedrijfsarchief opduikt. In het openbaar verscheen de naam Julia voor het eerst in het jaarverslag van 1921. Vóór die tijd werd de geplande nieuwe mijnzetel simpelweg aangeduid als ‘le nouveau siège’.
Volgens de overlevering gaven de twee meisjesnamen van de ontginningszetels wel eens aanleiding tot enige onduidelijkheid. Zo wordt in bedrijfsgeschiedenissen graag de anekdote verteld van de brief die het mijnbedrijf ooit uit België ontving met de aanhef ‘Aan de mevrouwen Laura en Julia’!
De mijn die naar Julie Mottin was vernoemd, kwam in 1928 in productie. De Julia was op dat moment een van de modernste mijnen van Europa.

JuliaDe Julia in aanbouw, mei 1927. Fotocollectie Continium

Een paar cijfers tot slot
Het bedrijf Laura & Vereeniging bereikte in 1937 met ruim anderhalf miljoen ton steenkool de hoogste jaarproductie uit zijn geschiedenis. De grootste personele bezetting haalde het bedrijf aan het eind van 1952, toen er 4.750 mensen werkten. Van hen was ruim 60 procent werkzaam op de Julia.
De Laura ging dicht in 1970. De Julia sloot in december 1974, als voorlaatste Limburgse mijn.

Serge Langeweg
Discovery Center Continium Kerkrade
september 2013


Bronnen:
G. Brouns, Uit de geschiedenis van Laura & Vereeniging (Eygelshoven 1975)
Georges Defauwes, Albert Thys, de Dalhem au Congo. (Blegny 2005)
Paul Arnold, ‘Laura en Julia. Een kleine geschiedenis van de Naamloze Vennootschap Laura en Vereeniging’ Studies over de sociaal-economische geschiedenis van Limburg L (2005) 139-172
‘De Laura & Vereeniging in beeld’ http://laura.domanialemijn.nl
Malamou. Journal d’Albert Thys. Lettres écrites à son epouse lors de son premier voyage au Congo en 1887 (Dalhem 1987)
David van Reybrouck, Congo. Een geschiedenis (Amsterdam 2010)

Met dank aan de heer Georges Defauwes in Dalhem en mevrouw Chrystel Blondeau in Berneau voor hun vriendelijke medewerking bij de totstandkoming van dit artikel.

  • Artikel
  • 30 september 2013
  • door Serge Langeweg

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...