Ploegwisseling voor de poort van de mijn

Ploegwisseling voor de poort van de mijnHerman Heijenbrock, Ploegwisseling voor de poort van de mijn (detail), Collectie Continium

Als object van de maand september stellen we u het schilderij van Herman Heijenbrock, Ploegwisseling voor de poort van de mijn, (ca 1900) voor. Zelden dat werkende vrouwen in het mijnbedrijf zo prominent worden afgebeeld. Serge Langeweg (Continium) legt het uit.

Herman Heijenbrock (Amsterdam 1871-Blaricum 1948) is wel de enige Nederlandse industrieschilder genoemd. Wellicht dat deze kwalificatie ietwat overdreven is; ook andere schilders hebben incidenteel fabrieksgebouwen en fabrieksarbeid in hun werk vastgelegd. Maar geen van hen ging zo ver als Heijenbrock, bij wie fabriekscomplexen en de arbeidende mens in industriële productieprocessen de centrale thematiek vormen in zijn omvangrijke oeuvre.
De fascinatie voor de moderne industrie en techniek ontstond tijdens reizen naar buitenlandse industriegebieden, die Heijenbrock na afronding van zijn opleiding aan de Rotterdamse tekenacademie in 1890 maakte. Hij bezocht de Borinage en het gebied rond Luik, twee van de oudste industriegebieden op het Europese continent. Later reisde hij ook naar het Duitse Ruhrgebied en naar Engeland, Wales en Luxemburg. Daar tekende en schilderde hij de arbeiders, die in de  steenkolenmijnen, ijzergieterijen, staalwerken, hoogovenbedrijven en glasfabrieken zwaar werk verrichtten in een decor van vuur, gloed, roet, stof en stoom. Door de vaak schrijnende arbeids- en leefomstandigheden die Heijenbrock waarnam, ontwikkelde hij een zekere sympathie voor het socialisme.
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914  concentreerde Heijenbrock zich voortaan op de Nederlandse industrie. Hij werkte in het Rotterdamse havengebied, in Twente en in de Limburgse mijnstreek. Daar schilderde hij onder meer de Oranje-Nassau Mijnen, de mijnen Laura en Julia en Staatsmijn Maurits.
Heijenbrock gebruikte graag de pasteltechniek voor zijn werk. Deze techniek was als enige geschikt om in de hitte en het vuil van de fabriekshallen te kunnen werken. Veel van de pastels kregen een plek in het Museum van de Arbeid dat Heijenbrock in 1923 in Amsterdam oprichtte. Daar hadden ze een educatief doel: het aanschouwelijk maken van arbeidsmethoden in de fabrieken, de industriële techniek en de werkwijze van de arbeiders. Overigens maakte Heijenbrock ook veel olieverfschilderijen, vooral van onderwerpen in de open lucht. Ploegwisseling voor de poort van de mijnHerman Heijenbrock, Ploegwisseling voor de poort van de mijn, (ca 1900) Collectie Continium
Het olieverfschilderij van de ploegwisseling voor de poort van een mijn, dat in deze aflevering van het object van de maand wordt uitgelicht, maakte Heijenbrock omstreeks 1900. Waarschijnlijk kwam het doek tot stand  tijdens een van zijn verblijven in de Borinage, het industriegebied rond de Belgische stad Mons (Bergen). Mijnwerkers met hun gereedschappen, mijnlamp en pungel in de hand, verlaten het mijnbedrijf. Tussen de mannelijke mijnwerkers die op het schilderij meestal in de schaduw blijven, beeldde Heijenbrock twee vrouwen prominent af. Hun lichte hoofddoeken contrasteren sterk met de donkere silhouetten van hun mannelijke collega’s. Links op de voorgrond stapt een in rode tinten geklede vrouw het beeld uit, na haar dienst op weg naar huis. In het midden van het doek is een tweede vrouw afgebeeld. Zij is al (nog?) aan het werk. Ze duwt een kolenwagen over de rails in de richting van het mijnbedrijf. Het is een van de hiercheuses van de mijn: vrouwelijke arbeidskrachten die belast waren met zogenaamd sleepwerk. Dat hield in dat ze de mijnwagens moesten verplaatsen, laden en lossen.Ploegwisseling voor de poort van de mijnHiercheuse met mand (fotograaf: Gustave Marissiaux)
De arbeid van vrouwen in de Belgische mijnen was omstreeks 1900 nog heel gebruikelijk. In alle Belgische mijnen samen beliep hun aantal in die tijd ongeveer 8.000. De meesten van hen werkten bovengronds. Behalve het verrichten van slepersarbeid werkten ze in de zeverijen en in de lampisterieën. Ook in het ondergrondse bedrijf waren nog steeds vrouwen actief, alhoewel in 1892 ook in België een begin was gemaakt met wetgeving die ondergrondse vrouwenarbeid verbood.Ploegwisseling voor de poort van de mijnHiercheuses (postkaart)
In de Nederlandse mijnen die vanaf het eind van de negentiende eeuw in exploitatie kwamen, hebben vrouwen nooit productiewerk gedaan. In de loop van de twintigste eeuw verschenen er bij de Nederlandse mijnbedrijven wel steeds meer vrouwen in administratieve en verzorgende functies. Op het totale aantal personeelsleden van de mijnen bleven vrouwen echter zeer duidelijk in de minderheid. In 1960 bedroeg het percentage vrouwen nog geen anderhalf procent (ruim 700 personen).

Klik hier om het schilderij Ploegwisseling voor de poort van de mijn te vergroten.

Ploegwisseling voor de poort van de mijn
Herman Heijenbrock, olieverf op doek (ca 1900)
Collectie Continium Discovery Center Kerkrade 052333
(afmetingen 83x60 cm)
Object van de maand september 2013

Bronnen:
S. Honig, Arbeid met vuur en verve. Leven en werk van Herman Heijenbrock (1871-1948) (Zutphen 1998)
Leen Roels, ‘”In Belgium, women do all the work” De arbeid van vrouwen in de Luikse mijnen, negentiende-begin twintigste eeuw’ BTNG/RBHC XXXVIII (2008) 1-2, pp 45-86.
www.heijenbrock.org

Serge Langeweg
Discovery Center Continium Kerkrade
augustus 2013

  • Artikel
  • 1 september 2013
  • door Serge Langeweg

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...