Slepers en hun honden

Slepers en hun hondenKolenslede, detail. Collectie Continium 052687

De rijke collectie steenkolenmijnbouw van het Continium bevat objecten uit de periode van omstreeks 1650 tot 1974. Een van de oudste objecten is een kolenslede of ‘hond’, gebruikt bij het ondergrondse transport van steenkool. Dit unieke collectiestuk is het object van de maand juli 2014.

Een bijzondere vondst

Het was een bijzondere vondst die mijnmeters van de Domaniale Mijn in Kerkrade in 1910 deden. Eigenlijk hadden ze de opdracht om de ondergrondse werken van de voormalige mijnen van de abdij Rolduc in kaart te brengen. Een moeilijke en gevaarlijke klus, waarbij ze  halsbrekende toeren moesten uithalen in oude schachten en bouwvallige galerijen. In een verlaten mijngang, die ooit had behoord bij de schacht Platteweide, een mijntje dat al aan het eind van de achttiende eeuw was stilgelegd, troffen ze bij toeval de resten aan van een sleevormig houten onderstel. De mijnmeters namen de restanten van de slee mee naar boven. Daar werden de houten overblijfselen gereconstrueerd tot een ondergronds transportmiddel, dat uit de tweede helft van de achttiende eeuw dateerde.

Kolenslee

Op het houten onderstel was een mand van gevlochten wilgentenen bevestigd. De manden, die ongeveer zeventig kilo steenkool konden bevatten, werden oorspronkelijk vervaardigd in de eigen mandenmakerij van de mijn. De manden werden als een soort van kolenslee voortgetrokken door mijnwerkers. Op die manier vervoerden ze de steenkool van de winplaatsen naar de schacht. De mijnwerkers die met dit werk waren belast, werden – heel toepasselijk – slepers genoemd. De sleper droeg een leren riem met haak om de slede voort te trekken. Dat gebeurde door lage galerijen, waarin de slepers soms alleen maar konden kruipen. De vloer van de galerijen was soms met planken bekleed, zodat de wrijving werd verminderd. Die informatie komt uit rapporten van Franse mijningenieurs uit het eind van de achttiende en begin van de negentiende eeuw. Uit de rapporten blijkt ook dat slepersarbeid vaak werd verricht door kinderen van acht tot tien jaar, die meestal in duo’s werkten. Het ene kind trok, het andere duwde de slee naar de schacht. Omdat de ondergrondse galerijen zo laag waren, werden kinderen bij uitstek voor dit werk geschikt geacht.Slepers en hun hondenKolenslede, achttiende eeuw. Collectie Continium 052687

Hond

In mijnwerkerstaal werd een dergelijk transportmiddel voor steenkool ook wel ‘hond’ genoemd. Over de herkomst van die oude benaming bestaat een aantal theorieën. Dat het woord een vertaling van het Duitse Hund of Hunte is, is duidelijk. Maar dan?  Georgius Agricola (1494-1555) verklaarde het woord Hund in De re metallica, zijn 16e -eeuwse handboek over mijnbouwkunde, door te wijzen op het blaffende en grommende geluid dat een over de bodem schurende kolenslede maakte. Een andere verklaring wijst op een oude maataanduiding. Hund/Hunte zou in die opvatting kunnen wijzen op een maat die overeenkomt met honderd korven, een andere oude maateenheid. Waarschijnlijk vertegenwoordigde een Hund of hond in de achttiende eeuw een ‘geijkte’ maateenheid, waarmee een geproduceerde of verkochte hoeveelheid kolen kon worden aangeduid.
Nog weer een andere versie gaat er vanuit dat Hund of Hunte een afleiding is van het Slowaakse woord hyntow dat wagen betekent. Daar wordt door andere taalkundigen dan weer tegenin gebracht dat hyntow ook een germanisme kan zijn van het oorspronkelijke Duitse woord Hunte. Wie het weet, mag het zeggen…

Rollend vervoer

In 1819 rapporteerde een zekere ingenieur Delpaire uitvoerig over de toestand van de Domaniale Mijn. Ook het transport kwam ter sprake. Het vervoer met de kolensleden behoorde tot het verleden. Er was nu voor het eerst sprake van kleine mijnwagens, zoals in de mijnen rond Luik al enkele jaren eerder geïntroduceerd. Rails waren er echter nog niet. Die kwamen er pas een decennium later. In een statistiek uit 1829 is sprake van mijnwagens, galiots genaamd, die op rails werden voortbewogen. Die tractie gebeurde nog steeds door menselijke spierkracht. Mijnwerkers, die de oude functiebenaming slepers behielden, duwden de mijnwagens door de galerijen. Het was nog steeds zwaar werk, maar in vergelijking met het oude slepen van de honden, was het er wel op vooruit gegaan.
Het jaar 1866 markeerde een volgende stap in het ondergrondse vervoer bij de Domaniale Mijn. Geïnspireerd door naburige Duitse mijnen die bij het ondergrondse kolentransport paardentractie invoerden, ging ook de Kerkraadse mijn daartoe over. Een paard trok gemiddeld acht tot tien wagens tegelijk over de rails, terwijl voordien een sleper telkens slechts één kolenwagen door de galerij kon voortduwen. Slepers en hun hondenPaardenverzorger in paardenstal. Domaniale mijn 1924. Fotocollectie Continium F2416
Om het transport met paarden mogelijk te maken, moesten galerijen en steengangen worden verhoogd en verbreed. Ook de schachten moesten worden aangepast om de paarden ondergronds te brengen. In oktober 1866 werd het eerste paard tewerkgesteld. Paardentractie in de Nederlandse mijnen heeft bestaan tot in de jaren 1930. Toen was het ondergrondse vervoer gemotoriseerd door de introductie van diesel-en persluchtlocomotieven en elektrische tractie.
Maar de functie van sleper bleef bestaan. Tot in de jaren 1960 was dat de aanduiding voor een aankomend mijnwerker, die vooral handlangers- en onderhoudswerkzaamheden verrichtte en de transportbanden in de galerijen bediende.

Kolenslede (achttiende eeuw)
Collectie Continium Discovery Center Kerkrade (052687)
(afmetingen: 92 x 50 x 40)
Object van de maand juli 2014

Serge Langeweg
Discovery Center Continium Kerkrade
juni 2014

Bronnen:
Ad Knotter (red.), Mijnwerkers in Limburg. Een sociale geschiedenis (Nijmegen 2012)

C.E.P.M. Raedts, De opkomst, de ontwikkeling en de neergang van de steenkolenmijnbouw in Limburg (Assen 1974)

Hans-Georg Schardt, ‘Ein Hunt aus der ehemaligen Kohlscheider Grube “Abgunst”’In: Glückauf ist unser Bergmannnsgruβ. Bergmännisches Lesebuch zum Aachener Steinkohlenrevier (Alsdorf 2007) 63-65

Ben Gales, Delven en slepen. Steenkolenmijnbouw in Limburg: techniek, winning en markt gedurende de achttiende en negentiende eeuw (Hilversum 2004)

  • Artikel
  • 1 juli 2014
  • door Serge Langeweg

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

‘Batik-werk in 7 kleuren’

‘Batik-werk in 7 kleuren’

  • artikel
  • 11 april 2017
Vaandelwijding in Schinnen

Vaandelwijding in Schinnen

  • artikel
  • 1 maart 2017