Studenten brengen oude wijk in beeld

Studenten brengen oude  wijk in beeldÉén van de huizen in Mauritspark. Foto Janny Houben

De opleidingsminor 'Omgaan met erfgoed' van Fontys Lerarenopleiding Sittard (FLOS) gooit het dit jaar over een heel andere boeg. De studenten brengen een wijk in Sittard-Geleen in kaart die op de nominatie staat om te verdwijnen. Een tentoonstelling en een boekje moeten de wijk voor de vergetelheid behoeden.

"We willen niet alleen weten hoe de huizen indertijd gebouwd zijn, maar vooral ook wat er in de loop van de jaren aan is veranderd."

 


Studenten brengen oude  wijk in beeldFontys hogescholenAl vier jaar geven de opleidingen Geschiedenis en Aardrijkskunde van FLOS samen met de faculteit Cultuur­ wetenschappen van de Universiteit Maastricht vorm aan het project 'Omgaan met erfgoed'. Voor FLOS­ studenten is dit een volwaardige minor van 30 studiepunten. Coördinator Mens & Maatschappijvakken Thijs van Vugt: 'In deze minor werken de universiteit en wij al jaren samen met musea en archieven in heel Limburg. De minor is ook keurig verdeeld over deze drie deelnemers. De universiteit verzorgt voor 10 studiepunten de onderdelen Kunst en Cultuurbeleid, bij FLOS krijgen de studenten onder andere de cursus Omgaan met Erfgoed. Daarnaast bezoeken ze een aantal instellingen dat zich met erfgoedbeheer bezighoudt. En voor de laatste 10 studie­punten lopen ze stage bij een instelling.' Tijdens die stage kan een student lesmateriaal ontwikkelen voor jongeren die het museum bezoeken. Maar ze kunnen bijvoorbeeld ook de inhoud van een archief inventariseren en met behulp van een handleiding ontsluiten. Een derde mogelijkheid is het opzetten van een tentoonstelling. Dat is onlangs gebeurd rond het thema 'Molukkers in Geleen'.

Bedreigde woonwijk
Maar dit jaar gaat het allemaal anders. Er diende zich tamelijk onverwacht een groot project aan: in Geleen staat het fraaie woonwijkje Mauritspark namelijk op de nominatie om te verdwijnen. Chemelot heeft het terrein nodig voor uitbreiding van haar industriële en logistieke activiteiten. Er moet daar onder andere een rangeerterrein komen. Samen met het Euregionaal Historisch Centrum Sittard-Geleen, Museum Het Domein, de website Demijnen.nl, Platform De Mijnen en enkele heemkundeverenigingen gaan vijf studenten van FLOS aan de slag om het Mauritspark voor de vergetelheid te behoeden. Zij werken hiervoor aan een expositie, podcasts, video's en een boekje.

Het is allemaal nogal snel gegaan met het project Pas op 21 juni 2011 kregen de inwoners te horen dat alle 34 huizen definitief plaats moesten maken voor Chemelot. En in juli 2012 moeten de huizen daadwerkelijk weg zijn. Het Mauritspark is een erg kleine wijk die ingeklemd ligt tussen industrie en het spoorwegemplacement. Maar het is wel een heel mooie wijk met ruime jaren-dertighuizen, bungalows en heel veel groen. Logisch dat de mededeling van de gemeente insloeg als een bom. En, zo bleek uit een artikel in het Limburgs Dagblad, ook voor enige tweespalt heeft gezorgd tussen de bewoners. Veel mensen hebben het moeilijk met de ondergang van de buurt en die kunnen soms best moeite hebben met buurtbewoners die de blik op de en al in een vroeg stadium actief gingen onderhandelen over financiële compensatie.

Bouwvergunningen
Studenten brengen oude  wijk in beeldMauritspark. Foto Collectie Euregionaal Historisch Centrum Sittard-GeleenOp FLOS zijn ze intussen druk met andere dingen bezig. Student Aardrijkskunde Mitch Geenen werkt mee aan dit grote minorproject. 'We zijn nu in twee groepen aan het werk ', vertelt hij. 'Drie medestudenten zijn op het moment bezig te inventariseren wie er zoal hebben gewoond sinds de wijk in 1928 werd opgeleverd.' Het Mauritspark is indertijd gebouwd als een riante woonbuurt voor het middelbaar en hoger personeel van de staatsmijn Maurits (die de wijk ook haar naam gaf). Sommige mensen wonen al meer dan vijftig jaar in de wijk.

Het andere groepje, waar Mitch zelf deel van uit maakt, maakt intussen een studie van de huizen. Ook dat gebeurt nu nog goeddeels in het archief. Mitch: 'We willen niet alleen weten hoe de huizen indertijd gebouwd zijn, maar vooral ook wat er in de loop van de jaren aan is veranderd. Wij kijken dus met name naar verstrekte bouwvergunningen en dergelijke. ' Zo krijgen de studenten langzamerhand een soort van bouwgeschiedenis van de wijk in beeld. Iedereen kan (nu nog) zien hoe de wijk er uitziet, maar straks is ook duidelijk hoe er langzaam maar zeker naar dat eindpunt toe gebouwd is.

Twee exposities
Later dit schooljaar beginnen de vijf studenten met hun lio-stage. Die lopen ze op twee scholen: het Trevianum in Sittard en het Graaf Huyn College in Geleen. Naast hun reguliere stage werken zij daar ook weer aan het project, daar is inmiddels contact over geweest met de scholen. Bij de vakken geschiedenis en aardrijkskunde komt de wijk dan aan de orde. Er wordt uiteraard van alles verteld over heden en verleden en waarom het belangrijk is om de herinnering levend te houden. Het is uiteindelijk de bedoeling dat de leerlingen van die twee scholen de wijkbewoners gaan interviewen. Op die manier krijgen de kinderen niet alleen allerlei informatie uit de eerste hand, maar leren ze ook wat het betekent voor mensen als zij uit hun vertrouwde omgeving moeten vertrekken.

Studenten brengen oude  wijk in beeldLoonhal Maurits. Foto Collectie Euregionaal Historisch Centrum Sittard-GeleenHet project wordt afgesloten met twee exposities en een boekje. Om te beginnen komt er in april of mei 2012 een kleine expositie in de Loonhal in de wijk zelf. Dat is kort voordat de buurt definitief plat gaat In oktober volgend jaar volgt er dan een grote tentoonstelling in Het Domein in Sittard. Dat is een museum voor zowel hedendaagse kunst als voor stedelijke historie en archeologie. Voor deze expositie komt er ook een begeleidende publicatie, een boekje dat de neerslag vormt van het onderzoek van de vijf FLOS-studenten naar de geschiedenis van een woonwijk die dan inmiddels echt tot het verleden behoort.

 

 

Het project Mauritspark is een initiatief van Platform DeMijnen. Het artikel verscheen in Vector magazine, nr17 2011.

Jan de Jong (1954) studeerde Nederlands en Literatuursociologie in Tilburg en Nijmegen. Hij is docent Nederlandse letterkunde aan de Fontys Lerarenopleiding in Tilburg en publicist en is redacteur van Vector magazine.

  • Artikel
  • 7 februari 2012
  • door Jan de Jong

4 reactie(s)


Reacties

Beste jan de Jong, de wijk

Beste jan de Jong, de wijk waar ik geboren ben 'Kerensheide' was qua bouw vrijwel identiek aan het Mauritspark. In de jaren '70 is Kerensheide evenals het Mauritspark door DSM gesloopt. Het is vrijwel zeker dat de architect ook Alphons Boosten is geweest. In een artikel [bijgevoegd] heb ik het Mauritspark genoemd als vergelijkbare nog bestaande woonwijk. Ik ben natuurlijk zeer geïnteresseerd in Uw onderzoek. Mochten er vragen zijn waarmee ik U kan helpen dan hoor ik het graag. De foto's laten zich niet meesturen, daarvoor moet U naar Plaatsengids.nl [Kerensheide] Met vriendelijke groet: François Toussaint. Status - Het Kerensheide waar we hier op doelen was een voormalige wijk - maar in feite was het een klein dorp - voor staatsmijnpersoneel in de provincie Limburg, in de Westelijke Mijnstreek, waarvan het grondgebied thans in de gemeente Sittard-Geleen ligt, kern Geleen. T/m 1981 viel het gebied onder een noordelijke uitloper van de gemeente Beek. Er stonden ook plaatsnaamborden 'Kerensheide gemeente Beek'. - Het grondgebied van het Beekse Kerensheide is bij de herindeling van 1982 overgegaan naar de gemeente Geleen (die op haar beurt in 2001 opging in de gemeente Sittard-Geleen). Sindsdien loopt de gemeentegrens tussen Beek en thans Sittard-Geleen strak N langs Beek en Neerbeek. De grens tussen de gemeenten Stein en Sittard-Geleen loopt ter plekke W langs de A2. De snelweg inclusief knooppunt Kerensheide valt dus onder de gemeente Sittard-Geleen. Naam In het Limburgs De Kaereshei. De ae uit te spreken als een Limburgse langgerekte è. Naamsverklaring De boerderij van de familie Hennekens, de Kerenshof, is in 1820 gebouwd op de Beekerheide in opdracht van jonkheer Kerens de Wolfrath uit Beek. De latere wijk Kerensheide is dus vernoemd naar deze jonkheer in relatie tot de ligging in het landschap. Ligging De voormalige Beekse staatsmijnbuurt Kerensheide lag Z van de weg Geleen-Stein, O van de huidige wijk Kerensheide in de gemeente Stein. Deze wijk wordt ook wel 'Nieuw Kerensheide' genoemd, om het te onderscheiden van 'Oud Kerensheide', waarover het artikel gaat dat u nu aan het lezen bent. Het oude Kerensheide lag ten O van de snelweg en van het knooppunt Kerensheide (= de kruising A2/A76, zie de Google Maps kaart hierboven), waar de meeste mensen deze naam van zullen kennen. Het lag in een noordelijke uitloper van de gemeente Beek (zie de oude plattegrond onderaan de pagina van Beek, waar die uitloper goed op te zien is). Hoe het wijkje ingedeeld was, kunt u op de plattegrond bij de foto's hieronder zien. De Kerenshoflaan heette oorspronkelijk Koestraat, en ver daarvoor Steinderweg. Statistische gegevens De oude Beekse wijk Kerensheide telde ca. 120 huizen en zal dus ca. 500 inwoners hebben gehad. De bewoners bestonden merendeels uit Limburgers, ondergronds en technisch personeel en beambten (administratief en leidinggevend personeel) en ingenieurs. De laatste merendeels bestaande uit "Hollanders". Een ruim begrip voor Limburgers voor iedereen die niet uit Limburg kwam of niet Limburgs sprak. Geschiedenis Met de bouw van dit 'Beekse' Kerensheide is rond 1918 begonnen door de Staatsmijnen (de voorganger van het huidige DSM). In feite was het dus een 'fabrieksdorp', zoals er meer in het land waren. Bijvoorbeeld: Batadorp in Best (voor de schoenenfabriek), Heveadorp bij Oosterbeek (voor de rubberfabriek), Heijplaat bij Rotterdam (voor scheepswerf RDM) en Philipsdorp in Eindhoven (die naam spreekt voor zich). Er waren elders in Zuid-Limburg meerdere buurten en wijken speciaal voor de mijnwerkers gebouwd. Daar werden ze vaak met 'kolonie' aangeduid (met de klemtoon op de laatste lettergreep). Enkele van deze kolonié-en bestaan nog. De 'ouw kolonie' in Lutterade niet ver van Kerensheide is zo'n voorbeeld. Kerensheide bestond uit vier straten, en was voorzien van hoge platanen en weelderig groen. Het was prachtig omzoomd door weilanden en akkers maar ook door het lawaaiige en stinkende SBB, de grauwe Steenberg, de Staatsmijn Maurits en de cokesfabriek Emma (de latere Polychem). Kerensheide is in 1978 geheel gesloopt voor de uitbreiding van het terrein van DSM, o.a. voor enkele Naftakrakers. Enkele bomenrijen (platanen) die bij de wijk behoorden, zijn nu nog te zien op Google Earth. November 1975 is een zwarte bladzijde in de geschiedenis van DSM, als door een breuk in een leiding Naftakraker II bij Kerensheide ontploft. De explosie was te horen tot in Maastricht en in het Belgische Genk. Duizenden ruiten sneuvelden. De enorme vuurzee, met vlammen tot 30 meter hoogte, werd bedwongen door o.a. brandweerkorpsen uit Maastricht, Heerlen en Eindhoven en het brandweerkorps van DSM zelf. Er waren 14 doden te betreuren. (aldus het Limburgs Dagblad uit die periode). Herinneringen van een voormalige inwoner van de Beekse wijk Kerensheide Voormalig inwoner van de Beekse wijk Kerensheide François Toussaint vindt het spijtig dat ter plekke niets meer herinnert aan deze voormalige wijk, zelfs geen gedenkteken. Ook op het internet was er niets over Kerensheide te vinden. Wat dat laatste betreft heeft hij in ieder geval de koe bij de horens gevat, door zijn inzending hieronder aan Plaatsengids.nl: "De 'wijk' Kerensheide - ik kan me geen andere aanduiding herinneren dan 'de Kaereshei' of simpelweg 'de Hei' - bestond uit vier straten in kruisvorm (zie uittreksel uit het kadaster bij de foto's) en was gelegen aan de verbindingsweg tussen Stein en Geleen, de huidige Kerenshofweg (destijds: Kerenshoflaan, daarvoor Koestraat en, nog verder terug in de geschiedenis de Steinderweg) die deels nog bestaat, lopend vanaf de overweg Geleen-Maastricht te Krawinkel tot aan knooppunt Kerensheide (zie de Google Maps kaart hierboven). Hier is vanaf 1918 de grond bouwrijp gemaakt. Daarna werden de eerste mijnwerkerswoningen aan de Gravin Odastraat gebouwd. De bouw van de beambten- en ingenieurswoningen moet hebben plaats gehad in de jaren dertig. De laatste woningen werden rond de oorlog gerealiseerd. Bouw, stijl en architect Kerensheide werd gebouwd voor het personeel van de Staatsmijnen, die toen sterk aan het uitbreiden waren. Voor zover ik heb kunnen achterhalen is de architect, te oordelen naar de stijl van vergelijkbare opdrachten voor het mijnbedrijf in de omstreken, waarschijnlijk Alphons Boosten geweest, tevens de bouwer van de St. Jozefkerk en meerdere personeelswoningen in Geleen. Vergelijk de grote overeenkomst met het nabijgelegen Mauritspark in Lutterade (Geleen). Let vooral op de markante overeenkomsten in bouw, stijl en detail. Noot: Van de vele in het Mauritspark gebouwde beambtenwoningen resteren er achttien uit 1926 in blokken van twee en drie woningen. Het betreft de door A.J.N. Boosten ontworpen opzichterswoningen Mauritspark 4-5, 6-8, 22-23 en 24-25 en de hoofdopzichterwoningen Mauritspark 28-29 en 30-31. In 1927 ontwierp Boosten in opdracht van de Stichting ‘Thuis Best’ voor ‘Ons Limburg’ het traditionalistische woningcomplex Prins de Lignestraat 4-18 en 5-27 voor beambten van de Staatsmijn. In 1938 kwamen als ingenieurswoningen de villa's Beatrixlaan 2-4, Irenelaan 2-6 en Beatrixlaan 7 tot stand naar ontwerp van een architect met de initialen B.G. van het bouwbureau van de Staatsmijnen. Bezoek het Mauritspark voor het te laat is. Inmiddels is beslist dat dit ook door DSM gesloopt gaat worden. Ligging van de wijk in het landschap Kerensheide lag ingeklemd tussen staatsmijn Maurits, het SBB (stikstofbindingbedrijf) en cokesfabriek Emma. Al in de jaren vijftig - volgens sommige ouderen zelfs al kort na de oorlog - werd gezegd dat deze drie bedrijven naar elkaar toe zouden groeien, waarbij heel de wijk Kerensheide zou verdwijnen. In de jaren zeventig is dit inderdaad geëffectueerd. Kerensheide bestaat niet meer, zelfs niet in een enkel gedenkteken. Daarom tracht ik uit mijn herinneringen deze schets te schrijven. De huizen in de wijk De prachtige en solide huizen van Kerensheide, gemetseld met blauwgebakken rode stenen, lagen aan beklinkerde wegen met grote platanen. Daartussen ruime stoepen van Hollandse vierkante cementen stenen. Daartussen lagen weer stroken gras. Beukenheggen omlijstten de voortuintjes. Ieder huis had een houten hekje aan de voorkant met een pad lopend naar of langs de voordeur. Het groen werd in de begintijd nog onderhouden door de Staatsmijnen. Later deden de bewoners dit zelf. Ruwweg kon je de huizen indelen in mijnwerkerswoningen, beambtenwoningen en ingenieurswoningen. De beambtenwoningen vormden de hoofdmoot met de Kerensstraat en Graetheidelaan. Als laatste werd er na de oorlog nog een straat met houten z.g. 'Oostenrijkse woningen' bijgebouwd. Lopend in een boog vanaf de Kerensstraat naar de Graetheidelaan: de Monseigneur Seipellaan. Alle huizen in Kerensheide waren voorzien van grote en mooie tuinen. Vaak liefdevol onderhouden door hun eigenaren. Blij als ze waren met de afwisseling van het werk op de vaak vuile en lawaaiige staatsmijnbedrijven. Sociale cohesie en voorzieningen Gezien door de ogen van nu was er in Kerensheide heel veel cohesie en contact tussen de mensen. De meeste achterdeuren stonden altijd open, kinderen en moeders liepen bij elkaar naar binnen. In de straten was zo weinig verkeer dat de kinderen er zonder problemen op speelden. Er werd gerolschaatst, gevoetbald en zelfs gevolleybald (met een net gewoon over de straat gespannen). Er was een kruidenier, een café, een bakker, een voetbalveld, een tennisbaan, een bushalte en de eerder genoemde boerderij de Kerenshof. Iedere vader werkte bij de Staatsmijnen. Het leven in Kerensheide was overzichtelijk. Het had een kwaliteit die niet meer bestaat. Het culturele leven Ik herinner me vooral de alom-aanwezigheid van de Staatsmijnen en de Rooms-katholieke kerk. Er was geen school, geen opleiding, vereniging, of ze werden er door bepaald. Voor de autochtone Limburgers was dit de voortzetting van hun bekende leven. 'Hollanders' moet het soms vreemd te moede geweest zijn. Het Limburgs was voor hen niet altijd even toegankelijk. Sommigen volhardden in het Nederlands dat ze thuis spraken. Anderen stuurden hun kinderen naar scholen waar ABN gesproken werd. Het onderwijs was er beter, geëmancipeerder en er werd niet geslagen. Meestal waren dat protestantse of zogeheten 'nutsscholen'. Ze lagen o.a. in Geleen. Ook konden de Limburgers, in aanleg gemoedelijk en gastvrij, aardig met hun rug naar 'de Hollander' toestaan. Overige herinneringen De Kerensstraat vormde de hoofdstraat van Kerensheide, verder waren er nog de Gravin Odastraat, de Graetheidelaan en de Mgr. Seipellaan. Die vormde een singelverbinding tussen het eind van de Kerensstraat en de Graetheidelaan. Achter de Seipellaan lagen de landerijen van boer Hennekens. Zijn boerderij de Kerenshof stond - komend vanuit Stein - nog vóór de wijk. Als je deze weg vanuit Stein nam, zeg vanaf de St. Jozefschool (afgebroken) of de St. Jozefkerk, kwam je eerst langs het Steinerbos, dat nog steeds bestaat. Daarna was - dicht bij het tegenwoordige klaverblad Kerensheide - nog een groepje huizen met bakkerij Wehrenbeck. Zijn zjwartbroead, Limburgs roggebrood, was het lekkerste uit de hele streek. Na school nam ik dat voor mijn moeder mee, die er - nog warm - een dikke plak van sneed met daarna boter erop. Verder lopend was aan de rechterkant voor het betonnen treinviaduct een opleidingsschool voor jonge mijnwerkers. Door ons kinderen oneerbiedig als 'koelpietjes!' nageroepen als ze in rijen van twee kwamen langsgemarcheerd. Op het fietspad aan de overkant zag je de mijnwerkers na de sjieg (de ondergrondse dienst) vermoeid naar huis toe rijden. Vaak met een pinopet op, shaggie op de onderlip en de voeten enigszins uit elkaar op de trappers, omdat ze hun tas over de stang hadden geslagen. Tegenover Kerensheide lag 'de Sjteinberg' (afvalberg van steen uit de wasserijen). De grote cirkelvormge grijze vlek die je nu nog op Google Earth kunt vinden is het restant ervan. Deze 'berg' lag ingeklemd tussen de Staatsmijn Maurits en het SBB (Stikstofbindingsbedrijf). Tussen de Steenberg en Kerensheide lag een groot, altijd druk bereden rangeerterrein. Mevrouw Patinama schreef: "Van mijn moeder heb ik gehoord dat zij met haar moeder en mijn zus in de oorlogstijd in de Steenberg heeft geschuild voor de bommen". Vanaf het rangeerterrein aan de voet van de Steenberg gingen de geladen spoorwagons over het betonnen viaduct naar de haven van Stein. Voor je Kerensheide helemaal uitging, bij de driesprong van de Mijnweg en de weg naar Geleen, was er nog een groepje huizen waarin café Spoorzicht (Harms), een bakker (Drenth) en een bandenreparatiebedrijf waren gevestigd. Verder waren er een rijdende melkboer en de groenteboer met kar en paard. Dat was een oude Pool genaamd 'Sjeng'. Met de wagen, de rode weegschaal heftig slingerend aan de achterkant, deed hij zijn ronde in Kerensheide. Hij sprak een mengsel van Pools en Limburgs. Toen op een keer het paard er alleen met de kar vandoor ging, rende hij er in het Pools vloekend achteraan. Wij kinderen waren dol op hem want hij gaf ons vaak een appel of een peer. De bushalte tegenover het begin van de Kerensstraat was de halte voor de blauwe bussen van de EBAD (Eerste Beekse Autobus Diensten). Schertsend ook wel 'Eerst Betalen Anders Deruit' genoemd. Boven de chauffeur hing het bordje: 'Niet spreken met de bestuurder', maar: ôs mooders sjtonge ummer mit 'm te kalle. Ik was gefascineerd door het glimmend gepoetste koperen brandblusapparaat naast de chauffeur. Het culturele leven en de vrije tijd van het staatsmijnpersoneel werden gefaciliteerd door de Staatsmijnen, met het Steinerbos als grote trekpleister. Massaal bezocht men daar op zondag de speeltuinen, de roeivijver of het openluchttheater. Verder waren er de wandelingen door de korenvelden van Hennekens en, als je geluk had, zondags met de familie naar de ijscoman, gelegen achter het viaduct. Daar kregen we een SiBeMa-ijsje (Sittard-Beek-Maastricht). Bijna alle inwoners van Kerensheide tuinierden in 'der gaard' (tuin) of 'der mosem' (moestuin). Braakligende stukken grond tusen de huizen waren ook weer gezamelijke moestuinen (zie achtergrond kleurenfoto). Sommigen hielden duiven. En er werd in de schuurtjes druk geknutseld met het afval van de diverse staatsmijnbedrijven. Euver wat ich mich wier nog herinner Wo is dat kleen plaetsjke gebleve wo veur aes kènjer sjpeelde, kattekaod oethoalde en gewoean gelökkig woare? Dae vroag sjtilde ich mich in 't veurjoar van 2010. Doe bin ich truukgegange om te zeen of der nog get euver woar van daen tied. Ich bin gevare van Mesjtreech langs 't Julianakanaal en Sjtein noa 'hoes', de Kaereshei. Ich mot uch zigke wieanig woar nog te vinge. Waal woar 't plaetsjke bie Sjtein 'de Patersbaek' (zie foto, red.) nog ummer wie 't vreuger woar. Doa wo veur zjwomme, "sjeper pakde" om mit te vare bis Bunj. Soms koosjte veur gein sjeep miea truukkriege en mooste veer loupe euver dat sjmaal paedje mit die helle steinkes om heivisj te gerake. Wie ich al sjreef in mien stökske hie in't hollèsj woar d'r gein sjpoor miea van de Kaereshei euver. Ouch neet van ôzze sjoeal de St. Jozefschool in Sjtein, doa wo Gommers de boavemeister woar. Allein 't Sjteinerbos mit zien Bokkeriejersbeildj aan den ingank woar nog doa. De roeiviever en `t restaurant - wo (op dat moment) geine miea in zoot - 't besjtong nog. De Kaereshei-luu woare gooi luu. Jederinne wirkde op de koel, dat wil zigge: op ein van de bedrieve (stikstofbindingsbedrijf SBB en cokesfabriek Emma, thans opgegaan in DSM, zie verder bij Geleen, red.) die doa bieheurde. De luu woare mekkelik, deure sjtonge oape, mooders en de kènjer leepe in en oet, get wat men mich in dizzen tied neet miea veur kin sjtille. Wat ich gaer zouw wille weite: zind der nog gegaeves of foto's euver daen tied dat Kaereshei geboewd woar, den architect, en de tied veur, in en noa den oorlog? Doa zou ich gaer get miea wille euver sjrieve en loate zeen. Weerkerensheide: naschrift Nu, ruim een jaar na het schrijven van bovenstaande, is er contact ontstaan met diverse Oud-Kerensheide-bewoners die met hun aanvullingen en foto's dit verhaal meer kleur en diepte hebben gegeven. Niet lang na publicatie meldde zich mijn oude schoolvriend Hans, die mij van toen af aan trouw ging bijstaan met het achterhalen van allerlei gegevens. De belangrijkste daarvan zijn verwerkt in het artikel. In november 2011 zijn we teruggegaan naar de plek waar Kerensheide (geografisch) ooit lag. De Kerenshofstraat, inmiddels Kerenshofweg, bestaat nog: het is nu één lange rechte weg van Krawinkel tot aan het klaverblad Kerensheide. Er staat geen enkele bebouwing meer. Over de hele lengte is de Kerenshofweg nu voorzien van hekwerken voor het DSM-terrein. Met daarachter in een groene parkachtige omgeving hier en daar - moest daarom nu alles gesloopt worden?... - een chemische installatie. Hier en daar loopt er een aluminiumkleurige pijpleiding over de weg heen. Alleen de inmiddels geel geverfde 'Mijnbrug' - die nu van niets naar niets lijkt te voeren - ligt er nog. De Kerenshoflaan is groener dan groen. Met onze neuzen tegen het gaas gedrukt, de vingers gekromd in het hekwerk om niet achterover in de greppel te vallen, zagen we in een parkachtige omgeving de bomenrijen van de straten staan die ooit de onze waren: de Gravin Odastraat, de Graetheidelaan, de Kerensstraat. Waar de Kerenshof lag, is nu een grote parkeerplaats. Op de flanken van de inmiddels gedeeltelijk afgegraven en van zijn 'mythische hoogte’ ontdane Steenberg liepen schapen te grazen (ook de 'berg' was groen geworden). Als berggeiten. Een - symbolische - terugkeer van de schapenteelt die er ooit op de Kerensheide was. Hopelijk geeft DSM ons nog eens de kans daar eens over 'de straten’ van Kerensheide te lopen. Ze liggen er namelijk nog allemaal! (op Google Earth zijn ze nog te zien). Een bescheiden foto- of filmverslag zou een welkome 'finishing touch' aan dit artikel kunnen geven. En: het zou mooi zijn als DSM of de gemeente een monument of een infopaneel aan deze bijzondere plaats zouden willen wijden. NB: Dit verhaal is geschreven uit persoonlijke herinnering, het is geen exacte geschiedenis. Gegevens van de bouw van Kerensheide, de Kerenshof, en zijn eerste eigenaar komen uit het boek: 'Herinneringen aan Oud-Kerensheide' van Macco en Rooyackers (uitverkocht). Met dank aan Hans, Petra en Monique Hennekens, moeder en zoon Patinama en anderen. Na melding kunnen scholen of heemkunde-instellingen het artikel voor studie gebruiken. Commercieel gebruik wordt niet toegestaan. Foto's blijven eigendom van de desbetreffende eigenaren. François Toussaint, januari 2012.

Toen op 20 juli 2010 de

Toen op 20 juli 2010 de gemeente en Chemelot de bewoners inlichtte dat men besloten had hun woonbuurt van de kaart te vegen, sloeg dat inderdaad in als een bom. Een enkeling zag de zilvervloot binnenvaren, de meesten waren vol onbegrip. In de dagen erna werd aan ieder gezin de vraag 'wonen jullie momenteel graag in het Mauritspark' voorgelegd. Unaniem (en met 100% deelname) werd hier 'ja' op geantwoord. Enkelen gaven toen aan dat het hun niet slecht uitkwam indien de gemeente de huizen zou opkopen aangezien ze toch al van plan waren om binnen enkele jaren te verhuizen vanwege hun persoonlijke omstandigheden (leeftijd, wooncarriere). Uit documenten blijkt dat het er helemaal niet toe doet wat er in het Mauritspark zou moeten komen. Sterker nog, de gemeente heeft meermaals aangegeven dat er geen enkel plan met enige concreetheid is aangaande invulling van het 'industrieterrein'. Men komt niet verder dan 'industrieterrein in groene setting'. Nee, de echte reden waarom bewoners uit het Mauritspark weg moeten staat glashelder verwoord in een stuk wat niet aan de gemeenteraad ter hand is gesteld : wanneer het Mauritspark weg is worden de installaties van Chemelot meer waard omdat men minder last heeft van milieubeperkingen. Een puur economische reden om Chemelot te gerieven. Kerensheide heeft eenzelfde lot ondergaan. Daar betrof het een buurt/wijk(/dorp) met huurhuizen eigendom van de Staatsmijnen. Nu betreft het een buurt met particuliere huizen. Het maakt blijkbaar geen bal uit : mensen zijn (ook nu nog) een speelbal van heren die geen enkel gevoel voor historisch besef of gevoel voor bewoners hebben. "Maatschappelijk verantwoord ondernemen" . Men heeft er de mond vol van, maar het is niet meer dan een kreet. "Historisch gegroeide overlast". Pure drogreden. De overlast is vele malen groter geweest en cijfers wijzen uit dat na sluiting van de mijnen het vervoer vele jaren (tot 2005 en eigenlijk zelfs tot 2009) nagenoeg gelijk gebleven is. Chemelot wil NU meer gaan vervoeren. "Inwaartse zonering". Nog zo eentje, reeds in de tachtiger jaren is dat overeengekomen, nu veegt men een woonbuurt van de kaart en wil bovendien pal naast andere (Krawinkel/Lutterade) een nieuw rangeeremplacement bouwen. En dat terwijl men nog 100 ha beschikbaar heeft op het 800 ha grote Chemelotterrein. En wat doen gemeente en provincie? Ze knikken braaf ja om het hardst en betalen die private plannen ook nog eens voor zo'n 80% (NB Chemelot brengt 'grond' in (deze liggen al vele jaren braak). Die grond blijft eigendom van Chemelot en men rekent elk jaar een huuropbrengst middels leasing. M.a.w. uiteindelijk ontvangt men vanuit de belasting er nog jaarlijks geld voor ook terwijl men er daadwerkelijk geen cent voor hoeft uit te geven). Puur boekhoudkundige investering maar wel met als gevolg dat omwonenden de klos zijn en dat nog zelf betalen ook. Tijdens het buurtfeest in 2008 rees de vraag waarom het door Eugene Quanjel ontworpen monument slechts ten dele was gerestaureerd. Ik heb toen contact opgenomen met de zoon van Quanjel en het bleek dat er geen tekeningen noch (bruikbare) foto's van de decoratie van het middenstuk bestonden. Toen een oud-bewoonster (Marjo Stevelmans) in 2010 hoorde dat het Mauritspark zou moeten verdwijnen, schreef zij een paginagroot artikel in Zondagsnieuws. Enkele maanden later zag ik op een van de foto's uit het artikel dat er een klein stukje van dat middenstuk te zien was. Meerdere mensen van binnen en buiten het Mauritspark gaven toen al aan dat het toch erg jammer zou zijn indien dat stukje historie zou verdwijnen en dat dat toch zeker beschreven zou moeten worden. Daarop heb ik informeel een paar mensen benaderd die 'iets' met lokale historie te maken hebben. Tevens heb toen aan Marjo gevraagd of zij meer foto's had. En ja hoor, er bleken enkele foto's tussen te zitten die wel iets (doch niet alles) van dat fraaie middenstuk laten zien. Op de avond dat ik die foto's kreeg (5 maart 2011) kreeg ik een mail van Peer Boselie (Euregionaal Historisch Centrum) waarin gevraagd wordt hoe bewoners staan tegenover het verlenen van medewerking aan een project om de historie in kaart te brengen. In volgende gesprekken werd aangegeven dat Sabic, DSM, gemeente, de Hogeschool Zuyd, Fontys, Universiteit Maastricht, Trevianum of Graaf Huyn College, Domein, Heemkundevereniging, EHC en een Amsterdamse(?) toneelgroep zouden meewerken en er ook geld ter beschikking zou worden gesteld. Nadat de Raad op 6/7 juli 2011 haar 'jawoord' gegeven had voor 'ammovering' van het Mauritspark (verhullend taalgebruik door de gemeente want het klinkt zoveel beter dan 'van de kaart vegen', 'slopen', 'mensen uit hun huizen jagen', 'onteigenen van woningen') werd in de volgende bespreking gemeld dat de geldkraan dicht was gedraaid en Sabic en DSM zich hadden teruggetrokken uit het project. Het EHC zou alleen nog 'adviserend' meewerken doch niet zelf (professioneel) onderzoek doen. Het hele project was vanaf dat moment feitelijk slechts een stageopdracht voor geschiedenis en aardrijkskunde studenten en eigenlijk min of meer dood. Al snel bleek dat de focus van hun opdracht cijfermatig was en niet gericht op beleving van (ex-)bewoners. Ook de uitermate belangrijke gebeurtenissen in de tweede wereldoorlog vielen buiten de scoop van het onderzoek. Voor bewoners is juist die beleving interessant, cijfers interesseert hun in wezen niet. Daarom dat ik, in nauwe samenwerking met de Heemkundevereniging, aanvullend aan het studentenproject (en ook rapporterend in gezamenlijke besprekingen) een inventaristie van (ex-)bewoners ben gaan maken en publicaties (krantenartikelen, advertenties etc) verzameld heb. Ondertussen zijn bijna 700 (ex)-bewoners met naam bekend en heb ik met zo'n 40 ex-bewoners gesproken. Daarbij zijn veel heel leuke verhalen naar boven gekomen. Uiteraard ook veel foto's en zeer verrassende dingen zoals bv dat de eerste tennisbaan van Geleen in het Mauritspark heeft gelegen en dat beide Geleense tennisverenigingen van daaruit ontstaan zijn. Veel informatie omtrent de oorlog is boven water gekomen. Er blijken meerdere mensen gedecoreerd te zijn voor verzetsdaden en afgevoerd te zijn naar concentratiekampen in Duitsland. Filmmateriaal van koninklijk bezoek is opgedoken, schitterende foto's van festiviteiten in het kader van het 40-jarig regingsjubileum van Wilhelmina, meerdere personen hebben belangrijke sociale en maatschappelijke functies te hebben gehad etc etc. Gebleken is ook dat er meerdere mensen vanuit het Mauritspark naar Kerensheide verhuisd zijn en andersom. Ook zijn meerdere mensen naar de Nolenslaan verhuisd, meermaals 'op aandringen van' de Staatsmijnen. Dat de mensen uiterlijk 2012 weg zouden moeten zijn werd tijdens de bijeenkomst op 20 juli 2010 gezegd. Het blijkt evenwel zo'n vaart niet te lopen. Inmiddels heeft de gemeente aangegeven dat er pas vanaf 2018 onteigend gaat worden. Sterker nog : de grootste groep bewoners heeft aangegeven dat zij (grotendeels) graag willen blijven wonen, maar indien de gemeente perse door wil zetten zij bereid zijn om op basis van de wettelijke regelingen van de onteigeningswet te praten over verkoop van de woningen. Dit werd door de gemeente van de hand gewezen. In plaats daarvan heeft de gemeente een eigen regeling bedacht die er op neerkomt dat mensen aanzienlijk minder krijgen dan waarin de wet voorziet. Bovendien is reeds gebleken dat de gemeente ook nu nog ver onder de taxatiewaarde biedt. De gemeente benadrukt steeds 'we kunnen jullie ook laten zitten, ook nadat we enkele woningen hebben aangekocht en afgebroken'. Dit ondanks dat in genoemde documenten expliciet staat dat Chemelot, provincie en de gemeente zijn overeengekomen dat de gemeente tot onteigening zal overgaan. Door de handelswijze van de gemeente zijn mensen tegen elkaar opgezet en zijn er in 2011 twee groepen ontstaan. De ene (kleinere) groep wil perse zo snel mogelijk verkopen, de andere zou (grotendeels) het liefst blijven wonen. De sfeer en sociale samenhang heeft hier zeer onder te lijden gehad, maar is gelukkig weer aan het verbeteren. Ondanks dat de gemeente pas vanaf 2018 wil gaan onteigenen weigert men het eerste opgekochte huis (van een oude vrouw die 80000 euro minder heeft ontvangen dan de taxatiewaarde van het huis [ca 250000]; zij wilde echter perse kleiner gaan wonen en heeft het gemeentelijk bod daarom uiteindelijk toch maar geaccepteerd) te verhuren (NB er waren belangstellenden!!). Men wil het huis laten verkrotten en zo de buurt laten verloederen teneinde de mensen op deze wijze uit hun huizen te jagen. Deze handelswijze strijkt veel bewoners tegen de haren in en zal de bereidheid om middels verkoop mee te werken geen goed doen. Komende week zullen er korte interviews worden gehouden door middelbare scholieren en ook enkele interviews door professionals. De resultaten hiervan zullen vanaf 28 juni 2012 in een eerste expositie in de voormalige OVS-werkplaats in het Mauritspark (nu : dakdekkersbedrijf Arend van der Meer) te zien zijn. Doel van deze expositie is, naast presentatie van de resultaten, om mensen te attenderen op het project en additionele informatie (foto's, verhalen etc) boven water te halen. Begin volgend jaar zal er een grotere expositie worden gehouden in het Domein in Sittard. Er zijn nog hiaten in het overzicht van bewoning en ex-bewoners. Zelf zal ik proberen om die zoveel mogelijk te dichten. Daartoe zal ik ex-bewoners proberen te achterhalen en (proberen om) met hun in gesprek (te) gaan. Telkens weer is gebleken dat foto's en verhalen boven tafel komen die iets nieuws bevatten of dingen bevestigen of corrigeren waar weinig over bekend was. Bij deze roep ik ex-bewoners (en hun nabestaanden) en anderen die iets omtrent het verleden van het Mauritspark weten (bv ex OVSers, leraren/leerlingen van de omscholing) op om contact met mij op te nemen. Mijn bedoeling is om er een LEESBARE publicatie van te maken waarin de beleving van de mensen centraal staat.

Goedemiddag als kind van een

Goedemiddag als kind van een beambte van de MijnMaurits en jarenlang er te hebben mogen wonen doet dit artikel behoorlijk pijn.Mijn vader was Jo Waulthers hoofdbeambte van deze mijn. Als kind konden we errzvotten spelen treinenkijken enz .Jammer dit te moeten lezen nu hier.

Hallo , De Kerenshoflaan is

Hallo ,
De Kerenshoflaan is nooit Koestraat geweest , de Koestraat lag in het verlengde van de Burgemeester Lemmenstraat en kwam je langs het SBB en centraal Lab en kwam je uit bij de oude Postbaan.

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

Koempels voor altijd herinnerd

Koempels voor altijd herinnerd

  • nieuws
  • 10 dec 2015