Vaandelwijding in Schinnen

Vaandelwijding in SchinnenVaandel RK Werkliedenbond Schinnen, 1912. Detail. Collectie Continium discovery center Kerkrade 065312

In de eerste helft van de twintigste eeuw ontstonden in Limburg op provinciaal, regionaal en plaatselijk niveau honderden afdelingen van (voornamelijk) katholieke sociale organisaties, zoals werkliedenverenigingen en vakbonden. De leden manifesteerden zich achter een vlag of vaandel, die in beeldtaal vertelden waarvoor de organisatie stond. Continium discovery center in Kerkrade beheert een groot aantal vlaggen en vaandels, gerelateerd aan de sociale geschiedenis van de mijnbouw. De laatste aanwinst is het vaandel van de R.K. Werkliedenbond uit Schinnen, een bruikleen van het bestuur van de Sint Dionysiusparochie. Het prachtige vaandel is het object van de maand maart 2017.

Werkliedenbond 

De Limburgsche R.K. Werkliedenbond werd in december 1911 opgericht. Het was een samensmelting van de Limburgsche Volksbond en een aantal katholieke mijnwerkersverenigingen. De nieuwe Werkliedenbond was een zogenaamde standsorganisatie van arbeiders, gericht op godsdienstige en morele verheffing van zijn leden, zodat zij weerbaar zouden zijn tegen de invloed van de moderne industrie en van het socialisme. Daarnaast zag de Werkliedenbond ook de behartiging van materiële belangen als zijn taak. Daarvoor richtte de bond aparte organisaties op die zich bijvoorbeeld met huisvesting of met arbeidsbemiddeling bezighielden. De Werkliedenbond fungeerde als koepel van de sociale instellingen die in het leven werden geroepen. Daaronder vielen ook vakbonden, organisaties die zich richtten op een specifieke vorm van belangenbehartiging van werklieden: hun arbeidsomstandigheden en –voorwaarden in de bedrijven.
De Limburgsche R.K. Werkliedenbond was opgedeeld in afdelingen. In 1912 waren dat er, over de hele provincie, 54, met in totaal 5.400 leden. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, in 1939, waren de aantallen gestegen tot 195 afdelingen, met ruim 26.000 leden. Twee jaar later hield de Werkliedenbond op te bestaan, na weigering van het bestuur om een NSB-gevolmachtigde te accepteren. Onmiddellijk na de bevrijding van een deel van Zuid-Limburg werd de Werkliedenbond op 17 september 1944 heropgericht, maar nu onder de naam Katholieke Arbeidersbeweging (K.A.B.)

Een erecomité 

Vaandelwijding in SchinnenHet wapen van Schinnen in het vaandel (detail)De R.K. Werkliedenbond afdeling Schinnen werd in mei 1912 opgericht. Een zekere J. Hendriks was de eerste voorzitter; J. Cals secretaris. Kapelaan A.G.N. Vliegen (1879-1958),  een jaar eerder in de parochie benoemd, trad op als geestelijk adviseur.
Zoals bij katholieke organisaties gebruikelijk, organiseerde de nieuwe afdeling een feest rond de wijding van het verenigingsvaandel. Speciaal voor de gelegenheid werd een erecomité ingesteld, dat de feestelijkheden cachet moest geven. Niet de minste notabelen namen zitting in het comité. Naast lokale coryfeeën als pastoor-deken Th.A. Pennings en burgemeester Henri Pijls, waren onder meer vertegenwoordigd het Eerste Kamerlid A.H.J.H. Michiels van Kessenich, woonachtig in Nuth, J.B.C.E.M. graaf Marchand et d’Ansembourg, namens Gulpen lid van Provinciale Staten en de in Jabeek wonende veefokker en brander Jean Beckers, die voor het district Sittard afgevaardigde in de Tweede Kamer was.

Vaandelwijding 

De nieuwe afdeling liet er geen gras over groeien: al op zondag 2 juni waren de voorbereidingen voor de vaandelwijding en de bijbehorende festiviteiten getroffen. En men pakte flink uit. ‘Openluchtmeeting in Zuid-Limburg’, kopte het katholieke dagblad De Tijd twee dagen later. Het bijbehorende artikel gaf een uitgebreid verslag van het verloop van de feestelijkheden.
Jammer genoeg werkten de weergoden die dag niet mee. Het plensde. Het weiland waar muziekkiosken waren gebouwd, werd zo drassig dat men moest uitwijken naar de parochiekerk van Schinnen. Daar werd na de hoogmis het vaandel ingezegend.
’s Middags was er feest. Dat begon met een optocht door het dorp. De stoet stelde zich op bij het station van het Staatsspoor, waar vier muziekkorpsen en de plaatselijke verenigingen de vertegenwoordigers van werkliedenbonden uit andere plaatsen van de trein haalden. De route naar de kerk was versierd met erebogen en vlaggen. Marechaussees openden en sloten de cortège die uit zeven- tot achthonderd personen bestond. De inwoners van Schinnen hadden zich niet laten afschrikken door het slechte weer en stonden enthousiast langs de modderige wegen.
De hoofdmoot van de feestelijkheden in de kerk bestond uit een aantal stichtelijke voordrachten, afgewisseld door muziek en zang. De voornaamste feestredenaar was dr. Henricus J. Verhagen (1869-1951), docent op Rolduc en een befaamd spreker over sociale vraagstukken. Hij hield de zogenaamde vaandelrede, waarin hij de betekenis van het vaandel voor de vereniging toelichtte. Een ‘schitterend betoog’ volgens De Tijd, gekruid ‘met geestige […] en van humor tintelende voorbeelden, waardoor het talrijke auditorium meermalen in een vroolijke stemming gebracht werd.’ En dan te bedenken dat Verhagen zijn speech ‘geheel onvoorbereid’ moest houden. Hij verving niemand minder dan dr. Henri Poels, de onbetwiste leider van de katholieke sociale beweging. Poels had echter op het laatste moment moeten afzeggen, omdat een verstuikte voet hem het reizen onmogelijk maakte!
De twee volgende sprekers behandelden de doelstellingen van de Werkliedenbond. De Franciscaner pater Sigismundis uit Maastricht ging in zijn voordracht in op de rol van de bond bij de scholing van zijn leden op het gebied van godsdienst en geloofsleer. De ‘ontwikkeling van de werkman’ was het thema van de derde spreker, A.J.H. Hagdorn (1873-1941), eveneens een van de voormannen van de katholieke sociale beweging in Limburg.
Kapelaan Vliegen sloot de bijeenkomst met een dankwoord af. ‘De vergadering is in alle deelen uitmuntend geslaagd’, zo vatte De Tijd de middag samen.

Iconografie

Het vaandel van de RK Werkliedenbond afdeling Schinnen werd vervaardigd bij het atelier Jongeneel in Roosendaal. Daar koos men voor een luxe uitstraling door het gebruik van bordeauxrood en mosgroen zijdefluweel, waarop met gouddraad geborduurde voorstellingen en diverse applicaties werden aangebracht. De figuur links is de Heilige Jozef, patroon van de timmerlieden en van de arbeiders in het algemeen. Hij draagt zijn attributen: een lelie en een bijbel. Het centrale deel van het vaandel is in vieren gedeeld met op de kruising een cirkelvormig medaillon, waarin de belangrijkste beroepsgroepen van Schinnen in de vorm van symbolen zijn vertegenwoordigd. Dat zijn de gekruiste Schlägel und Eisen met de tekst Glück Auf (mijnwerkers), het aambeeld (smeden), de passer met winkelhaak (timmerlieden), de ploeg (boeren) en de troffel (bouwvakarbeiders). In de vier vakken rond het medaillon zijn wapenschilden aangebracht. Vanaf linksboven en met de klok mee zijn dat achtereenvolgens het gemeentewapen van Schinnen met onder meer de HH Dionysius en Gertrudis, het wapen van de provincie Limburg, het wapen van paus Leo XIII, die met zijn encycliek Rerum Novarum (1891) de aanzet gaf tot de oprichting van katholieke sociale organisaties, en het wapen van de RK Volksbond, waaruit de Werkliedenbond was voortgekomen.
Op de achterzijde van het vaandel is een rood kruis aangebracht en de tekst: Limburg aan Christus.Vaandelwijding in SchinnenVaandel RK Werkliedenbond Schinnen, 1912. Collectie Continium discovery center Kerkrade 065312Vaandelwijding in SchinnenVaandel RK Werkliedenbond Schinnen, achterzijde, 1912. Collectie Continium discovery center Kerkrade 065312

Mijnwerkers in Schinnen

Het prominent aanwezig mijnwerkerssymbool op het vaandel geeft aan dat deze beroepsgroep al in 1912 in Schinnen goed vertegenwoordigd was. Cijfers zijn er van drie jaar eerder, toen er een beroepstelling in Nederland werd gehouden. Op 31 december 1909 gaven in de gemeente Schinnen 118 mannen het beroep van mijnwerker op. Dat kwam neer op 17 procent van de mannelijke beroepsbevolking. In de loop van de twintigste eeuw nam voor de beroepsbevolking van Schinnen het belang van de werkgelegenheid in de mijnbouwsector sterk toe. In 1960, toen er weer een officiële beroepstelling werd georganiseerd, telde de gemeente 536 mijnwerkers, 37 procent van de mannelijke beroepsbevolking. Die werkten voornamelijk bij Staatsmijn Maurits in Geleen en bij Staatsmijn Emma in Heerlen, waarvan Schacht IV in Schinnen lag.Vaandelwijding in SchinnenSchacht IV van Staatsmijn Emma in Schinnen. Met de aanleg werd begonnen in 1947. Foto: 1960 (Fotocollectie DSM/demijnen.nl)

Vaandel RK Werkliedenbond Schinnen
Atelier Jongeneel, Roosendaal, 1912
Collectie Continium discovery center Kerkrade 065312 (bruikleen parochie Sint Dionysius, Schinnen)
(afmetingen:126 x 110 cm)
Object van de maand maart 2017

Serge Langeweg
Museumplein Limburg Kerkrade
februari 2017

Bronnen:
Jac. Jacobs, Het gouden boek der K.A.B. in Limburg 1900-1950. Vijftig jaren arbeidersbeweging in Limburg (Heerlen 1951)
Jac van de Boogard en Willibrord Rutten, De vlag dekt de lading (Leeuwarden/Maastricht 1989)
Serge Langeweg, Mijnbouw en arbeidsmarkt in Nederlands-Limburg. Herkomst, werving, mobiliteit en binding van mijnwerkers tussen 1900 en 1965 (Hilversum 2011)
‘Openluchtmeeting in Zuid-Limburg’ De Tijd, 4 juni 1912
‘Schinnense KAB bestaat 50 jaar’ Limburgsch Dagblad, 17 mei 1962
Paul van der Steen, ‘Rerum Novarum en de katholieke arbeiders’ Historisch Nieuwsblad 7 (2012): https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/29186/rerum-novarum-en-de-katholieke-arbeiders.html

  • Artikel
  • 1 maart 2017
  • door Serge Langeweg

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

‘Batik-werk in 7 kleuren’

‘Batik-werk in 7 kleuren’

  • artikel
  • 11 april 2017