Vlag en vlaggenstok van de Katholieke Arbeidersbeweging, afdeling Bocholtz (1953)

Vlag en vlaggenstok van de Katholieke Arbeidersbeweging, afdeling Bocholtz (1953)Vlag van de KAB, afdeling Bocholtz (1953) Foto Continium

In de serie Objecten van de maand, zijn al een aantal vaandels van diverse organisaties voorgesteld. De Brunssumse Barbara vereniging en de Poolse Vereniging in Brunssum werden al voorgesteld. Nu volgt het vaandel van de KAB in Bocholtz.

De afdeling Bocholtz van de Katholieke Arbeidersbeweging (KAB) vierde in 1953 haar vijftigjarig bestaan. In 1903 was er in Bocholtz een plaatselijke afdeling van de Limburgse RK Volksbond opgericht, onder voorzitterschap van L.H. Vliegen. De eerste secretaris was Jos. Grooten. Meteen na de oprichting telde de afdeling Bocholtz 90 leden. De Volksbond had tot doel de geestelijke en materiële belangen van katholieke arbeiders en kleine neringdoenden te behartigen.

In 1911 werden de Volksbond en de plaatselijke afdelingen omgevormd tot de Limburgse RK Werkliedenbond. Dit was een zogenaamde standsorganisatie, waarvan alleen arbeiders lid konden worden. De Werkliedenbond, die zoals zijn voorganger vele plaatselijke afdelingen kende, overkoepelde een veelheid aan activiteiten en organisaties op geestelijk en sociaal gebied. Van woningbouw tot arbeidsbemiddeling en van gezondheidszorg tot rechtshulp. Het doel was de katholieke arbeidersbevolking – mannen, vrouwen en kinderen - van de wieg tot het graf te begeleiden, te ondersteunen en te verzorgen. Een soort katholieke verzorgingsstaat dus. Ook vakbonden behoorden tot de organisaties die onder de koepel van de standsorganisatie vielen. Zij hadden het specifieke doel om de belangen van de arbeiders op het gebied van de arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden te behartigen.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de Werkliedenbond, die tijdens de bezetting was opgeheven, heropgericht, nu onder de naam Katholieke Arbeidersbeweging (KAB). Ook dit maal waren er allerlei plaatselijke afdelingen, zoals in Bocholtz. Naarmate de overheid zich meer en meer met de uitbouw van de verzorgingsstaat ging bemoeien, verschoof binnen de KAB het zwaartepunt van de activiteiten geleidelijk van standsorganisatiewerk naar vakbondswerk. Al bleef er in Bocholtz, zoals elders ook het geval was, daarnaast een afdeling van bijvoorbeeld de Nederlandse Katholieke Mijnwerkersbond actief. De KAB trad meer en meer op als een soort van federatie van vakverenigingen, waarvan de Mijnwerkersbond een van de belangrijkste was. De KAB en de Mijnwerkersbond werkten nauw samen.
Bocholtz was een mijnwerkersdorp. Bij de beroepstelling die het Centraal Bureau voor de Statistiek op 31 mei 1960 organiseerde, gaven in Bocholtz 541 mannen aan dat ze in de sector kolenmijnbouw werkzaam waren. Dat kwam neer op 48,2 procent van de mannelijke beroepsbevolking. Daarmee stond Bocholtz elfde op de ranglijst van gemeenten met de hoogste percentages mijnwerkers op de plaatselijke mannelijke beroepsbevolking. Alleen Eygelshoven, Brunssum, Schaesberg, Ubach over Worms, Kerkrade, Nieuwenhagen, Hoensbroek, Schinveld, Jabeek en Amstenrade scoorden nóg hoger. Mijnwerkers uit Bocholtz waren voornamelijk werkzaam op de mijnen in Kerkrade en Schaesberg: de Domaniale, de Willem-Sophia, Staatsmijn Wilhelmina en de Oranje-Nassau Mijn II.

Vlag en vlaggenstok van de Katholieke Arbeidersbeweging, afdeling Bocholtz (1953)Vlaggenstok van de KAB, afdeling Bocholtz. Foto ContiniumBij gelegenheid van het gouden jubileum van de plaatselijke KAB-afdeling in 1953 ontwierp en vervaardigde juffrouw Lerschen, onderwijzeres in Bocholtz, een nieuwe vlag. Centraal op de zijden vlag beeldde zij Sint-Jozef af, patroonheilige van de timmerlieden en van de arbeiders in het algemeen. Aan de onderzijde bevindt zich het symbool van de KAB: een kruis, verwijzend naar het geloof, en de combinatie van een tandwiel en een hamer, symboliserend de samenwerking tussen kapitaal en arbeid. Hetzelfde symbool is ook boven op de vlaggenstok aangebracht. Links van Sint-Jozef is een metselaar afgebeeld met een baksteen en een troffel in zijn handen. Natuurlijk mocht ook de mijnwerker niet ontbreken. Rechts op de vlag breekt hij in de pijler steenkool los met behulp van een afbouwhamer.
De vlag van de KAB werd meegedragen tijdens de processie, bij optochten en bij begrafenissen van leden. Ook tijdens de jaarlijkse Barbaraviering op 4 december werd de vlag prominent gepresenteerd.

Vlag en vlaggenstok van de Katholieke Arbeidersbeweging, afdeling Bocholtz (1953)
Collectie Continium Discovery Center Kerkrade 061052.01/02
(afmetingen: 170 x 134)
Object van de maand januari 2013

Dr. Serge Langeweg (1958) studeerde sociale- en economische geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Hij is wetenschappelijk medewerker van het Continium Discovery Center in Kerkrade. Serge Langeweg schrijft regelmatig artikelen voor www.demijnen.nl.

Bronnen:
http://www.demijnen.nl/actueel/artikel/historisch-overzichtsartikel-over-de-mijnbouw, dd 27-03-2012
Jac. Jacobs, Het gouden boek der K.A.B. in Limburg 1900-1950 (Heerlen 1951)
Serge Langeweg, Mijnbouw en arbeidsmarkt in Limburg. Herkomst, werving, mobiliteit en binding van mijnwerkers tussen 1900 en 1965 (Hilversum 2011)


  • Artikel
  • 6 januari 2013
  • door Serge Langeweg

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...