Laat jury maar aan Olivier over

Laat jury maar aan Olivier over

Oliver Scheytt was directeur van Ruhr 2010. Nu moet hij als adviseur zorgen dat Maastricht de titel culturele hoofdstad van Europa 2018 binnenhaalt. Als Oliver Scheytt, een grote rijzige man, de ontmoeting met een ferme handdruk heeft ingeluid, wijst hij op zijn zwarte driedelige pak. „Ik heb hetzelfde aan als toen, bij de opening van Ruhr 2010." We moeten er niks achter zoeken, het is puur toeval.

Maar de brede glimlach verraadt mooie herinneringen. „Het was onvergetelijk. Veel mensen, veel media. Het spektakel werd live uitgezonden op de Duitse televisie." Het complexe project cultuurhoofdstad in het Roergebied, met de stad Essen als middelpunt, heeft inmiddels het stempel ‘succesvol' meegekregen. Scheytt vindt dat je met cultuur zelfbewustzijn kunt opbouwen. De wereld keek in de zomer van 2010 vol verbazing toe hoe bijna een miljoen mensen op de afgesloten autobaan tussen Dortmund en Bochum wandelden, fietsten en picknickten. „We plukken nog steeds de vruchten van de titel. Voor dit jaar hebben de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen en het regiobestuur allebei 2,4 miljoen euro beschikbaar gesteld om cultuur in dit gebied blijvend te versterken. Het geld gaat naar kunst in de stedelijke ruimte, toerisme en de creatieve industrie. Twintig musea hebben een netwerk opgebouwd waarin ze samenwerken. Zo'n twaalf kunstverenigingen geven samen een informatiefolder uit. Dat is allemaal pure winst."

Van het Roergebied naar Maastricht: hoe zijn de eerste contacten gelegd?

„Odile Wolfs, destijds cultuurgedeputeerde van de provincie Limburg, heeft me voorgesteld aan dekwartiermakers van Maastricht, Huub Smeets en Guido Wevers. Op een bijeenkomst in Düsseldorf heb ik daarna nog kennisgemaakt met de andere Nederlandse steden die in de race zijn. Ze hebben me allemaal benaderd voor een adviseurschap, maar Maastricht spreekt me toch het meeste aan. Sinds afgelopen zomer voorzie ik Huub en Guido van advies.

Waarom Maastricht en niet een van zijn concurrenten, zoals Eindhoven of Utrecht, die ook een gooi doen naar de titel?

"Maastricht is voor mij een begrip. Het is, voor mij persoonlijk, ook nog eens dicht bij huis. Maastricht is een naam met internationale uitstraling. Niet alleen door het verdrag. Je loopt er door de geschiedenis, de stad beschikt over interessante architectuur. De samenwerking met Luik en Aken spreekt me aan. Het zijn alle alle drie steden die in eigen
land een positie in de marge bekleden. Het zijn niet de belangrijkste steden, maar ze hebben allemaal een duidelijk profiel. Zeker in Europa. Dat is een spannend gegeven. Een mini-Europa, ja.

Wat is tot dusver de belangrijkste raad die u heeft versterkt?

„In 2001 ben ik begonnen aan het project Ruhr 2010. Ik heb dus veel ervaring opgedaan als het gaat om de opzet van het bidbook, hoe je de hoofdstukken indeelt, hoe je de Europese dimensie moet beschrijven. Je moet zorgen dat je zaken niet van boven oplegt. Betrek mensen erbij, zorg voor participatie van jongeren. Ik geloof in de aanpak van Maastricht. In het artistieke team zitten mensen met visie uit verschillende steden. Ik geloof dat Maastricht nu 32 gesprekken met burgers en betrokkenen heeft gevoerd. Het Noorse Stavanger vroeg inwoners om ideeën in te sturen, maar daardoor schep je de verwachting dat je er iets mee gaat doen. Dat werkt niet."

Laat jury maar aan Olivier overFeest op de AutobahnWaar bent u concreet mee bezig?

„Ik heb de teksten voor het bidbook gelezen en soms herschreven. Ik denk mee. Af en toe drop ik een idee. Misschien kun je nog iets doen met het Verdrag van Maastricht. Daarin werd voor het eerst cultuur als verbindend element genoemd. Dat is interessant. Als variant op Jean-Jacques Rousseau's contrat social zou je kunnen spreken van een contrat culturelle. Er is meer dan alleen de euro die ons bindt. En o ja, de jury is mijn lievelingsthema.

Verklaar u nader. Wat is uw tactiek?

„Ik ga daar niks over zeggen, de concurrentie leest mee. Maar geloof me, ik heb inderdaad een uitgesproken tactiek als het gaat om het omgaan met de jury. En die heeft uitstekend gewerkt voor Ruhr 2010. Ik ga die uiteraard verklappen aan Guido en Huub. Ze mogen er hun voordeel mee doen." 

Een groot kritiekpunt is de abstractheid waarmee nu wordt toegewerkt naar het verzilveren van de kandidatuur. Wat doet u daaraan?

„Dat blijft een moeilijk punt. Ik heb dat ook vaak gehoord. Het is vechten tegen sceptici die altijd zullen zeggen dat je hettoch nooit wordt. Vergeet niet dat het nog zes jaar duurt tot 2018. Je kunt niet verwachten dat je nu al een concreet programma klaar hebt liggen met projecten en activiteiten. Er verandert nog zo veel. In deze fase moet je vooral zorgen dat er optimale steun is, uit alle hoeken. Zeker ook politiek. En zorg voor een eigen, onderscheidend verhaal."

Als de titel binnen is, zullen de kwartiermakers ruimte maken voor een nieuw, fris team. Niks voor u?

„Het is een stressvolle baan. Ze mogen me best ergens vragen als museumdirecteur. Dat lijkt me nog wel leuk. Nee, ik heb tien jaar in de schijnwerpers gestaan. Ik ben blij dat ik het nu vanaf de zijlijn kan doen. 

Bovenstaand artikel verschoon op donderdag 9 februari 2012 in het Limburgs Dagblad

  • Nieuws
  • 9 februari 2012
  • door Caspar Cillekens en Branko Eijsse

Bekijk ook...