Barbara uit Brunssum

Barbara uit BrunssumTegelplastiek Sint Barbara, voorzijde. (Collectie Continium 065189)

Als patroonheilige van de mijnwerkers werd de Heilige Barbara veelvuldig afgebeeld. De beeltenis van Sinte-Berb komen we tegen op vlaggen en vaandels van mijnwerkersverenigingen, op glas-in-loodramen, op schilderijen en tekeningen. Beelden in alle soorten en maten werden ter ere van de schutspatroon geplaatst: in kerken en verenigingsgebouwen, maar ook in de openbare ruimte. In de mijnbedrijven zelf was Barbara eveneens present. Voordat hij ondergronds ging, prevelde menig mijnwerker een schietgebedje bij een schildering of beeldje van Barbara.
De devotie voor Barbara strekte zich uit tot bij de mijnwerkers thuis. Ook daar stond vaak een  beeldje op de schoorsteenmantel of hing een prent van haar aan de muur.
Het object van de maand oktober is een voorbeeld van zo’n eenvoudige beeltenis van de patroonheilige. Het is een tegelplastiek, vervaardigd bij het Kleiatelier Brunssum. Het object behoort tot de collectie van het Continium in Kerkrade.

Schutspatroon

De Heilige Barbara maakte aan het begin van de twintigste eeuw haar entree in de Limburgse mijnstreek. Haar verering werd meegebracht door mijnwerkers uit Duitsland die in de Limburgse mijnen kwamen werken. Barbara’s feestdag was op 4 december. Na de Tweede Wereldoorlog kregen de mijnwerkers die dag vrij en werden er allerlei festiviteiten in de mijnwerkersgemeenschappen gevierd.
De roots van Barbara liggen in de stad Nicomedia, in Klein-Azië, en gaan terug tot de vierde eeuw. Volgens de legende was Barbara een beeldschone koningsdochter met sympathie voor het christendom. Zij werd op een kwade dag door haar vader Dioscorus opgesloten in een toren. Sommige verhalen zeggen als straf voor haar bekering tot het christendom, een alternatieve versie houdt het erop dat de koning zijn dochter uit de handen van wat al te vrijpostige vrijers wilde houden. Hoe dan ook, Barbara werd christen en slaagde er in te ontsnappen. Met hulp van boven, want een bliksemschicht spleet de muren van de toren. Ze vond tijdelijke bescherming in een grot, maar Barbara werd door haar hardvochtige vader opgespoord en ter dood veroordeeld. Koning Dioscorus voltrok het vonnis eigenhandig met het zwaard. Zijn straf volgde onmiddellijk. Opnieuw kwam een bliksemschicht uit de hemel en de beul viel ter plekke levenloos neer.
Vanaf de zeventiende eeuw werd Barbara meer en meer de schutspatroon voor veel beroepen waar men met springstof werkte, zoals in de mijnbouw. De verwijzing naar de verwoestende kracht van de bliksemschichten in de legende is duidelijk. Het verblijf van Barbara in een grot, in het binnenste der aarde, was eveneens een herkenbaar element voor mijnwerkers. Begin twintigste eeuw verscheen Barbara dus ook in Limburg, waar ze als schutspatroon van de mijnwerkers de plaats innam van Sint-Catharina, die in de kolenmijnen rond Kerkrade van oudsher werd aangeroepen. Barbara uit BrunssumMijnwerkers voor een Barbarabeeldje op de 660 meter verdieping van Staatsmijn Maurits. (Fotocollectie DSM/Demijnen.nl)Barbara uit BrunssumMijnopzichter Salden, schilderij van Barbara op de 455 meter verdieping van Staatsmijn Maurits. (Collectie Continium 052350)

Iconografie

De legende van Barbara weerspiegelt zich in de attributen waarmee de heilige doorgaans wordt afgebeeld. Meestal is de toren te zien, waarin Barbara zou zijn opgesloten. Ook op het tegelplastiek is dat het geval. De toren heeft steeds drie vensters. Dat aantal staat symbool voor de Heilige Drievuldigheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Vaak ook draagt Barbara een zwaard, het wapen waarmee ze werd onthoofd. Barbara uit BrunssumGlas-in-lood-raam met de Heilige Barbara. Ontwerp Henri Jean Pieters, 1952. (Collectie Continium 052368)
De Barbara op het tegelplastiek is echter zonder zwaard afgebeeld. Wel houdt ze in haar rechterhand een palmtak, een symbool van haar martelaarschap. In de linkerhand draagt ze een miskelk. Dat attribuut verwijst naar de bescherming die Barbara zou bieden tegen een plotselinge dood. Aan de onderzijde van de tegel is de naam S. Barbara aangebracht en de lettercombinatie O.P.N. Dat is een afkorting van Ora pro nobis, Latijn voor ‘bid voor ons’ Barbara uit BrunssumTegelplastiek Sint Barbara, voorzijde. (Collectie Continium 065189)

Kleiatelier Brunssum

De tegel werd omstreeks 1946 vervaardigd bij het Kleiatelier Brunssum (KAB). Na een klein jaar van voorbereidingen was op 1 februari 1939 het KAB geopend in een houten gebouw aan de Prins Hendriklaan in Brunssum, onder de rook van Staatsmijn Hendrik. Het atelier was een initiatief van het Fonds voor Sociale Instellingen van Staatsmijnen (FSI) en beoogde werk te verschaffen aan jongens die niet geschikt waren voor de zware mijnarbeid. De eerste artistiek leidster was de beeldhouwster Marianne Hellwig-Blaauw (1906-1946). Zij richtte haar aandacht vooral op de vakbekwaamheid van de leerlingen en op hun kunstzinnige vorming.  Naast die educatieve taak had het KAB kunstenaars in dienst die voor het atelier siervoorwerpen en serviezen ontwierpen. De kunstenaars kregen er ook de gelegenheid eigen werk uit te voeren. In de jaren 1940 werkten kunstenaars als Edmond Bellefroid, Pierre Daems, Sjef Drummen en Renald Rats voor het KAB. Helaas is niet bekend wie het tegelplastiek met de Heilige Barbara ontwierp.
Aan het eind van de jaren 1940 had het atelier succes met zijn kunstvoorwerpen. De producten vonden gretig aftrek op de binnen- en buitenlandse markt. De financiële resultaten van de onderneming bleven daarentegen achter bij de verwachtingen. In 1950 deed het FSI het atelier van de hand. Er kwam op 1 juli van dat jaar een nieuwe onderneming tot stand:  de NV NIKEMA (Nederlandse Industrie voor Keramisch Emballage Materiaal). De productie van kunstzinnige voorwerpen raakte op de achtergrond. NIKEMA maakte voornamelijk huishoudelijke keramische producten. Ondanks die koerswijziging was ook deze onderneming geen lang leven beschoren. In 1960 viel het doek.

Cloisonnerie

Het Kleiatelier Brunssum verwerkte voornamelijk klei die door afgekeurde mijnwerkers op de Brunssummerheide werd afgegraven. De klei werd op Staatsmijn Hendrik verder bewerkt tot bruikbare boetseerklei.
De tegel is gevormd in een gipsmal. Een plaatje klei werd daarbij in de vorm gedrukt. Op deze manier kon eenvoudig een voorstelling in reliëf worden verkregen. De vorm met daarin de klei werd vervolgens een tijdje weggezet. De klei kon dan drogen. Door de krimp die daarbij optrad, kon de tegel makkelijk uit de vorm worden gehaald. De tegel ging dan de oven in, waar hij bij een temperatuur van ongeveer 1200 graden Celsius werd gebakken. Opvallend kenmerk van de Brunssumse klei is dat hij na het bakken geel- of bruinachtig kleurt.
Het reliëf van de tegel is opgebouwd uit een aantal verschillende vlakken, van elkaar gescheiden door een iets verhoogde rand. Nadat de tegel gebakken was, werden die vlakken opgevuld met gekleurd glazuur. De randen voorkwamen het door elkaar lopen van de glazuren. Deze werkwijze staat bekend als de cloisonnétechniek, een  decoratietechniek die oorspronkelijk werd toegepast bij het emailleren van metalen kunstvoorwerpen.
Wanneer het glazuur was aangebracht, ging de tegel nog een keer de oven in. Bij een temperatuur van ongeveer 1000 graden Celsius hechtte het glazuur zich aan het aardewerk.
Aan de achterzijde is de tegel voorzien van het beeldmerk van het Kleiatelier: de letters KAB in drie kleine cirkels.Barbara uit BrunssumDe achterzijde van het plastiek met het beeldmerk van het KAB. (Collectie Continium 065189)

Tegelplastiek Sint Barbara
Kleiatelier Brunssum (KAB), klei, omstreeks 1946
Collectie Continium Discovery Center Kerkrade (065189)
(afmetingen: 1,5 x 8,5 x 21 cm)
Object van de maand oktober 2014

Serge Langeweg
Continium Discovery Center Kerkrade
oktober 2014

Bronnen:
Jan Pluis, Nederlandse tegels 1900-2000 (Leiden 2008)
E. Hermans en S. Broers, ‘Het Kleiatelier te Brunssum’ In: Bron van Brunsham deel 2. Brunssum in kannen en kruiken. Geschiedenis van de aardewerkindustrie in Brunssum (Brunssum 1994) 35-41
P. Frische, ‘Het Klei-atelier te Brunssum’ In: M. Kemp (red), Mijn en spoor in goud (Maastricht 1952) 324-326
‘Kunst en keukengerei. Over een belangrijk cultureel centrum van onze mijnstreek’ Steenkool jaargang 2 (1947) 479-481, 497

  • Artikel
  • 1 oktober 2014
  • door Serge Langeweg

3 reactie(s)


Reacties

Prachtig artikel. Ik ben al

Prachtig artikel. Ik ben al jaren bezig te onderzoeken welke nationaliteit de heilige Barbara had. Mijn inziens was zij van Romeinse afkomst. Tot nu toe heeft mij nog niemand deze vraag beantwoord en de reacties zijn ook vaak tegenstrijdig. Glück Auf, Wim (Barbaar betekent vreemdeling)

leuk dit gelezen te hebben

leuk dit gelezen te hebben als oud O,V.S.er op de Hendrik

Er valt nog veel meer te zien

Er valt nog veel meer te zien over Barbara en de andere mijnheiligen Anna, Catharina, Jozef, Calistus en Leonardus vanaf 5 december 2014 t/m 26 juni 2015 in Museum Het Domein in Sittard met als titel And the winner is...Barbara, over Mijnheiligen en migranten

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

‘Batik-werk in 7 kleuren’

‘Batik-werk in 7 kleuren’

  • artikel
  • 11 april 2017
Vaandelwijding in Schinnen

Vaandelwijding in Schinnen

  • artikel
  • 1 maart 2017