Over de mijnbouw

Over de mijnbouwDe re metallica (Collectie Continium)

In 1556 verscheen De re metallica, een mijnbouwkundige verhandeling van de Duitse arts en wetenschapper Georgius Agricola. Het Continium bezit een druk uit 1657, in Basel uitgegeven door Emanuel König. Agricola’s boek, dat tot in de achttiende eeuw een belangrijk standaardwerk over mijnbouw zou blijven, is het oudste stuk uit de rijke mijnbouwcollectie van het Continium.

Agricola

De auteur van het boek werd op 24 maart 1494 geboren in het plaatsje Glauchau in Saksen (het oosten van Duitsland). Zijn eigenlijke naam was Georg Bauer. Waarschijnlijk tijdens zijn studietijd op de Latijnse school van de nabijgelegen stad Zwickau werd zijn naam, naar goed gebruik in geleerde kringen van die tijd, letterlijk in het Latijn vertaald tot Georgius Agricola.
Agricola maakte een indrukwekkende carrière in de wetenschap. Hij studeerde theologie, taalwetenschappen en filosofie in Leipzig. Vervolgens vertrok hij naar Italië waar hij aan de universiteiten van Bologna, Venetië en Padua natuurwetenschappen en medicijnen studeerde. Na zijn promotie tot doctor in de geneeskunde keerde hij terug naar zijn geboortestreek, een van de belangrijkste (erts-)mijnbouwgebieden van Midden-Europa. Hij werkte als stadsarts in Joachimsthal en Chemnitz, maar naarmate hij daar in aanraking kwam met de mijnbouwkunde, de mineralogie en de verwerking van ertsen verschoof zijn aandacht van de geneeskunde naar de mijnbouwtechnische wetenschap. Agricola begon mondeling overgeleverde kennis op het gebied van mineralogie en mijnbouwkunde te verzamelen en te ordenen. Die traditionele kennis vergeleek hij met beschikbare schriftelijke bronnen. Agricola groeide uit tot een onbetwiste deskundige op die vakgebieden. Zijn deskundigheid werd erkend door Moritz en August, keurvorsten van Saksen, die hem zelfs een jaargeld toekenden. Voordat hij in 1533 met zijn hoofdwerk De re metallica begon, publiceerde hij een aantal voorstudies over mineralogie en mijnbouwkunde. In 1550 was de tekst voor De re metallica klaar. Maar het werk verscheen pas in 1556 voor het eerst in druk. Agricola mocht dat niet meer meemaken. Vier maanden vóór de publicatie overleed hij op 21 november 1555 in Chemnitz, 61 jaar oud.Over de mijnbouwDe re metallica (Collectie Continium)Over de mijnbouwDe perkamenten band van De re metallica. (Collectie Continium)

De re metallica

Agricola schreef zijn verhandeling in de taal van de wetenschap, het Latijn. De re metallica betekent kort gezegd: over de mijnbouw. De tekst is opgedeeld in twaalf hoofdstukken of boeken, Libri XII zoals in de titel van het werk staat. Op systematische wijze behandelde Agricola in de twaalf hoofdstukken talloze aspecten van de 16e-eeuwse mijnbouwkunde en de verwerking van ertsen.
In de eerste vier boeken bracht Agricola een aantal algemene thema’s uit de mijnbouw ter sprake. Zo ging boek 1 over de kennis en vaardigheden waarover een ondernemer moest beschikken om met succes een mijn te kunnen ontginnen. Hij diende mijnbouwtechnisch onderlegd te zijn, maar moest ook wat weten van geologie, mineralogie, mijn- en landmeten, mijnrecht en zelfs geneeskunde. Gewapend met die kennis en kunde kon de ondernemer dan een locatie voor zijn mijnontginning gaan bepalen. In boek 2 gaf Agricola richtlijnen voor de locatiekeuze. De aard van het landschap (was het terrein heuvelachtig, was het bebost, was er water) was een punt van overweging, evenals de aanwezigheid van transportwegen. Ook was de houding van de landvorst en de plaatselijke bevolking ten opzichte van de mijnontginning een factor waarmee terdege rekening moest worden gehouden.
Het derde boek ging over de wijze waarop ertslagen en mineralen in de natuur voorkomen en in boek 4 stelde Agricola het mijnrecht aan de orde. Hier legde hij en passant ook de taak van de mijnopzichter uit. Die functionaris was belast met de leiding over het eigenlijke mijnwerk en oefende toezicht uit op zijn ondergeschikte arbeiders. Natuurlijk diende hij zelf het goede voorbeeld te geven en in staat te zijn om zijn arbeiders in het vak van mijnwerker te onderrichten.
Het vijfde en zesde boek hadden de mijnbouwtechnische kant als onderwerp. In boek 5 richtte  Agricola uitgebreid de focus op de aanleg van schachten, tunnels en galerijen. Veel aandacht schonk de auteur aan de mijnmeterij, een onmisbaar vakgebied voor de aanleg en uitbouw van de ondergrondse werken. In boek 6 werden de werktuigen, gereedschappen en machines behandeld die in de 16e-eeuwse mijnbouw werden gebruikt: hakken, schoppen, bijlen, breekijzers, krui- en mijnwagens, tonnen en leren zakken. Ook allerlei methodes om de ondergrondse ventilatie te regelen, passeerden in tekst en afbeeldingen de revue: van blaasbalgen tot mijnwerkers die met een soort van laken wapperden. De strijd tegen het mijnwater kwam eveneens uitgebreid in dit boek aan bod. Agricola legde omstandig de werking uit van pompinstallaties. Die bestonden uit stelsels van buizen gemaakt van uitgeholde boomstammen, aangedreven door mensen-, paarden-, of waterkracht.Over de mijnbouwAllerlei methoden om in een schacht af te dalen. (houtsnede uit De re metallica)Over de mijnbouwEen pompinstallatie, aangedreven door waterkracht. (houtsnede uit De re metallica)
Tenslotte stond de medicus Agricola in dit boek stil bij mijnongevallen en beroepsziekten. Hij waarschuwde bijvoorbeeld al voor een overmaat aan stof, die ziekten als tering en astma kon veroorzaken.
Over de boeken 7 tot en met 12 kunnen we verder kort zijn. Die gingen over de verwerking van ertsen die in de mijnen werden ontgonnen. Van het smelten van goud tot de vervaardiging van glas. Over de verwerking van steenkool sprak Agricola overigens niet.

Houtsneden

De re metallica had een didactisch doel. Om de inhoud te verduidelijken en ook aantrekkelijk te maken voor een publiek van niet-specialisten was het boek voorzien van 273 illustraties. Dat waren houtsneden die met de hand vervaardigd werden. In zijn voorwoord noemde Agricola niet de naam van de maker van de houtsneden, maar meldde hij wel dat hij illustratoren had ingehuurd. Uit andere bronnen zijn echter de namen van twee illustratoren te achterhalen. Het gros van de 273 houtsneden werd gesneden door Basilius Wefring die zijn atelier had in Joachimsthal. 62 andere illustraties zouden van de hand zijn van Hans Rudolph Manuel Deutsch, een kunstenaar uit Bern.
Het arbeidsintensieve karakter van het vervaardigen van de uitgebreide en gedetailleerde houtsneden was de belangrijkste reden dat de publicatie van het boek moest worden uitgesteld tot 1556. De eerste vertaling – in het Duits – verscheen een jaar later.Over de mijnbouwDoorsnede van een pompinstallatie, aangedreven door waterkracht. (houtsnede uit De re metallica)Over de mijnbouwEen methode van ventilatie. (houtsnede uit De re metallica)

Georgius Agricola, De re metallica libri XII
E. König, Basel 1657
(afmetingen 35x21 cm)
Collectie Discovery Center Continium Kerkrade 056488
Object van de maand november 2014

Serge Langeweg
Continium Discovery Center Kerkrade
november 2014


Bronnen:
Klaus Tenfelde, Stefan Berger en Hans-Christoph Seidel (ed), Geschichte des deutschen Bergbaus Band 1: Christoph Bartels en Rainer Slotta (ed), Der alteuropäische Bergbau. Von den Anfängen bis zur Mitte des 18. Jahrhunderts (Münster 2012)
Georg Agricola, Zwölf Bücher vom Berg- und Hüttenwesen (München 1977)
C.E.P.M. Raedts, ‘Georg Agricola’  Steenkool IX (december 1954) 380-383; Steenkool X (januari 1955) 24-27; Steenkool X (februari 1955) 56-59; Steenkool X (juli 1955) 138-140

  • Artikel
  • 3 november 2014
  • door Serge Langeweg

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

‘Batik-werk in 7 kleuren’

‘Batik-werk in 7 kleuren’

  • artikel
  • 11 april 2017
Vaandelwijding in Schinnen

Vaandelwijding in Schinnen

  • artikel
  • 1 maart 2017