Schaalmodel van een betonblokkenkoker

Schaalmodel van een betonblokkenkokerSchaalmodel van een betonblokkenkoker, Collectie Continium discovery center Kerkrade (052038)

Om de steenkoollagen, diep in de grond, te bereiken was de aanleg van een uitgebreid stelsel van schachten, steengangen en galerijen noodzakelijk. De bouw van deze ontsluitings- en voorbereidingswerken kreeg ook tijdens de opleiding tot mijnwerker aandacht. Zeker in het mijnbouwkundig onderricht aan jonge, aankomende mijnwerkers op de OVS werd daarbij gebruik gemaakt van schaalmodellen. Het model van een betonblokkenkoker, uit de collectie van Continium discovery center, is het object van de maand januari 2017.

Aanschouwelijk onderwijs

De Limburgse mijnen bouwden, vooral na de Tweede Wereldoorlog, een stelsel van interne bedrijfsopleidingen op ten behoeve van het werk ondergronds. Een van de belangrijkste was de Ondergrondse Vakschool (OVS) die in 1945 werd opgericht. Dit was een opleiding voor jongens tussen de 14 en 18 jaar. Op de OVS kregen de scholieren algemeen vormende vakken, lichamelijke opvoeding en uiteraard lessen in mijnbouwkunde. Daarnaast leerden ze allerlei praktische vaardigheden die hen in het beroep van mijnwerker van pas zouden komen. De OVS volgde hierbij de handboeken van de verkennerijbeweging van Robert Baden-Powell (1857-1941), met als doel de beïnvloeding van de karaktervorming van de aankomende mijnwerkers.
In de lessen stonden aanschouwelijk onderricht en zelfwerkzaamheid centraal. Zo maakten de docenten mijnbouwkunde (meestal zelf ervaren mijnwerkers) in hun lessen gebruik van maquettes en modellen van onderdelen van het ondergrondse bedrijf. De maquettes lieten in driedimensionale vorm onder meer zien hoe pijlers, galerijen en steengangen moesten worden onderstut en op welke manier de ondergrondse galerijen de steenkolenlagen doorsneden.
De modellen werden vaak gemaakt door ouderejaars vakscholieren onder leiding van hun docenten. Ze waren van gips, hout en/of metaal.Schaalmodel van een betonblokkenkokerSchaalmodel van een betonblokkenkoker, Collectie Continium discovery center Kerkrade (052038)

Blokkenkokers

Voor het stutten van steengangen en galerijen in de mijn werd aanvankelijk hout gebruikt. Sedert de jaren 1920 was het bouwwerk echter in de meeste gevallen van ijzer en na de Tweede Wereldoorlog, vooral bij Staatsmijnen, van beton. In ieder geval moest de ondersteuning sterk genoeg zijn om de enorme druk van het gesteente erboven op te vangen. Een groot probleem waren ondergrondse storingen van het gesteente waarin de gangen en galerijen werden aangelegd. In het geval van een storing had het gesteente weinig samenhang en stabiliteit. Een ijzeren bouwwerk was dan niet sterk genoeg en zou door de enorme krachten die erop drukten, worden vervormd. Een constructie van betonblokken kon uitkomst bieden. Trapeziumvormige, betonnen blokken werden in de vorm van een ronde koker op elkaar gestapeld. Tussen de blokken onderling werden houten plankjes aangebracht. Daardoor werd de koker iets samendrukbaar en werden de betonblokken muurvast op elkaar geperst. Ook dienden de plankjes om oneffenheden in de betonblokken zoveel mogelijk op te vangen en voorkwamen ze dat de betonblokken zouden vergruizen. De ronde koker was een zeer duurzame ondersteuning en bestand tegen hoge belasting. Betonblokkenkokers werden ook  toegepast om een geringe luchtweerstand te realiseren in gangen die belangrijk waren voor de luchtcirculatie.
Het onderste gedeelte van de koker werd gevuld met gesteente. Daarop legde men de spoorrails voor de treinen die in de gangen het vervoer van mijnwerkers, kolen en materialen verzorgden.Schaalmodel van een betonblokkenkokerEen steengang in Staatsmijn Maurits, 1953. (Fotocollectie DSM/demijnen.nl)Schaalmodel van een betonblokkenkokerSchematische tekening van een betonblokkenkoker. (Driessen, Mijnbouwkunde, p.77)
Betonblokkenkokers waren echter erg duur in aanleg. Daarom werd deze constructie niet veel toegepast. Waar dat wel gebeurde, werkte men vaak in twee ploegen. De eerste ploeg dreef de gang door het instabiele gesteente en bracht een eerste provisorische ondersteuning aan. Een tweede ploeg volgde de eerste op de voet en bouwde de betonblokkenkoker. De ruimte tussen de betonblokken en de gesteentewand moest zorgvuldig met stenen worden opgevuld om de sterkte van de kokerconstructie te waarborgen.Schaalmodel van een betonblokkenkokerIJzeren jukbouw. Aanleg van een steengang in de Julia, 1956 (Fotocollectie Continium Kerkrade, F3915)

Schaalmodel van een betonblokkenkoker
Gips en hout (omstreeks 1955)
Collectie Continium discovery center Kerkrade (052038)
(afmetingen: 53 x 53 x 35 cm)
Object van de maand januari 2017

Serge Langeweg
Museumplein Limburg, Kerkrade
januari 2017

Bronnen:
Serge Langeweg, ‘Maquettes van de ondergrond / Models of the underground’ In: Cuauhtémoc Medina and Christopher Michael Fraga, Manifesta 9. The deep of the modern. A subcyclopaedia (Milano 2012) 268-269
M. Driessen, Beginselen der mijnbouwkunde (Treebeek 1951, 4e druk)
Mijnbouwkunde; leerstof voor de houwersopleiding deel II (z.p. 1953)
Ad Knotter (red.), Mijnwerkers in Limburg. Een sociale geschiedenis (Nijmegen 2012)
http://www.koelpiet.nl/221werkzhn.html

  • Artikel
  • 1 januari 2017
  • door Serge Langeweg

1 reactie(s)


Reacties

Leuk. stukje

Leuk.
stukje jeugdherinnering. Ik heb de "staart" van de mijnbouw nog meegemaakt en in de Emma nog ondergronds geweest toen ik als jonge HBS-student in het melkhuisje van die Emma heb gewerkt.

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

Een bijzondere Barbara

Een bijzondere Barbara

  • artikel
  • 1 dec 2016
Lavoro per voi

Lavoro per voi

  • artikel
  • 1 november 2016