|
Een dag uit het leven van een jonge mijnwerker
We schrijven september 1952, mijn Hendrik Brunssum.
Om 5 uur loopt de wekker af, liggen blijven heeft geen zin, ik moet er uit. Zonder me te wassen trek ik mijn kleren aan en ga naar beneden waar ik op de keukentafel een flink pak boterhammen vind, ingepakt in zilverpapier en daaromheen nog de sportkrant van de vorige dag. Melk en een dubbele boterham, door mijn zorgzame moeder gisteravond gereed gemaakt, vormen mijn snel ontbijt. Dan per fiets naar de Hendrik, een kwartiertje rijden, steeds meer mijnwerkers op dezelfde route. In de grote fietsenstalling stal ik mijn fiets en ga te voet verder naar de portiersloge om mijn penning af te halen. Eerst naar de opzichterkamer/loonhal om me te melden bij het loket van mijn afdeling. Mijn aanwezigheid wordt genoteerd en zoals zo vaak krijg ik materiaalbonnen mee voor het ondergrondse magazijn. Hier wordt ook door iedereen de laatste sigaret gerookt, wolken van genot!!!
Vandaar naar het badlokaal, ketting naar beneden, mijnwerkerskleren op de grond, schone kleren aan de haak, handdoek er om heen, ketting naar boven, afsluiten. Omkleden, broek, zweethemd flanellen borstrok, jasje, sokken en schoenen, geen onderbroek! Helm, penning, boterhammen en sleutel van hangslot niet vergeten!! Vervolgens naar de lampisterie om mijn koplamp te halen, dan mijn koffieblik vullen met ‘moekefoek’, mijnwerkerskoffie. Ook mijn olieflesje moet ik bijvullen met smeerolie voor de afbouwhamer.
Dan naar de schacht toe en opstellen bij de kompels van mijn afdeling die evenals ik via de toevoergalerij (houtbaan) naar de pijler gaan.En dan maar geduldig wachten, gepraat wordt er nauwelijks, niemand is al echt wakker. Alleen het doordringend geluid van de bel van de seingevers doordringt de stilte.1,1 plus 2 is langzaam "op" personenvervoer, 1,1 plus 3 langzaam “neer” personenvervoer. Eindelijk zijn we aan de beurt, geven onze penning af, en schuiven als gewillig vee we in de gereedstaande kooien. De deuren worden dichtgegooid, geen uitweg meer mogelijk. Sommigen slaan een kruis en dan met een sneltreinvaartje in het donker naar beneden, iedereen is stil.
Op onze verdieping stappen we uit in het volle licht van de laadplaats en begeven ons naar het ondergronds magazijn om de spullen op te halen tegen inlevering van de bonnen. Dan naar het personentreintje dat staat te wachten. We stappen in en zoeken een plaatsje.
De treingeleider sluit de stalen deuren en geeft de machinist van de luchtlocomotief het sein om te vertrekken. In de trein begint de een onmiddellijk te eten, anderen proberen nog wat te slapen, soms laat iemand een geweldige scheet waar dan om gelachen wordt. Niemand neemt aanstoot aan een ander.
Op het einde van de rit van ongeveer 20 minuten stappen we uit en gaan te voet door de steengang verder tot aan het begin van de toevoergalerij van de afdeling. In deze galerij is het warm, benauwd en vochtig. Het bouwwerk een beetje schots en scheef. In het midden van de galerij loopt een transportband voor de toe-/afvoer van materialen. We mogen er van gebruik maken, plat op het band liggend, tot aan de pijler. Boven ons hangen de leidingen voor perslucht en watertoe-afvoer, de elektraleidingen e.d.Deze galerij heeft eerst als afvoergalerij gediend van het bovenliggend veld. Het hout achter, tussen en in de stalen stutten ter ondersteuning stinkt naar rottend hout.
Aan de kop van de pijler springen we een voor een van het band. Hier liggen onze gereedschapsbundels, ieder zijn eigen, goed afgesloten, met zaag, bijl, pinnenbus, hamer, panschop en steel. Daarmee gaan we naar de pijler, 1.20m hoog, waar we worden ingedeeld door de Schúttelbaas (ploegbaas), iedereen een stuk van 6 meter. Voor mij is het 4de stuk, van 18 t/m 24 m van koppijler.
Op mijn stuk aangekomen eerst mijn jas en warm hemd uittrekken en aan een Titanstijl ophangen en vastbinden met mijn halsdoek, dan sluit ik mijn afbouwhamer aan op de persluchtslang, smeer het mechanisme en controleer de pin. Minimaal 10 kubiekmeter vaste steenkool staat op mij te achten. (1.2 maal 1.6 maal 6.0 m3)
De injekteerders van de nachtdienst hebben hun werk goed gedaan. Door het onder zeer hoge druk inspuiten van water in de koollaag wordt de kool losser en wordt vorming van vrijkomend kolenstof verminderd.
Over de transporteur heen moet eerst een kerf geslagen worden waarvan uit ik de rest van mijn stuk kan gaan bewerken. Dit is het zwaarste, m oeilijkste en gevaarlijkste werk. Het een werkplek maken aan de overkant van het transportmiddel. Niet alleen het ontkolen met afbouwhamer en schop, maar ook het bouwen, het ondersteunen van de ontkoolde ruimte is zwaar werk. In deze pijler worden Titanstijlen en Schwartzkappen van 1.60m gebruikt. Soms moeten we de gestage arbeid onderbreken om transport van materiaal door de transporteur mogelijk te maken. Zelf pakken wat je nodig hebt, spitsenplankjes, spitsen e.d.Tevens tijd om even te verpozen en een slok te drinken.
De onderlinge communicatie geschiedt door middel van het doorroepen van de berichten of mededelingen. In onze groep zitten twee buitenlanders die daar de nodige moeite mee hebben, zodat wij maar moeten raden wat er doorgeroepen wordt.
Af en toe komt er ook bezoek, de Schüttelbaas komt regelmatig langs, controleert, corrigeert en adviseert en helpt een handje daar waar het nodig is en scheldt iemand de huid vol, daar waar hij het nodig acht.
De meesterhouwer of de opzichter van dienst laat zich ook regelmatig zienlijks zien en noteert de namen in zijn “schiechtenboekje”. Ook de afdelingsopzichter komt dagelijks langs. Soms zelfs, maar zelden, komen ons de meesteropzichter en de hoofdopzichter met een bezoek vereren. Steeds begroet met een welgemeend “Glúck Auf”
De tijd vliegt om en voor dat ik het weet wordt boetere geblazen. Etenstijd.
Met een paar plankjes als ruggensteun verorberen we onze boterhammen, drinken onze ‘koffie’ en lezen de sportkrant voor zover nog niet beschadigd door onze kruippartijen. Langer dan een kwartier krijgen we niet om te boetere, terug aan ‘der knapp’. Het einde is nog niet in zicht en de vermoeidheid begint een rol te spelen.
Maar het gevoel om baas te zijn over de steenkool die zoveel honderd miljoen jaar geleden is gevormd maakt bij mij extra energie vrij. Het onmetelijk geweld van het instorten van ‘de berg’ het niet meer onderstutte dak van de pijler, ook ‘’oude man” genoemd maakt een mens weer deemoedig. Om ergens te zijn waar nog nooit iemand is geweest en morgen ook niemand meer komen gaat. Een wonderlijk gevoel om 500 meter onder het oppervlak van de aarde vrij en veilig bezig te zijn met het winnen van energie.
Eindelijk stoot ik met mijn afbouwhamer door naar het stuk van mijn koempel. Vanaf nu is het kinderspel, de kool valt los op mijn schop, ik heb de afbouwhamer nog nauwelijks nodig. Alleen nog veel bouwen en kolen scheppen.
Mijn koempel op het stuk onder mij is nog niet zover, ik neem mijn schop en ga hem wat helpen, zo moet het toch? Op het einde van de dienst, pikzwart en bezweet, doe mijn hemd en mijn jas weer aan, mijn halsdoek om mijn nek en kruip ik weer met mijn gereedschapsbundel de pijler uit. Mijn koffie is op maar mijn koempel onder mij laat mij de rest van zijn koffie drinken.
We slenteren, blij dat we weer rechtop kunnen lopen met stijve knieën weer terug door de toevoergalerij naar de steengang waar ons treintje al gereed staat om ons terug naar de schacht te brengen. Daar halen we onze penning op en wachten geduldig op onze ‘trek’ die ons weer naar het daglicht brengt. De koplamp inleveren. Naar het badlokaal. Allereerst onze vuile en natte kleren uit, laat maar op de grond liggen. Even later staan we met vele honderden poedelnaakt naast mekaar onder de warme douches en proberen er weer een beetje proper uit te zien, we wassen elkanders rug en drogen ons af en kleden ons aan. De natte mijnkleren, vol stof en zweet, verdwijnen weer naar de nok van het badlokaal om daar te drogen. Zo gauw ik buiten ben de eerste sigaret, omdat iedereen dat doet. Na een bezoek aan de ‘milksboet’ de melkbar waar ze ook zure haringen, pruimtabak, kauwgum e.d. verkopen drink ik gulzig eenderde liter koude melk, wat een festijn!!
Nu nog mijn fiets ophalen en dan naar huis waar ik boven de krant in slaap val. Ik haal nog net de oude sofa in onze woonkamer en slaap daar tot aan het avondeten, dan gaat het gelukkig weer.
Glück Auf
Ingezonden bijdrage van dhr. H. Beckers, december 2009.
<<
terug |
|