Continium Kerkrade heeft twee belangrijke schilderijen aangeworven.

Daan Wildschut, Mijnbedrijf (olieverf op doek, omstreeks 1962)
Onlangs verwierven wij voor onze collectie steenkolenmijnbouw een werk van de Nederlandse kunstenaar Daan Wildschut (Grave 1913-Bunde 1995).
Het werk is uitgevoerd in olieverf op doek en toont een landschap met een mijnbedrijf, mogelijk Staatsmijn Wilhelmina in Terwinselen. Wildschut vervaardigde het schilderij omstreeks 1962.
Het werk bevond zich lange tijd in de docentenkamer van de HTS in Heerlen, waar Wildschut docent aan de afdeling Bouwkunde was. Bij een verbouwing werd het daar verwijderd, maar kon door een van de medewerkers nog net van vernietiging worden gered.
Vorig jaar kwam het schilderij in bezit van de Stichting Marco Zuid-Nederland, een stichting die geld inzamelt voor de behandeling van kinderen met kanker. Het Continium heeft het doek van die stichting gekocht. De opbrengst van de verkoop van het schilderij is geheel ten bate van dit goede doel.
Op korte termijn zullen we het schilderij een mooie plaats geven in de Hall of Fame.
Serge Langeweg
Continium Discovery Center Kerkrade
5 maart 2010

Charles Eyck, De Mijnwerker (olieverf op doek, omstreeks 1930)
Charles Eyck (Meerssen 1897 – Schimmert 1983) schilderde dit tafereel van een op de knieën zittende mijnwerker, die met een afbouwhamer in de pijler aan het werk is, als onderdeel van een wandschildering voor de Vincentius à Paulokerk in Rumpen-Brunssum. Rumpen was in de jaren twintig een snelgroeiende mijnwerkerskolonie rond de Staatsmijn Hendrik die sinds 1917 in exploitatie was. In opdracht van het Lazaristenconvent ontwierp architect F.J.P. (Frits) Peutz in 1923 voor de kolonie een kerkgebouw ter vervanging van de twee bestaande noodkerkjes.1 De paters Lazaristen traden op als zielzorgers in de nieuwe Vincentius à Paulokerk 2, die als rectoraat werd ondergebracht bij de moederparochie H. Gregorius de Grote in Brunssum.
In 1929 kreeg Eyck opdracht voor de vervaardiging van een aantal muurschilderingen in de nieuwe kerk.3 De schilderingen zijn de eerste kerkschilderingen die Eyck maakte.
De wandschildering met de mijnwerker bevindt zich achter het Sint-Jozefaltaar. Centrale figuur in het kunstwerk is de Heilige Jozef, patroonheilige van de timmerlieden en van arbeiders in het algemeen. Links van de staande Jozef beeldde Eyck taferelen uit van zieke arbeiders die het H. Oliesel en de Laatste Communie toegediend krijgen. Onderaan is, omringd door engelen, de Sint-Pieter in Rome als zetel van de Paus zichtbaar. Boven bevindt zich een landschap met een mijncomplex met rokende schoorstenen en enkele huizen. Rechts schilderde de kunstenaar een timmerwerkplaats. Ook de ondergronds werkende mijnwerker is daar te zien.
De wijze waarop Eyck het thema uitbeeldt, sluit nauw aan bij de heersende kunstvisie van de katholieke kerk van die tijd.4 De katholieke kerk was van mening dat kerkelijke kunst in dienst moest staan van de godsdienstbeleving. Kunst in de kerk moest de moreel-didactische functie hebben van ‘biblium pauperum’, bijbel van de ‘armen’, die het gewone kerkvolk bekend moest maken met bijbelse verhalen en heiligenlevens. Daarom moest kerkelijke kunst begrijpelijk zijn voor iedereen en dus een realistische stijl hebben met alledaagse vormen. In de voorstelling van de H. Jozef refereert Eyck daarom duidelijk aan Rumpen als mijnwerkersdorp: het mijnlandschap en de arbeiderscultuur zijn duidelijk aanwezig. De herkenbaarheid voor de ‘kompels’ die er naar de kerk kwamen, was aldus gegarandeerd
Het tafereel van de mijnwerker in de wandschildering en het olieverfschilderij van de mijnwerker vertonen grote overeenkomsten. Maar het zijn geen kopieën; de kunstwerken vertonen enkele opvallende verschillen. De afbouwhamer die de mijnwerker hanteert, is op de muurschildering veel minder robuust uitgevoerd. Bovendien zijn op de muurschildering links achter de centrale mijnwerker nog het hoofd, de borst en de rechterarm van een tweede mijnwerker te zien. Op het olieverfdoek is die tweede figuur weggelaten. Op die plaats bevindt zich nu de mijnlamp, die in de wandschildering rechts van de mijnwerker is gepositioneerd.
Het olieverfschilderij is afkomstig uit de nalatenschap van Johannes Leonardus Rijcken (1906-1997), in 1932 gewijd als priester van het bisdom Roermond.5 Na een docentschap aan het Bisschoppelijk College in Weert (1932-1936) en een post als kapelaan in Simpelveld (1936-1941) werd Rijcken in 1941 tot kapelaan benoemd in de Gregorius de Grote-parochie in Brunssum, de moederparochie van het rectoraat Vincentius à Paulo. In 1946 verliet hij deze parochie weer om rector in Haanrade te worden. In die Brunssumse periode zou het schilderij van Eyck op een of andere manier in bezit van de kapelaan zijn gekomen, aldus diens neef R.J.L.M Rijcken die het doek in 1997 erfde.6 De wijze van ontstaan van het schilderij is evenmin zeker. Is het een voorstudie voor de wandschildering of heeft Eyck naderhand de mijnwerker voor een tweede keer geschilderd?
Serge Langeweg
Continium Discovery Center Kerkrade
23-11-2009
_______________________________