Bron: LD 17-07-2010, artikel van Kim Noach
Hoe ziet het leven eruit in de Heerlense wijken Grasbroek, Musschemig en Schandelen ná de sluiting van de Oranje-Nassaumijn I?
Theatermaker Fien Tans wil hierover - gevoed door verhalen van buurtbewoners - een toneelvoorstelling maken.
Fien Tans (56) is zelf ee meëdsje va d’r Sjtaat (Terwinselen) in Kerkrade. Niet de Oranje-Nassau I, maar de Wilhelminamijn was in haar kinderjaren de dominante factor in het leven.
Het is de Heerlense Oranje Nassaumijn I (kortweg: ON I) die haar als theatermaker en regisseur inspireert tot een nieuw toneelstuk.
 |
| foto: SatijnPlus archtecten |
Tans werkt op de Praktijkschool Parkstad Limburg die midden op het voormalige mijnterrein ligt. „Precies hier op deze plek stonden vroeger de koeltorens van de ON I”, vertelt Tans. Ze wijst naar het zigzaggende patroon van de betonnen draagconstructie die rondom het gebouw te zien is. „Dat patroon is gebaseerd op de koeltorens.” De dramadocente werkt zes jaar op de school aan de Sittarderweg in Heerlen en duikt de komende maanden de omringende wijken Grasbroek, Musschemig en Schandelen (GMS) in. De centrale vraag die ze de buurtbewoners zal stellen: hoe zag het leven in de GMS eruit in 1973 nà de sluiting van de Oranje Nassaumijn? „In een paar jaar tijd was alles dat aan de mijn herinnerde weg. Gesloopt. Maar wat mij als theatermaker interesseert: hoe is het de mensen in deze wijken vergaan?
Toen de mijn er was, werd het culturele en sociale leven hoofdzakelijk gedomineerd door de mijnen. Toen ze weg waren, is dat als een pudding in elkaar gezakt. Hoe was het leven thuis bij de mensen die in de mijnen werkten? Zat de man opeens thuis omdat er geen werk meer voor hem was? Gingen de buren verhuizen omdat er elders in het land wél banen waren?” Het plan van Tans staat of valt met hulp van buurtbewoners. Bij hen ligt nadrukkelijk de taak hun verhalen te vertellen. „Als die wil er niet is, houdt het voor mij ook op. Ik kan het project aansturen en vorm geven, de bewoners zullen zelf aan de slag moeten”, zegt Tans nuchter. De theatermaker kiest duidelijk voor een community art project. Een theatervorm dat voor, maar vooral door buurtbewoners zelf gemaakt wordt. Een achterliggende gedachte van community art is om de GMS-wijk meer sociale samenhang te geven. Als mensen uit verschillende buurten samenwerken aan bijvoorbeeld dit theaterstuk, worden er op andere gebieden wellicht ook meer banden gesmeed. Tans: „Op dit moment hangt de GMS-wijk als los zand aan elkaar, de gemeente heeft deze buurt op papier samengevoegd. Een hechte, onderlinge band bestaat er niet. Dat is ook het grote probleem voor de buurtcomités en verenigingen die geen vrijwilligers weten te vinden. Als de onderlinge band er wel is, krijg je ze makkelijker over de streep.” Normaalgesproken is een welzijnsorganisatie dé partij om de weg naar de buurtbewoners te vinden. „In Meezenbroek-Schaesbergerveld- Palemig zit Alcander diep in de wijk. In de GMS-buurt opereren ze niet.” Tans is ervan overtuigd dat er genoeg verhalen in de GMS-wijk op te tekenen zijn. „De aandacht gaat altijd uit naar de grote projecten in het centrum van een stad, maar als je goed in een buurt rondkijkt, zijn er beslist mooie dingen te vinden.” En ja ook minder fraaie tijden zoals de jaren van grote criminaliteit prostitutie en drugsoverlast. Dat hoort ook bij de gezamenlijke herinnering van deze wijk.
Na de zomervakantie start Tans haar eerste interviews met buurtbewoners. Iedereen die wil, kan zich bij haar aanmelden. Ze hoopt dat ze - samen met wijkbewoners - over een jaar het theaterstuk kan presenteren in het Patronaat. Een betere locatie is niet voor te stellen.
 |
| Patronaat, Sittarderweg |
|