Carboon, een ontstaansgeschiedenis

Carboon, een ontstaansgeschiedenis

De Limburgse dialectgroep “Carboon” bestaande uit Jean Innemee, Jan Hendriks, Ben Erkens, Conny Peters en Henk Steijvers, behaalde in de jaren 70 met de platen ‘Witse nog Koempel’ en ‘D’r letste Koempel’ een enorm succes. Nog geen jaar later werd ‘Witse nog Koempel met goud bekroond. Het had weinig gescheeld of de welbekende platen ‘Witse nog Koempel’ en ‘D’r letste Koempel’ waren er niet geweest. Op de vraag van Jan Hendriks aan de zanger van The Walkers,  Jean Innemee , waarom hij geen nummers in het dialect zong, antwoordde Jean “dat is toch niet mijn genre!”

Toen Jan Hendriks een tijd later met zijn vrouw een dancing in Valkenburg bezocht, en ze daar Jean Innemee tegenkwamen, sprak deze hem weer aan op zijn voorstel om eens in het Limburgs te zingen. “Als jij iemand vindt die teksten schrijft, dan doen we het.” Aangezien Jan Hendriks geen tekstschrijvers kende, en zich op een avond tijdens zijn vakantie in Duitsland verveelde, besloot hij zelf een tekst op papier te zetten.

Zo rolde midden jaren zeventig de tekst voor het nummer ‘Koempel Sjeng’ uit de pen. In eerste instantie had Jan Hendriks dit nummer als carnavalsliedje in gedachte. Jean Innemee dacht daar anders over en maakte er een ballade van. Een vruchtbare samenwerking was geboren. Nadat Jan Hendriks nog een aantal teksten had aangeleverd, en de muzikanten er samen met Jean Innemee en Ben Erkens muziek bij hadden gecomponeerd, was Jan Hendriks in eerste instantie niet erg blij met het resultaat. “Ik vond het allemaal wat popie jopie” “Wat wil je dan?” zei Jean “dat er 200 intellectuelen in de schouwburg met omfloerste ogen naar ons zitten te luisteren?!” “Toen kon ik me wel voor mijn kop slaan, daar stond ik dan, als journalist, die met veel koempels gepraat had om deze teksten te schrijven, en ik had helemaal het publiek uit het oog verloren.”

Een tekst met inhoud

Hendriks was, net als de meeste Zuid Limburgers, omringd door de invloed van de mijn. Zijn ooms werkten er, zijn buren en ook in zijn naaste omgeving werd er veel over gepraat. Toen in de jaren zeventig de eerste mijnen werden gesloten en er veel mensen verslagen thuis zaten, interviewde hij oud mijnwerkers over hun psychosociale problemen. Die gesprekken zijn hem later goed van pas gekomen toen hij de teksten voor “Witse nog Koempel” en “D’r letste Koempel” schreef. “Als journalist moest ik natuurlijk wel mijn werk goed doen, ik wilde natuurlijk weten hoe alles heette op de mijn, niet dat de mensen dachten, ‘oh, hij heeft dit al fout, dan zal de rest ook wel onzin zijn.’”

Jan schreef alle teksten met een bepaalde melodie in zijn hoofd. “Dan rijmde mijn tekst bijvoorbeeld met ‘In ons bronsgroen eikenhout’ maar Jean zei bij iedere tekst ‘niet zeggen waar je het op gebaseerd hebt, anders word ik beïnvloed!’” De opnames in de studio in Weert gingen vaak door tot diep in de nacht. Vaak ging het met een biertje op zelfs beter. “Dan klonk de stem niet zo braaf.”  Johnny Hoes, de eigenaar van de studio, kwam vaak halverwege binnen en zei in zijn onvervalste Rotterdams “Als jullie nog iets nodig hebben, kennen jullie altijd bij mijn terecht! Bak bier?”

Overweldigend succes

De reacties op de plaat overstegen ieders verwachting. Carboon wilde er gewoon een mooie plaat van maken, met een interessante hoes met foto’s uit het blad Steenkool en goede teksten. “We hoefden er niets aan te verdienen, we hadden allemaal ons eigen vak, we wilden er een mooi vrijetijdsobject van maken.” Toen hij op een dag in november terug van zijn werk kwam zei zijn vrouw “kom, we gaan naar Heerlen, ze staan in rijen voor de V&D voor jouw plaat!” “Toen heb ik me wel een potje lopen schamen achter een pilaar in de V&D, was dit dan zó goed?!” Een aantal maanden later was “Witse nog Koempel” de eerste plaat in streektaal die de status Goud behaalde. Daarmee was er een startschot gegeven voor streektaalmuziek, waar Rowwen Hèze vandaag de dag nog van profiteert.

En hoe het met de faam en roem dertig jaar later gesteld is? “Faam was nooit belangrijk voor me, maar dat het nummer ‘leef is mie land’ een gewild nummer op crematies is, is een speciale soort waardering.” 

Carboon, een ontstaansgeschiedenis

Carboon, een ontstaansgeschiedenis

Dank aan Jan Hendriks voor het interview.

De CD's van Carboon kopen? Dat kan! De CD's worden door de groep Carboon in de loop van 2015 opnieuw uitgebracht.

  • Artikel
  • 4 juli 2012
  • door Clara Zijlstra

7 reactie(s)


Reacties

Ongeveer een jaar of 15

Ongeveer een jaar of 15 geleden werd ik door een Belgisch Limburgse vriend attent gemaakt op 'd'r letste koempel' . Ik had mij na 25 jaar wonen in Maastricht nog steeds niet het plaatselijke dialect meester gemaakt (verstaan wel maar spreken...). Ik had niet zoveel met de dialectliedjes. Carboon heeft daar resoluut en voorgoed een einde aan gemaakt. Inmiddels weet ik er meer van en geniet dikwijls met volle teugen. Nog regelmatig beluister ik de liedjes van Carboon en dagelijks naar hetgeen L1 te bieden heeft.

Deze Lp's later Cd's zijn

Deze Lp's later Cd's zijn zeer waardevolle documenten. Als zoon van een mijnwerker kende ik de verhalen en die kregen dankzij deze meesterwerken nog een extra dimensie. Mijn vader, die vroeger op de Emma werkte, draaide deze muziek elke zondagmorgen. En meezingen en weer de verhalen, en ik meespelen op mijn gitaar. Heerlijk en een mooie herinnering ! Mijn pap is er helaas niet meer maar ik heb zelf deze prachtige albums ook en draai ze nog regelmatig. Zoals nu op zondag !

Mijn vader heeft 10 jaar

Mijn vader heeft 10 jaar ondergronds gewerkt. Maar toen ik op de wereld kwam in '68 was ons gezin de aanstaande sluitingen al ontvlucht en in Friesland(!) gaan wonen. Om het bruine goud bij Douwe Egberts te "ontginnen". De albums van Carboon werden grijs gedraaid en de grammofoonplaten waren al gauw versleten. Gelukkig later vervangen voor robuuste CD's. Hoewel ik zelf als geboren Fries nooit onderdeel ben geweest met de mijngeschiedenis hebben de platen mijn belangstelling voor alles rondom de mijnen levend gehouden. De platen draai ik nog regelmatig en ik kan het niet laten om in het Limburgs mee te zingen. Ik hoop eind dit jaar met mijn pa naar het concert te gaan van Carboon in Heerlen. Om de cirkel rond te maken!

Als kind van import

Als kind van import Brabanders (Overijssel/Friesland) lijkt het Limburgs mijnwerkers leven ver weg. Toch raakt iets in de tekst thuis. Bij familie navraag bleek een oud oom van mij in de Hendrik gewerkt te hebben. Mijn vrouw heeft dan weer Limburgse roots en we hebben in huis een jubileum hangertje met 40 jaar mijnen. Dit was van haar opa. Er staan zo veel aangrijpende nummers op de beide albums maar als ik luister naar "Ich gong mörge wer t'rük" voel ik de kameraadschap en de onvoorwaardelijke trouw aan elkaar en de mijnen. Voor Nederland is de mijn geschiedenis een verhaal van ver weg. Als je door grote delen van Limburg rijdt zie je de geschiedenis op veel plaatsen als tastbaar bewijs. Zwart goud, lang de ruggengraat van Limburg, beschreven en bezongen in de juiste taal en emotie. Petje (of Schützengel van staol) af voor de mannen van Carboon

Hallo, Ik zoek voor mijn

Hallo, Ik zoek voor mijn vader de CD's Wiste nog, koempel en D'r letste koempel deet de lamp oet. Kan ik deze 2 CD's via jullie bestellen? Ik woon in Friesland, dus graag via de post. Ik wacht met spanning jullie antwoord af. Met vriendelijke groeten, Nicole

Als tekstdichter van de groep

Als tekstdichter van de groep Carboon ben ik enorm blij met bovenstaande reacties. Dat wij bijna veertig jaar het uitbrengen van de eerste plaat nu nog zo veel spontane reacties en enthousiasme ontmoeten - en onze theateroptredens altijd lang tevoren uitverkocht zijn - verbaast mij wel, hoor. Ik denk dat het voor een deel te danken is aan de jeugdherinneringen van de huidige (tweede) generatie, die is opgegroeid in mijnwerkersgezinnen en die de liedjes van Carboon koestert als dierbare souvenirs aan vader en de mijncultuur uit die tijd. Nostalgie natuurlijk, maar ook de warmte en de rijkdom van een gouden tijd, waarin het Limburg voor de wind ging. Dat alles wat nog visueel herinnerde aan die tijd, overhaast is weg gebulldozerd. maakt het heimwee nog groter. Met mijn teksten heb ik het cultureel erfgoed willen vasthouden. Dat we het nu, verpakt in mooie muziek, aan de latere generaties mogen terug geven, vervult ons met trots en voldoening. Vooral omdat we er zo veel waardering voor terug krijgen. Jan Hendriks - Voerendaal, 1 januari 2016

Carbooners, U gaat al

Carbooners,
U gaat al jaaaaren met mij mee, op mijn oren (vaak onder de motorhelm), op vakantie. Sinds ik de platen kocht en grijs draaide ken ik de teksten en zing deze mee met een lach en een traan. Aanstaande oktober gaat u weer mee naar India, naar Radjasthan deze keer, waar we een motor huren en drie weken rondtrekken. U was overal in Europa en in Marokko, Tunesië, Egypte en in Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland en in Nepal, India, Sri Lanka, Myanmar en China. Overal zagen hebben ze mij telkens weer, al meezingend, zien lachen en huilen, Af en toe gaf ik een oortje te luister aan een omstander. Zij begrepen er natuurlijk niks van.
Voor mij sluiten de liedjes aan bij mijn Limburgse jeugd. Ik ben van 1951. Als zoon van een 'Hollandse' vader en een Limburgse moeder. In het dorp waren wij 'Hollanders' omdat wij thuis Nederlands spraken, mijn vader bij de Rijkspolitie werkte en wij meermaals verhuisden waardoor je nauwelijks 'roots' kreeg.
De eerste keer dat ik bewust kennis maakte met het mijnwerkersleven was toen ik mijn eerste visvergunning ging halen. Ik zat toen in de 5e klas. Ik had eerst mijn vader bewezen dat ik tien baantjes in het zwembad kon zwemmen zonder de kant te raken, want hij kende de stromingen van de Maas.
Ik klopte aan bij de secretaris van de visvereniging, ik hoorde wel wat maar er werd niet open gedaan. Dus maar weer naar huis. Onze Limburgse buurman wist raad: "Nee nee dat klopt, je moet gewoon naar binnen gaan......"
Stoute schoenen aan en weer terug. Kloppen en naar binnen. Er kwam geluid van boven, maar beneden was niemand. "Hier, hier" verstond ik en ging met lood in de schoenen naar boven. Daar trof ik de secretaris, naar lucht happend, in een zuurstoftent. Ik kan het u nog uittekenen.
Toen kwamen de vragen...Waarom? Waarom? Hoe kan dat?
Op mijn 15e maakte ik als bakkersknecht pas echt kennis met het dorp. Op bepaalde adressen liep je in de warme en benauwde zomerdagen direct door naar de kelder. Daar kreeg de oud mijnwerker nog een beetje lucht. De bakker kende als sociaal bewogen mens de verhalen en gaf ze aan mij mee, Limburg uit, naar Arnhem en naar de Achterhoek. Daarna kwam voor mij het politiserend theater, de Internationale Nieuwe Scene, Brecht en de politieke economie.
Daarna kwamen de liedjes van Carboon en die gaan nóóit meer weg,

En vanavond zag ik pas dat ik uw 2015 optreden gemist heb. Het is niet anders, het is zoals het is. Maar in Bikaner, Jodhpur etc bent u weer gewoon bij me en kan ik weer meezingen

Dank U wel. Jos (Jeaubique) de Graaf.

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...