Carboon, een ontstaansgeschiedenis. In memoriam Jan Hendriks

Carboon, een ontstaansgeschiedenis. In memoriam Jan Hendriks

Op kerstavond 2018 stierf Jan Hendriks, journalist maar vooral bekend als tekstschrijver van de groep Carboon. In 2012 gaf hij een interview aan DeMijnen.nl. Hieronder de tekst van dit Interview.

De Limburgse dialectgroep “Carboon” bestaande uit Jean Innemee, Jan Hendriks, Ben Erkens, Conny Peters en Henk Steijvers, behaalde in de jaren 70 met de platen ‘Witse nog Koempel’ en ‘D’r letste Koempel’ een enorm succes. Nog geen jaar later werd ‘Witse nog Koempel met goud bekroond. Het had weinig gescheeld of de welbekende platen ‘Witse nog Koempel’ en ‘D’r letste Koempel’ waren er niet geweest. Op de vraag van Jan Hendriks aan de zanger van The Walkers,  Jean Innemee , waarom hij geen nummers in het dialect zong, antwoordde Jean “dat is toch niet mijn genre!”

Toen Jan Hendriks een tijd later met zijn vrouw een dancing in Valkenburg bezocht, en ze daar Jean Innemee tegenkwamen, sprak deze hem weer aan op zijn voorstel om eens in het Limburgs te zingen. “Als jij iemand vindt die teksten schrijft, dan doen we het.” Aangezien Jan Hendriks geen tekstschrijvers kende, en zich op een avond tijdens zijn vakantie in Duitsland verveelde, besloot hij zelf een tekst op papier te zetten.

Zo rolde midden jaren zeventig de tekst voor het nummer ‘Koempel Sjeng’ uit de pen. In eerste instantie had Jan Hendriks dit nummer als carnavalsliedje in gedachte. Jean Innemee dacht daar anders over en maakte er een ballade van. Een vruchtbare samenwerking was geboren. Nadat Jan Hendriks nog een aantal teksten had aangeleverd, en de muzikanten er samen met Jean Innemee en Ben Erkens muziek bij hadden gecomponeerd, was Jan Hendriks in eerste instantie niet erg blij met het resultaat. “Ik vond het allemaal wat popie jopie” “Wat wil je dan?” zei Jean “dat er 200 intellectuelen in de schouwburg met omfloerste ogen naar ons zitten te luisteren?!” “Toen kon ik me wel voor mijn kop slaan, daar stond ik dan, als journalist, die met veel koempels gepraat had om deze teksten te schrijven, en ik had helemaal het publiek uit het oog verloren.”

Een tekst met inhoud

Hendriks was, net als de meeste Zuid Limburgers, omringd door de invloed van de mijn. Zijn ooms werkten er, zijn buren en ook in zijn naaste omgeving werd er veel over gepraat. Toen in de jaren zeventig de eerste mijnen werden gesloten en er veel mensen verslagen thuis zaten, interviewde hij oud mijnwerkers over hun psychosociale problemen. Die gesprekken zijn hem later goed van pas gekomen toen hij de teksten voor “Witse nog Koempel” en “D’r letste Koempel” schreef. “Als journalist moest ik natuurlijk wel mijn werk goed doen, ik wilde natuurlijk weten hoe alles heette op de mijn, niet dat de mensen dachten, ‘oh, hij heeft dit al fout, dan zal de rest ook wel onzin zijn.’”

Jan schreef alle teksten met een bepaalde melodie in zijn hoofd. “Dan rijmde mijn tekst bijvoorbeeld met ‘In ons bronsgroen eikenhout’ maar Jean zei bij iedere tekst ‘niet zeggen waar je het op gebaseerd hebt, anders word ik beïnvloed!’” De opnames in de studio in Weert gingen vaak door tot diep in de nacht. Vaak ging het met een biertje op zelfs beter. “Dan klonk de stem niet zo braaf.”  Johnny Hoes, de eigenaar van de studio, kwam vaak halverwege binnen en zei in zijn onvervalste Rotterdams “Als jullie nog iets nodig hebben, kennen jullie altijd bij mijn terecht! Bak bier?”

Overweldigend succes

De reacties op de plaat overstegen ieders verwachting. Carboon wilde er gewoon een mooie plaat van maken, met een interessante hoes met foto’s uit het blad Steenkool en goede teksten. “We hoefden er niets aan te verdienen, we hadden allemaal ons eigen vak, we wilden er een mooi vrijetijdsobject van maken.” Toen hij op een dag in november terug van zijn werk kwam zei zijn vrouw “kom, we gaan naar Heerlen, ze staan in rijen voor de V&D voor jouw plaat!” “Toen heb ik me wel een potje lopen schamen achter een pilaar in de V&D, was dit dan zó goed?!” Een aantal maanden later was “Witse nog Koempel” de eerste plaat in streektaal die de status Goud behaalde. Daarmee was er een startschot gegeven voor streektaalmuziek, waar Rowwen Hèze vandaag de dag nog van profiteert.

En hoe het met de faam en roem dertig jaar later gesteld is? “Faam was nooit belangrijk voor me, maar dat het nummer ‘leef is mie land’ een gewild nummer op crematies is, is een speciale soort waardering.” 

Carboon, een ontstaansgeschiedenis. In memoriam Jan Hendriks

Carboon, een ontstaansgeschiedenis. In memoriam Jan Hendriks

  • Artikel
  • 26 december 2018
  • door Redactie DeMijnen.nl

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

Pop-up Migratiemuseum gaat open

Pop-up Migratiemuseum gaat open

  • nieuws
  • 29 november 2018