The comeback kid: ON-directeur Albert Clément Haex

The comeback kid: ON-directeur Albert Clément HaexA.C. Haex (Bron: SHCL)

Mr. Albert Clément Haex werd op 18 juli 1878 geboren te Maastricht. De wortels van zijn familie lagen in Midden-Limburg. In het voetspoor van zijn vader, die advocaat was te Maastricht, ging hij rechten studeren aan de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam. Hij was zeer belezen en naar Franse geest gevormd, overeenkomstig de familietraditie. Zijn grootvader was leraar aan de Franse school te Weert. Een opvallende karaktertrek van Albert Clément was zijn antikatholicisme en antiklerikalisme, waaruit later diepgaande meningsverschillen met rooms-katholieke kopstukken in Limburg zouden voortkomen.

Na voltooiing van zijn studie trad Haex in 1900 in dienst van de N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Limburgsche Steenkolenmijnen, toen nog eigendom van de familie Honigmann. Het dienstverband zou bijna 50 jaar duren. Haex werkte bijna dag en nacht voor de onderneming. Sinds 1901 maakte hij deel uit van de drie man sterke directie. Haex ging over de administratie, organisatie, juridische zaken en personeel. Een van zijn eerste taken was de redactie van de statuten voor het mijnwerkersfonds van de Oranje-Nassau Mijnen, het zogenaamde Oud-Fonds. Toen de Oranje-Nassau Mijnen in 1908 door Honigmann & Co werden verkocht, werd Haex door de nieuwe Franse eigenaren van de S.A. Les Petits-Fils de François de Wendel gehandhaafd. Voortaan ging de administratie van de Oranje-Nassau Mijnen in het Frans. Zijn uitmuntende kennis van de Franse taal en cultuur kwam Haex zeer te stade. Als jurist kon Haex zijn loyaliteit aan de nieuwe eigenaren meteen bewijzen toen De Wendel een juridisch geschil kreeg met de erven van Friedrich Honigmann over het naleven van een schachtbouwcontract dat deze in 1898 met de naamloze vennootschap had gesloten.

A. Haex 2e van rechts (Bron: Rijckheyt)A. Haex 2e van rechts (Bron: Rijckheyt)Haex heeft de opkomst en de ontwikkeling van de moderne mijnindustrie in Limburg van nabij meegemaakt en er mede vorm aan gegeven. Hij was het gezicht van de Oranje-Nassau Mijnen. De bevoegdheden van de directeuren van Oranje-Nassau waren evenwel beperkt: zij waren uitvoerders van het beleid dat door de Franse eigenaren werd uitgestippeld en ingevuld. Wat dat betreft was er een verschil met de directeuren-bestuurders van Staatsmijnen. De buitenwacht zag echter geen onderscheid. Haex was ook de centrale figuur op het gebied van de samenwerking tussen de Limburgse steenkolenmijnen als medeoprichter, secretaris en sinds 1926 voorzitter van de Mijnvereniging, het samenwerkingsverband van de particuliere steenkolenproducenten. In vrijwel alle regelingen van algemene aard die tussen 1900 en 1950 in de mijnbouw tot stand kwamen, zoals het Algemeen Mijnwerkersfonds, heeft Haex een zeer groot aandeel gehad. Hij was ook de oprichter van het Beambtenfonds van de Oranje-Nassau Mijnen (sedert 1920). Haex betreurde het dat De Wendel de oprichting van een centraal fonds voor alle mijnbeambten voorlopig blokkeerde. Uit hoofde van zijn functie bij de Mijnvereniging voerde Haex namens de werkgevers de besprekingen met de bonden over de arbeidsvoorwaarden. Aan de onderhandelingstafel betoonde hij zich steeds een geduchte tegenstander, die pal stond voor de belangen van de aandeelhouders. In de jaren twintig en dertig jaren moesten de arbeidsvoorwaarden dikwijls neerwaarts worden bijgesteld vanwege de voortdurende crisis in de kolenmijnbouw. Hieraan hield Haex niet bepaald een sociaal imago over. In het openbare leven trad hij veelvuldig op de voorgrond: hij was lid van de Hoge Raad van Arbeid, van de Kamer van Koophandel en van de Gemeenteraad van Heerlen. Hij verdedigde steeds de liberale standpunten. Een van zijn grootste tegenstrevers was de priester H.A. Poels. Behalve dat Haex als vurig antiklerikaal met de hoofdaalmoezenier van arbeid fundamenteel van mening verschilde over arbeidersorganisatie op religieuze grondslag, beschouwde hij Poels tevens als verlengstuk van de naaste concurrent, de Staatsmijnen. Gemeenschappelijke belangen, bijvoorbeeld de huisvesting van de mijnwerkersbevolking, noopten de mijnwerkgevers met Poels en zijn organisaties samen te werken.

Managementcrisis

Nadat twee mededirecteuren, de heren Delorthe en Hooreman afscheid hadden genomen, kregen de Oranje-Nassau Mijnen in 1929 een eenhoofdige directie met Ir.D.J. Klink als directeur-generaal. Haex raakte in 1934 zijdelings betrokken bij een managementscrisis. De directeur-generaal had voor persoonlijke doeleinden op onreglementaire wijze een grote som geld geleend uit de kas van het beambtenpensioenfonds van Oranje-Nassau. Er kwamen nog meer onregelmatigheden aan het licht nadat de boekhouding van de Oranje-Nassau Mijnen in opdracht van De Wendel was doorgelicht. Klink moest terugtreden, maar Haex overleefde de crisis. Het fijne weten wij er niet van. De Franse eigenaren grepen deze crisis aan om terug te keren naar het model van een driehoofdige directie, bestaande uit Dipl. Ing. Léon Kremer, de Fransman André Jeanniot en Albert Haex.

Internering en zuivering

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Haex enkele maanden geïnterneerd in St. Michielsgestel vanwege tegenwerking van de Duitse autoriteiten in de periode van de april-mei staking van 1943. Na zijn vrijlating werd hij door Verwalter Hermann Bruch ontslagen. Na de bevrijding van Zuid-Limburg in september 1944 keerde Haex onmiddellijk terug in zijn oude functie.

Zijn reputatie op sociaal gebied -Het Parool bestempelde hem als vijand van de arbeidersklasse - bracht hem echter in het nauw. Veel mijnbeambten werden na de oorlog weggezuiverd omdat ze tijdens de crisisjaren in hun sociale verantwoordelijkheid tekort zouden zijn geschoten. Haex stelde de rechtmatigheid van de sociale zuivering aan de kaak, omdat deze elke wettelijke grondslag ontbeerde. Het had niet veel gescheeld of hij was zelf de dupe geworden van de zuiveringswoede. Op het hoogtepunt van de sociale onrust, nam hij op 31 juli 1945 afscheid van de Oranje-Nassau Mijnen. Een dag later werden de particuliere mijnondernemingen onder beheer gesteld van de Staat der Nederlanden. De particuliere mijneigenaren, waaronder De Wendel, beschouwden de maatregel als een voorbode van nationalisatie van de mijnindustrie in Nederland. Binnen een half jaar echter keerde Haex, de sterke man van de particuliere mijnen, stilletjes terug bij Oranje-Nassau om de belangen van de mijneigenaren te behartigen. Dit was de derde keer dat hij zijn comeback maakte. Haex opende een politiek en juridisch offensief tegen het sekwester (onderbeheerstelling). Hij heeft het genoegen nog mogen smaken dat eind 1948 de zeggenschap over de particuliere mijnen werd teruggegeven aan de eigenaren. De onderneming vierde dat jaar haar 55-jarig bestaan. Bij die gelegenheid werd Haex benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (13 december 1948). Hij was reeds drager van het officierskruis in de Orde van Oranje-Nassau.

Op 8 december 1949 is hij op 71-jarige leeftijd in het St. Joseph-Ziekenhuis te Heerlen vrij plotseling overleden. Onverwachte complicaties na een chirurgische ingreep werden hem fataal. Bij zijn begrafenis waren op uitdrukkelijke wens van de overledene alleen zijn echtgenote en kinderen aanwezig. Tegelijkertijd werd een herdenkingsbijeenkomst belegd in het hoofdkantoor van Oranje-Nassau die werd bijgewoond door de directeuren, het leidinggevend personeel en enkele naaste medewerkers.

Villa Haex (Bron: Rijckheyt) Villa Haex (Bron: Rijckheyt) Haex woonde op het adres Akerstraat 126, recht tegenover de opgang naar de Molenberg, in een witte villa, gebouwd in 1911 in opdracht van Oranje-Nassau naar een ontwerp van Jan Stuyt. De directeurswoning staat bij vele Heerlenaren nog steeds bekend onder de naam Villa Haex. Hij is drie keer getrouwd geweest. Zijn eerste echtgenote, Jonkvrouwe Alexandrina Jacqueline van Geen, was niet katholiek. De kerkelijke inzegening van het huwelijk werd het echtpaar onthouden, een sanctie die Haex sterkte in zijn antiklerikalisme. Kort na het huwelijk kwam zijn echtgenote te overlijden (1902). In 1906 trad Haex in Parijs voor de tweede keer in het huwelijk met mw. Clara Sophia Johanna Osterland uit Bremen. Zij was de moeder van zijn drie kinderen. Na haar overlijden in 1922 huwde hij met Marthe Marie Françoise Sylvie Fouquet uit Maastricht (1895-1971). Zij was een onverstoorbaar vrome en plichtsgetrouwe echtgenote die haar man op het eind van zijn leven weer in katholiek vaarwater wist te trekken.

 

Bron: Oranje-Nassau Post nr. 30 (4 aug. 1945), 251, 254, nr. 59 (1949) 474-475 en nr. 67 (1949) 587-588. H.J.M.W. de Quartel, ‘A.C. Haex †, Geologie en Mijnbouw 12(1950) 70. W. Schweitzer, ‘In memoriam Mr. Albert Clément Haex', Steenkool 5, nr. 1 (1950) 2. Informatie van Prof. Mr. Paul Nève, een neef (oomzegger) van Haex.

Verder:
Oranje-Nassau Mijnen. Een pionier in de Nederlandse steenkolenmijnbouw, 1893-1974
Jan Peet en Willibrord Rutten
Oranje-Nassau Groep/Waanders Uitgevers, Zwolle 2009
ISBN 978 90 400 85727
Hierin: p: 229, Haex' verweer tegen de 'ontsporingen' tijdens de zuiveringen van 1945

Archieven over A.C. Haex:
Sociaal Historisch Centrum voor Limburg (Maastricht):
EAN_0644 Haex, mr. A.C., president-directeur van de Oranje-Nassaumijnen, als lid van de Commissie van de herziening van het Mijnreglement van 1906
DOC_0008 Mr. A.C. Haex, president-directeur van de Oranje-Nassaumijnen

Rijckheyt (Heerlen):
Persoonddocumentatie: A. C. Haex

 

  • Artikel
  • 12 februari 2011
  • door Willibrord Rutten, Sociaal Historisch Centrum voor Limburg,

3 reactie(s)


Reacties

Ben een verhaal aan het

Ben een verhaal aan het schrijven over de begraafplaats Akerstraat Heerlen. Bekende personen worden vermeld in een korte geschiedenis. Voor mijn zeer interessant. In de grafkelder ligt ook nog D. Haex geb. 23-12-1907 overl. 26-10-1963, weet u ook iets9BGea van deze persoon

Dhr. Haex had ook kinderen,

Dhr. Haex had ook kinderen, maar wanneer deze geboren zijn durf ik niet te zeggen. Of het zich bij D. Haex dus om een famililid of kind van dhr. Clement Haex handelt is mij onbekend. 

De zoon van dhr. Albert Haex

De zoon van dhr. Albert Haex welke ook in de grafkelder ligt, is Daniel Haex. Hij was getrouwd met mw. Elings en stierf in Rotterdam waarna hij bijgezet werd in voornoemde grafkelder te Heerlen. De twee andere kinderen waren Frida en Berthilde. Berthilde is begraven in het Ginneken te Breda. Groet, Rainier Vrouenraets.

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

Koempelmis mijn Oranje-Nassau III

Koempelmis mijn Oranje-Nassau III

  • agenda
  • 28 april 2019
Koempelmis mijn Oranje-Nassau I

Koempelmis mijn Oranje-Nassau I

  • agenda
  • 17 februari 2019
Koempelmis mijn Oranje-Nassau II

Koempelmis mijn Oranje-Nassau II

  • agenda
  • 20 januari 2019
Open monumentendag

Open monumentendag

  • agenda
  • 10 september 2017
Weltense mijnsporen

Weltense mijnsporen

  • artikel
  • 11 augustus 2017