Een middagje stedenbouwkundige archeologie

Een middagje stedenbouwkundige archeologie

Misschien een leuke tip voor een mooie lentedag: een middagje stedenbouwkundige archeologie. Huur een fiets en ga in een willekeurige stad rondjes rijden. Zoek een gedeelte dat ongeveer in dezelfde tijd is aangelegd en kijk goed rond. Wat zijn hier de beste plekken, waar zijn de mindere? Waar zijn de dure huizen, waar de goedkopere? Is er een patroon te ontdekken? En daaruit afgeleid: Wat voor een maatschappij bouwde hier? Zelf bezocht ik onlangs de Heerlense wijk rond de Molenberg (1920), naar ontwerp van architect-stedenbouwer Jan Stuyt (1868-1934). 

Deze in de hoogtijdagen van de mijnbouw aangelegde woonwijk geeft verrassend veel aanknopingspunten voor een typering van de vooroorlogse Limburgse maatschappij. Toegegeven: de hoogteverschillen maken fietsen in de stad Heerlen niet altijd even makkelijk. De Molenberglaan, die tegen de Molenberg opslingert, is zo steil dat je op sommige stukken op de pedalen moet staan om überhaupt in beweging te blijven. En dan moet je ook nog eens om je heen kijken, want er is van alles te zien.

  
(alle foto's Pepijn Bakker)

Molenberglaan

Zo staat aan het begin van de laan, op adres Akerstraat 126, een groot, wit classicistisch vormgegeven landhuis. Dit was ooit de residentie van de directeur van de nabijgelegen Oranje-Nassau mijn. Vanuit de woonkamer heb je ruim uitzicht over het verkeer van de Molenberglaan. Dit was niet zomaar: het personeel van de mijn woonde in de huizen langs de laan en in de arbeiderswijk bovenop de berg. Vanaf hier kon je alles in de gaten houden.

  

Fietsend vanaf de directeurswoning kom je eerst langs de woningen van het hogere personeel. Ook kapitale woningen, opgetrokken in cottage-stijl. Hoe hoger je komt, hoe kleiner de huizen en hoe soberder de gevels, hier woonden de lager geclassificeerde beambten. Ten slotte wacht bovenop de Molenberg de werkelijke mijnwerkerswijk, bestaande uit nauwe straten en kleine rijwoningen. De huizen zijn hier verfraaid met enkele ornamenten op en rond de woningentree en soms een kroonlijst langs de dakrand.

  

Zo is dit stukje Heerlen een strikt hiërarchisch geordende woonwijk, met de rijkeluiswoningen dichtbij het stadscentrum en de arbeiderswoningen bovenop het plateau, aan het oog onttrokken door het bosrijke park tegen de helling. Hoe was de maatschappij waarvoor zo’n hiërarchische stedenbouwkundige structuur werd aangelegd?

Maatschappij op drift
Deze maatschappij was op drift. Vanwege de razendsnelle groei van de mijnbouw rondom Heerlen was er een grote toestroom van arbeiders naar de stad. Tussen 1900 en 1930 groeide de totale bevolking van 70.000 tot ongeveer 250.000 inwoners. De autoriteiten stonden voor een gigantisch probleem: hoe konden voor al deze mensen zo snel mogelijk woningen en voorzieningen worden aangelegd om sociale misstanden en uiteindelijk volksopstanden te voorkomen? Men vreesde voor een totale ontwrichting van de samenleving en de opkomst van het socialisme. Er moest snel en adequaat worden gehandeld.

Zodoende verenigden de mijnindustrie, het openbaar bestuur en de kerk zich voor de aanleg van nieuwe wegen, woningen en voorzieningen. Koepelorganisatie ‘Ons Limburg’ coördineerde het werk van verschillende woningbouwverenigingen en voorzag deze in kennis en kunde. Daartoe zocht oprichter Monseigneur H.A. Poels (1868-1948) naar een architect die deze gigantische bouwopgave op zich zou kunnen nemen. Via zijn katholieke netwerk kwam hij uit bij architect Jan Stuyt, tot op dat moment bekend staand als een kerkenbouwer in neogotische stijl. In de tien daaropvolgende jaren zou hij ongeveer 3000 Limburgse woningen realiseren, waaronder die rondom de Molenberg.

Een belangrijk aspect van de samenwerking tussen Poels en Stuyt, is hun beider katholieke geloof. De bevolkingsgroep waartoe zij behoorden raakte in Nederland pas sinds de helft van de 19e eeuw op sociaal en politiek gebied geëmancipeerd. Kerken werden gebouwd en katholieke verenigingen werden opgericht. Maar naast het katholieke geloof, stak óók het socialisme de kop op. Het was dus belangrijk om in het reeds katholieke zuiden óók in tijden van grote verandering de greep op de maatschappij te behouden. Poels en Stuyt streefden aldus een strikte ordening van de maatschappij na, met de kerk centraal, waaromheen het openbaar bestuur, de notabelen en het gewone volk zijn geschikt. De aanleg van alle nieuwe wijken was de consolidatie van deze visie.

Controlestedenbouw
Al fietsend valt op hoe slim Stuyt de verschillende soorten woningen heeft geschikt. De Molenberg is natuurlijk geen echte ‘berg’, maar een plateau. Dit betekent dat de top bestaat uit een groot, relatief plat vlak, omringd door een afgrond die slechts door enkele toegangswegen wordt overbrugd. Zo werd het mogelijk om bovenop een rationeel stratenpatroon aan te leggen en de wijk gemakkelijk kon worden afgesloten in geval van oproer.
De woningen langs de toegangsweg daarentegen zijn lommerrijk gesitueerd, tussen het groen van het park tegen de steile helling. Verschil moet er zijn. De directeurswoning aan de ingang van de Molenberglaan ten slotte, overziet het geheel. Hier wandelden de arbeiders elke dag voorbij, op weg naar de kerk of naar de mijningang. Met dit soort stedenbouw zijn geen bewakingscamera’s meer nodig.

Uniformenarchitectuur

Ook Stuyts gebruik van stijl is opvallend. Wanneer je goed kijkt, zie je dat ondanks het verschillende uiterlijk van de woningen slechts een paar verschillende woningplattegronden zijn gebruikt. Dit geldt óók voor de luxe woningen. De belangrijkste verschillen zitten aldus in het voorkomen. Stuyt blijkt ook dit te hebben ingezet om hiërarchie uit te drukken. Wanneer je als bewoner van de arbeiderswijk blijk had gegeven van goed gedrag, mocht je verhuizen naar een meer centraal gelegen, rijker gedecoreerd huis binnen de wijk. Huizen hier zijn een soort uniform: hoe meer strepen op het revers, hoe beter. Ook hier: verschil moet er zijn.

 

Na de hiërarchie
Anno 2013 blijkt er niet veel meer over van de hiërarchie van weleer. De nabijgelegen kerk staat leeg, verenigingsgebouwen zijn half ontmanteld en de directeurswoning huis nu een kantoor. De arbeiderswijk bovenop staat alom bekend als probleemwijk (ooit ‘Vogelaarwijk’), met de kenmerkende problemen als onderwijs- en taalachterstand, criminaliteit en problemen achter de voordeur.
Als één van de redenen van deze verloedering wordt de geïsoleerde ligging aangedragen. Gedurende de tijd zijn de hiërarchische banden met ‘beneden’ steeds minder belangrijk geworden en werd de wijk steeds meer zelfvoorzienend. Het leidde tot een concentratie van bevolkingsgroepen op één plek en daarmee de achteruitgang van de wijk.
Deze geschiedenis toont aan dat een strikte fysieke ordening dan wel een sterke impact heeft op het functioneren van de maatschappij, maar vaak een veel langere levensduur heeft dan de maatschappelijke verhoudingen waaraan deze ten grondslag ligt. Je kan je daarom afvragen in hoe verre architectuur, maar vooral stedenbouw zich door een maatschappelijk programma moet laten vormen. Je bouwt niet alleen voor morgen, maar óók voor de komende eeuw.

Pepijn Bakker (1981) studeerde ‘Architectuur en Planning’ aan de Technische Universiteit in Eindhoven, werkte bij Koen van Velsen en MVRDV en is regiocoördinator West van de Bond Nederlandse Architecten (BNA).

Dit artikel verscheen als eerste op blog ‘Architectural Odyssey’ (www.archissey.nl) Deze weblog biedt een overzicht van Nederlandse architectuur en planning van de laatste 100 jaar. Het doel is het overbruggen van de kloof tussen hoe architecten en stedenbouwers enerzijds en het grote publiek anderzijds over de gebouwde omgeving praten en schrijven. Door architectuur vanuit de discipline voor een groot publiek te beschrijven, wordt bijgedragen aan een beter begrip over en weer en worden de architectuur- en stedenbouwpraktijk opnieuw als maatschappelijke disciplines gepositioneerd.
Klik hier voor een uitgebreidere motivatie en volg de wekelijkse update op twitter.

http://www.pepijnbakker.nl/

  • Artikel
  • 18 april 2013
  • door Pepijn Bakker

2 reactie(s)


Reacties

" Dit was ooit de residentie

" Dit was ooit de residentie van de directeur van de nabijgelegen Oranje-Nassau mijn. Vanuit de woonkamer heb je ruim uitzicht over het verkeer van de Molenberglaan. Dit was niet zomaar: het personeel van de mijn woonde in de huizen langs de laan en in de arbeiderswijk bovenop de berg. Vanaf hier kon je alles in de gaten houden." Wat een mal commentaar ! De woning werd bewoond door directeur Mr A.Haex. Je denkt toch niet dat die een woning op die plek wilde hebben om de hele dag achter zijn gordijnen te kunnen gluren wie er voorbij kwam ? Bovendien werden de arbeiderswoningen boven op de berg pas gebouwd toen Haex al was overleden.

Pepijn beschrijft wel een

Pepijn beschrijft wel een typisch onderdeel van mijnkoloniën in de Oostelijke Mijnstreek: goed overzicht over de buurt, doorkijk naar belangrijke straten vanaf pleinen, etc. Niet om alles continue in de gaten te houden maar om tijdens oproer goed zicht te hebben op de buurt en vluchtwegen bereikbaar te houden. Of dat in het geval van deze directeurswoning ook van toepassing is weet ik niet, maar aannemelijk is het wel.

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

De eerste stap

De eerste stap

  • artikel
  • 25 april 2012
Een multicureel verhaal

Een multicureel verhaal

  • artikel
  • 16 maart 2006
Open monumentendag

Open monumentendag

  • agenda
  • 10 september 2017
Weltense mijnsporen

Weltense mijnsporen

  • artikel
  • 11 augustus 2017