Ik word mijnwerker

Ik word mijnwerkerKaft werkboekje OVS-er

Scholing in het bedrijfsleven vond en vindt nog steeds plaats, maar een echte bedrijfsschool is een zeldzaamheid. In Limburg zorgden de mijnbedrijven zelf voor de opleiding van jonge mijnwerkers. De mijnen hadden namelijk veel mensen nodig en het werk in de mijnen kon je op geen andere school leren.

De keuze in school en beroep was vroeger beperkter dan tegenwoordig. Er waren echte mannenberoepen en echte vrouwenberoepen. Jongens gingen meestal naar de ambachtsschool om een technisch beroep te leren. Voor veel jongens was de keuze nog makkelijker; hun vader werkte in de mijn en zij gingen als ze 14 jaar werden vanzelfsprekend mee naar de mijn. Meestal met alleen de lagere school (basisschool) gingen de jongens naar de Ondergrondse Vakschool (OVS). Daar begonnen ze dan hun loopbaan als mijnwerker. Als mijnwerker ondergronds kon je meer verdienen dan in andere beroepen. In een groot deel van Limburg draaide alles om de mijn en was de keuze vanzelfsprekend: "Ik word mijnwerker!".

Eerst stenen rapen ... 

Lange tijd begon het werk in de mijn voor jongens van 14 jaar aan de leesband. Dat betekende dat zij als "leesjongens" aan een lopende band stenen uit de kolen moesten uitlezen (uitzoeken) en verwijderen. Het werk in de mijn werd steeds ingewikkelder door nieuwe werkmethodes en het gebruik van nieuwe machines.
Er ontstond behoefte aan een opleiding voor toekomstige mijnwerkers. In 1929 was het zover en startte de "Opleiding voor Leesjongens".

Door de snelle technische vooruitgang en mechanisatie werden er steeds hogere eisen gesteld aan de mijnwerker. Na de tweede wereldoorlog voldeed de "Opleiding voor Leesjongens" niet meer. De Ondergrondse Vakschool (OVS) moest zorgen voor een bredere en betere opleiding.

Van vader op zoon... 

Aanmelden ging gemakkelijk. "Vader neemt zijn zoon mee naar de chef van de opleiding. Na een eerste kennismaking geeft de chef vader een aanbeveling om zijn zoon aan te melden als leerling. Ze gaan samen naar de afdeling personeelszaken om de jongen in te laten schrijven als Ondergronds Vakscholier. De volgende dag moet de aanstaande scholier zich melden op de verbandkamer bij de mijnarts. Hij wordt gekeurd en als laatste maakt de arts nog een longfoto. Als hij is goedgekeurd levert hij bij personeelszaken twee pasfoto's in en wordt zijn arbeidscontract opgesteld. Hij krijgt zijn werknummer en een boekje met voorschriften met de raad ze goed door te nemen. De volgende dag op de Ondergrondse Vakschool (OVS) krijgt hij een legitimatiebewijs en zijn volledige OVS-uitrusting: twee overalls, een paar mijnschoenen met stalen neuzen, een helm en een riem. Klaar om mijnwerker te worden."

Zo werd je aangemeld op de Ondergrondse Vakschool en koos je voor het vak mijnwerker. Een nadeel was wel dat je al met 14,5 jaar moest kiezen voor het beroep mijnwerker. Daar stond tegenover dat een OVS-er al tijdens de opleiding loon kreeg. Bovendien had je, als je klaar was met de opleiding, op hetzelfde bedrijf meteen werk. Bijna altijd werd dat weekloon thuis helemaal afgegeven. Meestal kreeg je dan zelf zondagsgeld. Voor veel grote gezinnen was dit extra loon natuurlijk aantrekkelijk. Je leerde een beroep en ontving meteen loon.

De opleiding duurde drie jaar. Er werden lessen Nederlandse taal, rekenen, godsdienst, sport en spel gegeven, maar ook werktuigkunde, machinekennis en mijnbouwkunde. De jongens leerden er mijnhout te bewerken, mijngas controleren, steenkool scheppen, gereedschap slijpen en nog veel meer praktische dingen voor het echte werk ondergronds. Er waren verder kampweken en sportdagen, want (citaat)"de intensieve sportbeoefening hardt de jongens voor het toekomstige werk in het mijnbedrijf", werd er gezegd. Ook was er een speciale leermijn.
Een nagebouwd deel van een steenkolenmijn waarin de leerlingen praktijkles kregen.

De leermijn was een belangrijk onderdeel van de OVS-opleiding. Er waren pijlers, transportbanden, gangen met sporen voor de mijnwagens, laadpunten en persluchtleidingen. Ook alle veiligheids-voorschriften en veiligheidsvoorzieningen waren aanwezig. Kortom alles wat in een echte mijn nodig was om steenkool te winnen.

Vanaf het derde leerjaar gingen de OVS-ers echt ondergronds. Eerst één dag per week, maar aan het einde van het schooljaar vier dagen. Ze verrichtten allerlei voorkomende werkzaamheden om zo het ondergrondse bedrijf door en door te leren kennen. Na de opleiding gingen de OVS-ers vast over naar het ondergrondse mijnbedrijf, ze waren dan 17 jaar oud.

De houwersopleiding 

Een soort vervolgopleiding op de OVS was de houwersopleiding. Je kon deze 3-jarige opleiding alleen volgen als je minimaal 17 jaar was. Het eerste deel van de opleiding bestond uit schriftelijke lesblokken. Hierin kreeg je alles wat je weten moest over steenkool en de winning ervan geleerd. In zes studieboeken werden het mijnbedrijf en de werkzaamheden behandeld. Zo werd het aanleggen van schachten en mijngangen geleerd maar ook: de geschiedenis van de mijnbedrijven, luchtverversing ondergronds, stofbestrijding bij de winning, energiegebruik, vervoer ondergronds, de werking van machines, het gebruik van gereedschappen en hefwerktuigen, onderhoud van machines, veiligheid en organisatie van een mijnbedrijf. Kortom de houwersopleiding was een uitgebreide opleiding die van de mijnwerkers technische vakmensen maakte.

Om de kennis in de praktijk toe te passen kwamen de cursisten daarna voor 6 maanden in een leerpijler ondergronds. Onder leiding van ervaren houwers gingen zij aan de slag om steenkool te winnen. Een houwer had zoveel kennis in huis dat hij bijna ieder probleem zelf kon oplossen. De cursus werd afgesloten met een examen en een houwersdiploma.

  • Artikel
  • 20 september 2010
  • door Harrie Schlechtriem

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

Mauritsmars terug in Geleen

Mauritsmars terug in Geleen

  • nieuws
  • 15 augustus 2019
Oorlogsslachtoffers

Oorlogsslachtoffers