Marokkaanse mijnwerkers in Limburg

Marokkaanse mijnwerkers in LimburgMarokkaanse mijnwerkers bij de bus. Foto Limburgs Museum

Vanaf 1963 kwamen Marokkaanse gastarbeiders werken in de Limburgse mijnen. De aanpassing verliep moeizaam, maar bij de mijnsluiting bleken zij van grote waarde om de afbouw soepel te laten verlopen.

De Marokkanen die in de periode 1963-1976 in de Nederlandse mijnen terechtkwamen, kenden een heel verschillend arbeids- en migratiepatroon. Sommigen werkten slechts enkele maanden in een mijn om er dan plotseling vandoor te gaan, maar onder hen waren er ook die na verloop van tijd weer terugkeerden.
Bij de Oranje-Nassau I bijvoorbeeld waren 53 van de in totaal 682 Marokkanen na een eerste termijn weer teruggekeerd naar hun oude werkgever. In diezelfde mijn hielden slechts 97 Marokkanen het langer dan zeven jaar uit. Er was dus geen vast arbeidspatroon. Het verloop onder de Marokkaanse mijnwerkers was echter in de jaren zestig hoger dan in de jaren zeventig. De groep Marokkanen die in de jaren zestig in dienst werd genomen, functioneerde als een soort buffer in de arbeidsmarkt. Toen die ten tijde van de kolencrisis in 1966-1967 volledig instortte, werden de contracten van de meeste in de jaren daarvoor aangenomen Marokkanen niet meer verlengd. Zij keerden grotendeels terug naar Marokko. De tweede groep die in 1970 en 1971 werd geworven uit de Noord-Franse mijnen en rechtstreeks uit Marokko, werd ingezet om het arbeidsverloop van jongere mijnwerkers op te vangen en de mijnsluitingen soepel te laten verlopen.

Herkomst

Marokkaanse mijnwerkers in LimburgMarokkaanse mijnwerkers in de lift. Foto ContiniumUit het onderzoek naar de herkomst bleek dat de Marokkanen die zich spontaan bij de Oranje-Nassau I hadden aangemeld voor meer dan de helft uit het noorden van Marokko kwamen. Van de geworven Marokkanen daarentegen kwam 85 tot 90 procent uit het zuiden. Dit is opvallend omdat landelijk gezien tweederde van de Marokkaanse migranten uit de Rif, dus uit het noorden, kwam. De belangrijkste oorzaak hiervan was dat de wervingsbureaus van de Nederlandse overheid vooral in Noord-Marokko waren gevestigd. De wervingsbureaus van de mijnen waren juist in het zuiden van het land gesitueerd.
Na de mijnsluitingen vond een deel van de Marokkanen op eigen gelegenheid ander werk in Nederland; anderen keerden terug naar Marokko. Het merendeel werd echter, al dan niet omgeschoold, in een ander Limburgs of Nederlands bedrijf geplaatst. Veel van de Limburgse bedrijven waar deze Marokkanen terechtkwamen gingen vanwege de economische problemen in de jaren zeventig kopje onder. Voor de Marokkaanse oud-mijnwerkers was in het westen van het land echter ook nog wel werk te vinden, bijvoorbeeld in de Rotterdamse haven. Uiteindelijk zijn er van de enkele duizenden Marokkaanse mijnwerkers naar schatting maar 200 a 300 in Limburg achtergebleven.

 

Aanpassen gaat moeizaam

Marokkaanse mijnwerkers in LimburgMarokkaanse mijnwerkers in een gezellenhuis. Plaats onbekend. Foto ContiniumDe Marokkanen woonden in de jaren zestig en zeventig verspreid over Oostelijk Zuid-Limburg in verschillende gezellenhuizen. Die lagen meestal buiten de kern van het dorp en hadden alle noodzakelijke faciliteiten. Daardoor, maar zeker ook door de taalproblemen, was de communicatie tussen de plaatselijke bevolking en de Marokkaanse mijnwerkers vrij beperkt. Daarnaast waren ook de cultuurverschillen redelijk groot. Omdat de Marokkaanse mijnwerkers maar gedurende een korte periode deel uitmaakten van de Limburgse samenleving hebben Marokkanen en Limburgers maar weinig tijd gehad om aan elkaar te kunnen wennen. Toch moet er op worden gewezen dat juist deze buitenlandse mijnwerkers voor veel autochtoon mijnpersoneel van grote waarde zijn geweest. Zij hebben er mede voor gezorgd dat veel Limburgse mijnwerkers hun pensioengerechtigde of overbruggingsleeftijd hebben gehaald.
Door hun gevorderde leeftijd waren deze mensen moeilijk elders plaatsbaar en jongeren uit Limburg hadden zich met het oog op de sluitingen uit de mijnen teruggetrokken. Zij werkten liever in een beroep met meer toekomstperspectief.

Tanja Cranssen, Marokkaanse mijnwerkers in Limburg. In: Jaarboek van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg, deel XLVIII 2003, p. 145-146.

Tanja Cranssen *1977,  studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden, waar zij in 2002 bij Herman Obdeijn afstudeerde op de scriptie over Marokkaanse mijnwerkers.

Met dank aan Tanja Cranssen, het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg en Continium Discovery Center voor de bijdragen aan dit artikel.

www.continium.nl

www.shclimburg.nl

  • Artikel
  • 26 januari 2012
  • door Tanja Cranssen

1 reactie(s)


Reacties

Ik Frans Daemen uit

Ik Frans Daemen uit Amstenrade heb als administrateur van het Gezellenhuis De Dem, Demstraat 75 in Hoensbroek gewerkt vanaf de opening op 28 mei 1948 tot sluiting in 1974.
Ik had een agentschap van de Centrale Volksbank uit Utrecht erbij in het Gezellenhuis De Dem. Per 1-1-1972 stopten de O.N. Mijnen met contante loonbetaling en moesten 375 Marokkaanse mijnwerkers een
9 cijferig banknummer hebben, hetgeen door de kassier / administrateur van het Gezellenhuis mede werd verwezenlijkt.
Ik was de rechterhand van de huismeester dhr. G.Zwarts, die later opgevolgd werd door dhr. J.Kessels en A.Fischer.
Ik ben op zoek naar foto's die ooit in de Oranje Nassaupost gestaan hebben, die betrekking hadden op het Gezellenhuis.
Weet u waar de O.N, Mijnen hun archief hebben ?
Frans Daemen Kasteelstraat 12 6436 EA Amstenrade. 046-4423809

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

Lezing: Applaus voor een Requiem

Lezing: Applaus voor een Requiem

  • agenda
  • 18 januari 2019
Opstandige mijnwerkers

Opstandige mijnwerkers

  • nieuws
  • 23 oktober 2018