Rijkswerkinrichting (RWI) ‘De Passart’ te Treebeek (1947-1951)

Rijkswerkinrichting (RWI) ‘De Passart’ te Treebeek (1947-1951)Barakkenkamp Passart, 1953. Foto Rijckheyt

In Het Land van Herle 2010 (4) staat een artikel van mijn hand over mijnkamp Julia te Eygelshoven (1947-1957), een interneringskamp voor veroordeelde politieke delinquenten: gewezen SS’ers, NSB’ers en andere ‘foute Nederlanders’ tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van dit artikel verscheen op 23 maart 2011 een samenvatting op de website van Heerlen Vertelt. Inmiddels hebben zo’n veertig mensen op deze samenvatting gereageerd. Sommige reacties duiden op het bestaan van een interneringskamp te Treebeek. Gevraagd wordt over dit kamp (meer) informatie te verstrekken. Vandaar dit artikel; een stuk gebaseerd op de resultaten van een oriënterend onderzoek mijnerzijds.

Bijzondere rechtspleging 

Meteen na de bevrijding – in onze regio vanaf september 1944 – ontstond overal in Nederland een klopjacht op iedereen die met nazi-Duitsland had geheuld of daarvan verdacht werd. Al dan niet vermeende NSB’ers, Waffen-SS’ers en andere collaborateurs of verraders werden gearresteerd. De Bijzondere Rechtspleging werd ingesteld. Bijna 200.000 ‘foute Nederlanders’ moesten geïnterneerd worden. In rap tempo ontstonden overal in den lande strafkampen voor politieke delinquenten; meer dan honderd vaak provisorisch ingerichte strafinrichtingen. Ook in Zuid-Limburg ontstonden strafkampen. Speciaal opgerichte tribunalen en bijzondere gerechtshoven moesten bepalen welke straf ‘politieke delinquenten’ kregen. Uiteindelijk kwamen bijna 140.000 mensen na hun voorarrest vrij en werden 66.000 mensen veroordeeld.

De Passart 

Volgens de Rijksbegroting 1948 werd Rijkswerkinrichting (RWI) ‘De Passart’ te Treebeek in 1947 in dienst gesteld. Behalve dit interneringskamp waren er nog enkele andere strafgestichten in de Oostelijke Mijnstreek. De heer Christiaan Abel Arnoldus (1890-1991) werd ‘Hoofddirecteur Strafgestichten Mijnstreek’. Hij woonde te Heerlerheide. De capaciteit van ‘De Passart’ bedroeg circa 500 geïnterneerden, enkel mannen. Volgens de Rijksbegroting 1950 telde ‘De Passart’ medio november 1949: 516 geïnterneerden, waarvan 466 politiek veroordeelden. Het kamp lag in ‘Tuindorp’, vrijwel naast de Staatsmijn Emma, bereikbaar via de Passartweg. Het kamp zou 21 barakken hebben geteld. In deze barakken verbleven onder meer gewezen Waffen-SS’ers.
Via andere strafkampen geworven en geselecteerde politieke delinquenten verrichtten op vrijwillige basis, in aparte diensten en ploegen, (ondergrondse) arbeid in Staatsmijn Emma. In colonnes en onder bewaking liepen zij vanaf het kamp naar de Emma en terug. Rijkswerkinrichting (RWI) ‘De Passart’ te Treebeek (1947-1951)Gestraften in de mijn. Fotocollectie DeMijnen.nl

Statistiek  

Volgens statistieken van de Gezamenlijke Steenkolenmijnen in Limburg bestond de totale ondergrondse bezetting op 31 december 1947 uit 25.272 personen, waarvan 2.523 politieke delinquenten. Bij de troonwisseling in december 1948 werd aan veel politieke delinquenten amnestie verleend. Door de amnestieregeling verlieten ruim 750 politieke delinquenten de mijn. In de eerste helft van de jaren 1950 nam het aantal politieke delinquenten verder af. In 1955 waren er nog slechts 19 politieke delinquenten in de Limburgse mijnen werkzaam. 

Leven in De Passart  

Vanwege hun mijnarbeid ontvingen politieke delinquenten zekere voorrechten: fatsoenlijk voedsel, degelijke kleding, loon om in het levensonderhoud van hun gezin te kunnen voorzien of een financieel gezonde toekomst op te kunnen bouwen, een aantal verlofdagen om contacten met het ‘thuisfront’ te kunnen onderhouden. In kamp ‘De Passart’ was zelfs een verlof- of bezoekerscentrum ingericht: twee eenvoudige huiskamers met aangrenzende slaapvertrekken, elk bestemd voor twaalf personen. Vele gezins- of familieleden van geïnterneerden afkomstig van boven de Moerdijk, moesten lange trein- en busreizen maken alvorens hun man, vader, broer of zoon in RWI ‘De Passart’ te kunnen bezoeken. Enkele gasten verbleven tijdens hun bezoek zelfs enige tijd bij (mijnwerkers)gezinnen in de buurt van het kamp. Voor deze gastvrijheid is Marijke, dochter van een voormalig geïnterneerde uit Rotterdam, mijnwerker Joep Temmink en zijn gezin nog steeds dankbaar, aldus ‘Terugdenkend aan Treebeek’; een artikel over kinderen van ‘foute’ ouders in het Verhalenarchief. ‘Van die gevangenisbezoeken kan ik me niets herinneren, maar wel herinner ik me Joep. Een hele gezellige, goedlachse man. Ook herinner ik me een van zijn dochtertjes. Met haar speelde ik veel, en ze troonde me vaak mee naar de kerk in de straat, om me daar het altaar te laten zien. Prachtig vond ik dat’, vertelt Marijke. Rijkswerkinrichting (RWI) ‘De Passart’ te Treebeek (1947-1951)Barakkenkamp Passart, 1953. Fotocollectie Rijckheyt 4083

Geïnterneerden van RWI ‘De Passart’ vulden het toentertijd bestaande tekort aan mijnwerkers aan, verhoogden door hun arbeid de kolenproductie, droegen zodoende bij tot de wederopbouw van het naoorlogse Nederland en aan hun eigen resocialisatie. Nederlandse overheid, mijndirecties en reclassering beschouwden het werken van gestraften in de mijn als belangrijk en zinvol. Het feit dat politieke delinquenten de kans kregen door nuttige arbeid mee te werken aan de wederopbouw van ons land, had positieve gevolgen voor het zelfrespect van menig veroordeelde. Buurtbewoners reageerden vaker minder positief op de aanwezigheid van geïnterneerden. Veel ‘gewone mijnwerkers’ beschouwden de mijnarbeid door politieke delinquenten als een belediging aan hun adres en een diskwalificatie van hun vak.  

Rijkswerkinrichting (RWI) ‘De Passart’ te Treebeek (1947-1951)Barakkenkamp Passart, 1953. Fotocollectie Rijckheyt 4092
Zoals in alle andere interneringskampen vonden er ook in RWI ‘De Passart’ soms wantoestanden plaats, kwamen er onregelmatigheden of ‘knoeierijen’ voor. Kampcommandant en kampbewakers van ‘De Passart’ gingen hun boekje wel eens te buiten, bijvoorbeeld door geïnterneerden te mishandelen of te vernederen, hun bezoekende gezins- of familieleden te treiteren, of goederen (staatseigendom) te stelen. Sommige personeelsleden moesten voor de rechtbank te Maastricht terechtstaan. Zij werden veroordeeld en kregen een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf of geldboete, aldus krantenberichten. Eveneens vonden er wel eens ontsnappingen plaats, of pogingen daartoe. 

Vertrek uit Tuindorp 

In of omstreeks 1951 werd RWI ‘De Passart’ gesloten, evenals verschillende andere strafkampen voor politieke delinquenten. Dit wegens een sterk verminderde bezettingscapaciteit: vele veroordeelden hadden hun straf inmiddels uitgevoerd of werden in vrijheid gesteld. Op het justitie- c.q. gevangenispersoneel werd drastisch bezuinigd. Bewakers met de nodige dienstjaren konden met pensioen gaan, andere moesten nieuw werk zoeken.
RWI ‘De Passart’ werd niet afgebroken, maar werd verbouwd tot een complex van arbeiders- of mijnwerkerswoningen. Dit vanwege de bestaande grote woningnood. Sommige afgestrafte politieke delinquenten kregen bij Staatsmijn Emma een vaste aanstelling en vestigden zich, al dan niet samen met hun gezin, in Tuindorp of elders in Treebeek. Andere afgestraften vertrokken naar hun geboorte- of woonplaats om aldaar een nieuw bestaan op te bouwen, hetgeen voor hen vaak een uiterst moeilijke opgave was vanwege hun beladen verleden. Ook hun vrouw en kinderen werden met tal van problemen geconfronteerd. Er was sprake van uitsluiting, schaamte, angst, eenzaamheid.
Later werd ‘Tuindorp’ bekend of berucht vanwege het geregeld optreden van conflicten tussen bewoners, gemeente en andere instanties. ‘Tuindorp’ werd een hoofdpijndossier. Inmiddels nadert het vertrek van de laatste bewoners uit deze Heerlense volkswijk.  Rijkswerkinrichting (RWI) ‘De Passart’ te Treebeek (1947-1951)Barakkenkamp Passart, 1953. Fotocollectie Rijckheyt 4091

Met dank aan Bas Waanders, beheerder van de website: baswaanders.com/buurten/3-de-weggebekker/  

Bronnen:
Limburgs(ch) Dagblad 20 januari 1937, 26 september 1946, 14 mei 1947,  18 september 1948, 19 september 1950, 20 maart 1951, 7 november 1951, 22 januari 1952, 14 januari 2015.

Leeuwarder Courant, 14 maart 1951.
De Waarheid, 24 juni 1961.
Rijksbegrotingen voor de dienstjaren 1948 en 1950.
Wikipedia: Treebeek.
Verhalenarchief: http://hetverhalenarchief.nl/.
Open Gesticht’, maandblad voor het gevangeniswezen, januari 1950.
‘Christiaan Abel Arnoldus, een man waar ik trots op ben’: http://www.devrijecultureleruimte.nl/Christiaan%20Abel%20Arnoldus.html.
Tijdschrift Fan Fryske Groun (1949): artikel en foto’s over gestraften in de mijn
A.D. Belinfante, In plaats van bijltjesdag. De geschiedenis van de bijzondere rechtspleging na de Tweede Wereldoorlog [Amsterdam 2006].
Marcel Krutzen, ‘Over strafkampen voor ‘foute Nederlanders’ en het mijnkamp Julia te Eygelshoven [1947-1957]’, in: Land van Herle, historisch tijdschrift voor oostelijk Zuid-Limburg, 2010-4.

Website Heerlen vertelt

Marcel Krutzen (Heerlen, 1959) is afgestudeerd pastoraal werker, leraar VO levensbeschouwing en maatschappelijk werker. Sinds 1986 is hij als reclasseringswerker werkzaam in het arrondissement Maastricht. Marcel heeft vooral grote belangstelling voor de geschiedenis van het reclasseringswezen in Nederland, Heerlen en Tweede Wereldoorlog, en de Limburgse mijnbouw. Hij is bestuurslid van de Heemkundevereniging Welten-Benzenrade. Hij publiceert onder meer in Het Land van Herle.

  • Artikel
  • 15 februari 2015
  • door Marcel Krutzen

12 reactie(s)


Reacties

Boeiend verhaal. Knap

Boeiend verhaal. Knap geschreven en gedocumenteerd. Ik lees niets over zuiveringscommissies in dit stuk. Waar moet ik dat fenomeen plaatsen?

Zo een tuindorp heeft toch

Zo een tuindorp heeft toch ook tussen Terwinselen en Kaalheide gelegen. Lag het oude voetbalveld van RK SVK nog. Was dat dan ook een strafkamp geweest.

Naar aanleiding van het boek

Naar aanleiding van het boek van Marcia Luyten heb ik me wat verdiept in haar vermelding van de tewerkstelling van politieke delinquenten in de mijnen. Soms is er sprake van 3 kampen in ieder geval De Passart te Treebeek , Julia (Nievelsteen) Eygelshoven en (mogelijk) Verblijfskamp Hendrik. Elders is sprake van 6 kampen ‘Politieke delinquenten welke op vrijwillige basis (tijdelijk) mijnwerker werden, kwamen “binnen” via doorgangskamp Kasteel Hoensbroek om vervolgens verdeeld te worden over de zes mijnkampen t.w. Spekholzerheide, Treebeek-Amstenrade, Nulland Kerkrade, kamp Julia te Eygelshoven, ook wel kamp Nievelsteen genoemd, Lindenheuvel-Geleen en Sint Ignatiuscollege Broekhem-Valkenburg. In het mijnkamp Treebeek was tevens een noodziekenhuis voor gedetineerden. In 1958 werd als laatste ‘Mijnkamp Julia’ te Eygelshoven gesloten’. ; Marcel Krutzen, ‘Over strafkampen voor “foute Nederlanders” en het mijnkamp Julia te Eygelshoven [1947-1957]’, Land vanHerle 60: 4 (2010) 147-162. Graag zou ik vernemen in welke kampen politieke delinquenten die in de mijnen werkten, verbleven.

Is het mogelijk te

Is het mogelijk te achterhalen in welk kamp mijn vader G.Renes heeft gezeten? Geboren 29 okt 1908 te Utrecht. Overleden te Heerlen 15-01-1983. En is er misschien meer informatie over mijn vader te vinden over zijn periode in het kamp.

Ik denk dat wel wat te vinden

Ik denk dat wel wat te vinden is in CABR in Nationaal Archief te Den Haag. Centraal Archief Bijzondere Rechtspraak...is beperkt openbaar...zeker voor familie..

Interessant verhaal! In

Interessant verhaal! In documenten over aangetrouwde (Duitse) familie kom ik tegen dat alle Rijksduitsers in de Mijnstreek op 18 september 1944 collectief werden ontslagen door de Staats- en particuliere mijnen. De Rijksduitsers werden vervolgens gelijk geïnterneerd waarbij in die documenten wordt gesproken over twee kampen: Treebeek en een kamp in Heerlen bij de Esschenderweg. Is er iemand die weet of er verschillen waren tussen beide kampen. Dan bedoel ik niet in de behandeling of zo maar in het waarom iemand in het ene kamp terecht kwam of in het andere.

Tweede vraag over de bevrijding: ik ben op zoek naar informatie over de Schutztruppe die tijdens de oorlog werd ingesteld om de mijn te beschermen tegen bijvoorbeeld sabotage maar aan het eind van de oorlog verantwoordelijk was voor de vernielingen aan bijvoorbeeld de generatoren. Is er misschien iemand die hier meer over weet? In de archieven kom ik nog niet zo veel verder.
Groet,
Martin

Ik weet zeker dat in tuindorp

Ik weet zeker dat in tuindorp (passart) de straten namen hadden waaronder het Paul krugerplein
daar heeft menig gene een fijne jeugd gehad

Ik ben in 1952 geboren in

Ik ben in 1952 geboren in Tuindorp (Passart) en wel op de Transvaalstraat ik geloof nummer 39, maar dat weet ik niet zeker. Heb daar een fijne jeugd gehad, mijn vader werkte als houwer op de Emma, mij broers hebben daar ook gewerkt. We gingen naar de Gereformeerde lager school in Treebeek, deze bestaat nog steeds. We zijn in 1960 verhuisd naar het Treebeekplein in Treebeek, later naar de Passart in de flats (die zijn nu afgebroken) Hier is mijn vader aan de gevolgen van een ongeluk ondergronds overleden. Ik denk graag terug op mijn jeugd in Tuindorp het was een leuke tijd veel in de buitenlucht (er lag een hele grote wei) .

Ik ben geboren in Leeuwarden

Ik ben geboren in Leeuwarden (eind 1951). Mijn vader werkte bij de Emma (houwer) sinds 1946. Mijn ouders trouwden in september 1950. Pas in 1952 nadat ik er was kregen ze hun eerste woning, tuindorp Pretoriastraat.. Daarna hebben we nog gewoond in Sittard en weer in Treebeek (Engerplein) voordat we terugkeerden naar het heitelan (Friesland) vlak voor de kerst in 1963. Tuindorp kan ik me nog vaag herinneren. Als ik het goed begrijp dateerden de witte barakken van de eerste wereldoorlog toen er belgische gevluchte mijnwerkers in gehuisvest werden.
Treebeek (Engerplein, Treebeekplein en -straat, etc doet me denken aan wijken die ik waar ik nu woon ook aantref: (garden cities). Ik woon nu al vele jaren in een groene buitenwijk van Londen.

Toevallig hoorde ik op de

Toevallig hoorde ik op de radio dat Otto Frank en heel veel ander Joodse burgers, die voor de oorlog het Duits Staatsburgerschap hadden, na de oorlog óók in die kampen terecht zijn gekomen...

mijn ouders woonden in

mijn ouders woonden in tuindorp tot ik werd geboren in 1963. We zijn daarna verhuisd na de passart in de flats aan de laurierstraat die nu afgebroken zijn. Daarna verhuisd na de eikstraat passart zuid, ook ik heb een hele leuke jeugd gehad in deze buurt. Ik heb nooit geweten dat er barraken stonden in tuindorp voor foute nederlanders en andere personen uit de tweede wereld oorlog totdat ik dit artikel leesde.

Op de vraag van Martin

Op de vraag van Martin Zijlstra over de Schutztruppe en de generatoren kan ik het volgende berichten.
Uit informatie van ir. A. Paulen, plaatsvervangend hoofd van het ondergronds bedrijf op de Emma blijkt dat de commandant van de Schutztruppe Brandt(s) opdracht had gekregen om de schachten van de Emma op te blazen. Tussen Paulen en Brandt(s) was in de loop der tijd een vertrouwensrelatie ontstaan en Brandt(s), een anti-Hitler officier, besefte dat na de oorlog er een grote behoefte aan kolen zou ontstaan, zowel in Nederland als in Duitsland. Paulen en Brandt(s) hebben toen gezamenlijk het plan opgezet om een oude generator op te blazen, zodat het leek alsof Brandt(s) zijn opdracht had uitgevoerd. Dat is gebeurd.

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...