Twee uur tranentrekken in Ter Eyck

Twee uur tranentrekken in Ter EyckDe Oranje Nassau III Foto: Rijckheyt

Ruim twee uur lang zijn de bewoners van zorgcentrum Ter Eyck weer even twintig. De Koempelrevue neemt ze mee in tijden van kameraadschap en kolen. En naar de danszaal van het café waar stiekem gekust werd. 

Er wordt vrolijk geklapt en meegezongen wanneer de band de Häörepaert het mijnwerkersnummer Glück Auf inzet. De entreehal van zorgcentrum Ter Eyck in Heerlerheide is voor even het decor van de Koempelrevue. Een ode aan de kinderen van de mijn.

Oranje-Nassau 3
Heerlerheide is niet toevallig gekozen als plaats van handelen. Hier heeft de diepste en meest productieve mijn van alle Oranje-Nassaumijnen dienst gedaan. In 1917 wordt er een mijnwerkerskolonie geboren, wanneer de productie in de Oranje-Nassau 3 begint. Complete generaties groeien er op in mijnwerkerfamilies. Maar ook deze mijn heeft niet het eeuwige leven. In 1973 gaat het licht uit.

De toespraak
De beruchte toespraak van Joop den Uyl in 1965, toen minister van Economische Zaken, luidde het einde in van de mijnen. Ook in Heerlerheide.
In de Koempelrevue komt dat moment terug. De pijn zit nog diep bij 
enkele bewoners van het zorgcentrum. Zij hebben gezien hoe hun vader zijn baan verloor. „Een idioot, dat was het. Allemaal idioten, die in Den Haag”, brult een man in een rolstoel door de zaal. Een groot deel van de andere honderd aanwezigen knikt instemmend.

Datzelfde doen ze wanneer wordt beschreven hoe vader thuiskomt na zijn werk in de mijn. Krassen in zijn gezicht, versleten handen van die harde kolen. Maar ook de feesten passeren. Mijnwerkers die samen hun biertjes pakken, de kinderen die touwtrekken of blikgooien. En de oudere kroost die in de hoek van het café hun toekomstige partner treft.

‘Regisseur’ Indra Kandhai van vakbond ABW ziet het met genoegen aan. „Je ziet dat dit een buurt is met een groot mijnverleden. Veel mensen van toen zijn in Ter Eyck gaan wonen. In het kader van het Jaar van de Mijnen wilden wij ook iets voor hen doen. Onze bond is immers ontstaan in de tijd van de mijnen”, zegt ze.

Broederschap
Ze krijgt assistentie van Jos Rook, die als mijnwerker een bijrol vervult in de revue. „Mijn vader heeft in de mijn gewerkt, maar de mijn sloot toen ik nog op de lagere school zat”, vertelt hij. Rook ziet als oprichter van de Mijnwerkersvereniging Limburgse Koempels hetzelfde verhaal steeds opnieuw voorbijkomen. Steeds weer de opkomst, de hoogtijdagen, de toespraak en 
het gat dat de mijnen achter hebben gelaten. „Maar ik kan er geen genoeg van krijgen.”

Hij wijst naar het oudere publiek in Ter Eyck. Hier en daar vochtige ogen, vanwege de levendige herinneringen aan vroeger. „Het was natuurlijk niet allemaal koek en ei. Ik ben mijn vader verloren, mede door zijn werk in de mijn. Hij had te veel stof ingeademd. En met mij zijn er velen die te vroeg afscheid hebben moeten nemen van hun vader of dierbare. Maar die tijd staat ook voor broederschap. En dat blijft het meest hangen.” 

Dit artikel verscheen op maandag 6 juli 2015 in Dagblad De Limburger / Limburgs Dagblad. Dit artikel wordt gepubliceerd met toestemming van en vriendelijke samenwerking met Media Groep Limburg. Bas Dingemanse is journalist voor Dagblad De Limburger.

  • Nieuws
  • 6 juli 2015
  • door Bas Dingemanse

Bekijk ook...

Wandeling langs Mijnspoorpad

Wandeling langs Mijnspoorpad

  • nieuws
  • 16 juni 2016