De kunst van de kolenwinning

Special

De handpijler

De pijler is het gedeelte van het ondergrondse bedrijf waar de steenkolenwinning plaatsvond. De pijler was aangelegd in de kolenlaag. Houwers hakten er de steenkool los. Dat gebeurde aanvankelijk met de hak, een soort pikhouweel. Vanaf ongeveer 1915 kreeg de houwer een afbouwhamer ter beschikking. Dat was een op perslucht werkend apparaat waarmee de steenkool werd losgemaakt. Dankzij de afbouwhamer werd het werk van de houwer wat minder zwaar, maar nam de stofoverlast toe. De gemiddelde pijler was ongeveer 1 meter 20 hoog.

© Fotocollectie Continium, F1118

De handpijler

De schudgoot: een belangrijke uitvinding

Aanvankelijk moest de steenkool met de hand uit de pijler worden geschept. Dat was veel en zwaar werk. De uitvinding van de schudgoot was een uitkomst. Een schudgoot bestaat uit een aantal stalen goten, die aan elkaar gekoppeld zijn. Door middel van een persluchtmotor wordt het geheel aan het schudden gebracht. De steenkool werd in de goot geschept en door de schuddende beweging uit de pijler gevoerd. Dankzij de uitvinding van de schudgoot konden de pijlers langer worden. De kolenwinning werd daardoor efficiënter georganiseerd en de productie steeg.

De schudgoot

Kolenschaaf en wandelondersteuning

Na de Tweede Wereldoorlog werd de kolenwinning gemechaniseerd. De plaats van de houwer die met een afbouwhamer in de  weer was, werd ingenomen door een kolenschaaf. Dat was een zware stalen beitel die met lieren langs de kolenlaag werd getrokken. Iedere keer schraapte de beitel ongeveer dertig centimeter kolen uit de laag. Het dak van de pijler werd gedragen door stalen ondersteuningen die hydraulisch werden bediend. Naarmate de kolenproductie vorderde, ‘wandelde’ de ondersteuning met de kolenschaaf mee.

Kolenschaaf en wandelondersteuning

Aanleg van galerijen

Diep onder de grond werden de kolenlagen ontsloten door galerijen. Er was een aanvoergalerij, waarlangs materialen die in de pijler nodig waren, werden aangevoerd. De kolen uit de pijler werden afgevoerd naar de afvoergalerij. Galerijen moesten vaak worden aangelegd in hard gesteente. Bij de aanleg was gebruik van springstof daarom noodzakelijk. Dat was een precies en gevaarlijk karwei dat door schiethouwers werd verricht. Vooral was het van groot belang vóór het schieten van het gesteente te controleren of er geen mijngas was. Mijngas kon namelijk desastreuze explosies tot gevolg hebben.

© Fotocollectie Continium, F5771

Aanleg van galerijen

Stutten en roven

Zodra een deel van de pijler was ontkoold, moest het dak onmiddellijk worden ondersteund. Tot in de jaren 1930 gebruikten de mijnwerkers daarvoor houten stutten. Daarna kregen ze de beschikking over stalen ondersteuningsmateriaal.

Nadat er gedurende één dienst ontkoold was, werd het achterste gedeelte van de ondersteuning weggehaald. Dat noemden de mijnwerkers ‘roven’. Door het wegnemen van de ondersteuning stortte dat deel van de pijler in. Soms liet men de ondersteuning staan en werd de verlaten pijler gevuld met stenen.

Stutten en roven

Ondergronds transport

De afstanden in het ondergrondse mijnbedrijf waren groot. Een efficiënt transportsysteem was daarom erg belangrijk. De steenkool werd vanuit de pijler via schudgoten, transportbanden en kolentreinen naar de laadplaats onder aan de schacht vervoerd. Materiaal ging precies de andere kant op. Voor het vervoer van de duizenden mijnwerkers waren er speciale personentreinen. Opzichters en onderhoudspersoneel konden ook gebruik maken van mijnfietsen.

Ondergronds transport

Schachtvervoer

Schachten waren de levensaders van de mijn. Alle vervoer tussen het ondergrondse en bovengrondse bedrijf ging via de schachten. Elke mijn had er minstens twee. Dat was noodzakelijk voor de luchtcirculatie ondergronds. Het vervoer van mijnwerkers, kolen en materiaal ging via liftkooien die op en neer suisden. Voor het kolenvervoer waren er ook skipschachten. Een skip was een grote stalen bak, die ondergronds met kolen werd gevuld. De skip werd dan met grote snelheid door de schacht naar boven gehaald, waar de bak automatisch werd geleegd.

Schachtvervoer

De kolenwasserij

In het bovengrondse bedrijf moest de steenkool nog worden gesorteerd en gewassen. Dat wassen van de steenkool kwam er op neer dat stenen en verontreinigingen die met de kolen mee naar boven waren gekomen, werden verwijderd. Dat gebeurde in grote installaties in de kolenwasserij. Men maakte gebruik van het verschil in soortelijk gewicht tussen kolen en steen. In een speciale vloeistof bezonk de steen, terwijl de kolen bleven drijven en van de vloeistof konden worden geschep

De kolenwasserij

In de collectie van Steenkolenmijn Valkenburg zijn veel objecten te vinden te maken hebben met de kolenwinning

De kunst van de kolenwinning

De kunst van de kolenwinning

De winning van steenkool vormt de kernactiviteit van de mijnbedrijven. Daar kwam heel wat bij kijken.

De kolenlagen, honderden meters diep onder de grond, moesten worden ontsloten, de steenkool afgebouwd en getransporteerd naar het bovengrondse gedeelte van het mijnbedrijf. Daar moest de steenkool dan nog gereed worden gemaakt voor levering aan de consument. Dat betekende: reinigen, sorteren en verladen.

  • 6 december 2012
  • Serge Langeweg

Bekijk ook...

Tussen Koel en Kunst

Tussen Koel en Kunst

  • agenda
  • 12 november 2017
De kiebel

De kiebel

  • foto
  • 15 juni 2017
De kiebel

De kiebel

  • foto
  • 15 juni 2017