Oranje Nassau IHeerlen

Oranje Nassau I De Oranje Nassau I Foto: Rijckheyt

Locatie: Heerlen
Productieperiode: 1899-1974
Totale productie: 31.978.000 ton
Aantal schachten: 3
Diepste schacht: 471 m
Primair kooltype: magerkool

De start van mijnbouw in Nederland

Mijnbouw in Nederland kende een relatief late start. In omringende landen als België en Duitsland was al sprake van een bloeiende steenkoolindustrie toen rond 1850 de aandacht naar Nederland verschoof. De vraag naar steenkool steeg sterk en nieuwe mijnen waren noodzakelijk om in de behoefte te kunnen voorzien. Kort na 1850 werden de eerste proefboringen gedaan naar steenkool in Zuid-Limburg, maar het duurde tot begin 1900 voor de eerste Limburgse steenkool naar de grond werd gebracht.
Een consortium onder leiding van de heer H.L.C.H. Sarolea kreeg bij Koninklijk Besluit van 2 mei 1893 onder de benaming Oranje-Nassau de concessie voor de winning van steenkool in een gebied met een omvang van bijna 3.400 hectare in de gemeente Heerlen en Schaesberg. De concessie werd ingebracht in de NV Maatschappij tot Exploitatie van Limburgsche Steenkolenmijnen. Henri Sarolea zocht medefinanciers om zijn plannen te realiseren. De Duitse broers Carl en Friedrich Honigmann waren al jaren actieve investeerders in de mijnbouw; zij waren bereid geld in de onderneming te steken. Het startkapitaal van de Maatschappij bedroeg 1,5 miljoen gulden verdeeld over 1.500 aandelen van elk 1.000 gulden. De gebroeders Honigmann hadden een duidelijk meerderheidsbelang met 1.370 aandelen. Sarolea had tien aandelen en de overige 120 aandelen waren in handen van twee andere financiers. De opening van een spoorlijn in 1896 tussen Sittard en Herzogenrath, net over de grens in Duitsland, ontsloot het nieuwe mijngebied. De steenkool kon nu via het spoor in grote hoeveelheden en tegen aanvaardbare transportkosten naar de klanten worden vervoerd.

Het begin

In hetzelfde jaar werd bij de nieuwe mijnzetel Oranje-Nassau I begonnen met de aanleg van twee schachten. De eerste kolen werden in 1899 gedolven. In 1905 werd gestart met de aanleg van een derde schacht die in 1912 in gebruik werd genomen. Voor Oranje-Nassau II werd begonnen met de aanleg van twee schachten in 1898 welke in bedrijf werden genomen in 1902 en 1904. Het duurde tot 1912 totdat met de bouw van een schacht voor Oranje-Nassau III werd gestart. Deze mijn startte in 1917 de productie. In 1910 werd met de aanleg van een ventilatieschacht voor Oranje-Nassau III begonnen, maar later werd de plannen uitgebreid en uiteindelijk werd de mijn Oranje-Nassau IV in 1928 in bedrijf gesteld. Dit was gelijk de kleinste van de vier Oranje-Nassau mijnen. De laagste steenkoollagen die werden ontgonnen in 1953 lag op 545 meter diepte en in datzelfde jaar werd 2,6 miljoen ton steenkool geproduceerd. Het aandeel van de Oranje-Nassau mijnen kwam daarmee op ongeveer 20% van de totale Nederlandse steenkoolproductie.

Na de dood van Sarolea (in 1900) en Carl Honigmann (in 1903) werd in 1908 de Maatschappij door Friedrich Honigmann verkocht aan de Franse onderneming Les-Petits Fils de François de Wendel & Cie gevestigd in Parijs. De familie De Wendel had sinds begin 18e eeuw veel belangen opgebouwd in de ijzer- en staalindustrie in Lotharingen. Bij de fabricage werd veel cokes gebruikt en De Wendel was hiervoor afhankelijk van Duitse producenten die zich in 1896 hadden verenigd in een kartel. Met de aankoop van de Oranje-Nassau mijnen zag de familie kans meer cokes zelf te produceren.

Verwerking

Bovengronds werd de stenen verwijderd en de steenkool geklasseerd. De mijnen produceerden mager-, halfvet- en driekwartvetkolen. Verder werden de kolen gewassen en gezeefd waarbij de grootste kolen werden afgescheiden. Voor de Oranje-Nassau mijnen met de nummers I, III en IV gebeurde dat op de locatie van mijnzetel Oranje-Nassau I. Oranje-Nassau II had, mede vanwege de enigszins afgelegen locatie, een eigen zeverij. De overgebleven fijnkool werd na toevoeging van pek en onder hoge druk samengeperst tot briketten en eierbriketten. De briketfabrieken van de Oranje-Nassau hadden een gezamenlijke capaciteit van 500.000 ton per jaar.

Afnemers

De steenkool en briketten werden voor de Tweede Wereldoorlog voornamelijk afgezet in Nederland en geëxporteerd naar onder andere België. Ondanks de centrale ligging van de mijnen kwam de export niet echt goed op gang vanwege handelsbelemmeringen. Vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de export helemaal tot stilstand. Pas in 1952, na de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) kwam de export weer op gang. De EGKS had tot belangrijkste taak de handelsbelemmeringen tussen de deelnemende landen, dat zijn Nederland, België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Italië, weg te nemen en de internationale handel te bevorderen.

Werknemers

In 1953 telde de Maatschappij ongeveer 8.300 medewerkers, waarvan 5.400 ondergronds werkten. De onderneming zorgde ook voor huisvesting van het personeel, en telde in datzelfde jaar 1.400 woningen. Daarnaast werd financiële steun verleend aan medewerkers voor het huren of kopen van huizen.

Sluiting

In de jaren zestig werden de mijnen steeds minder rendabel, mede door de import van goedkopere steenkool uit het buitenland, en onder het Kabinet-Den Uyl is in 1974 aan de steenkoolwinning een einde gekomen. De snelle exploitatie van de grote aardgasvondst in Groningen maakte de noodzaak van een eigen steenkool industrie ook minder noodzakelijk.

De sluiting van de Oranje-Nassau zetels ging stapgsgewijs. In februari 1967 werd besloten de ondergrondse mijnactiviteiten van Oranje-Nassau III en IV samen te voegen, en de steenkoolproductie en het bovengrondsbedrijf van Oranje-Nassau IV stil te leggen. De totale productie van Oranje-Nassau daalde van 2,5 miljoen ton steenkool in 1965 naar 2,0 miljoen ton in 1968. In diezelfde periode daalde de personeelssterkte van 9298 naar 6719. In discussie met de overheid werd de volgorde van sluiten als volgt overeengekomen: Oranje-Nassau II als eerst volgende (juli 1972), dan III/IV (augustus 1973) en tenslotte zetel I als laatste. De belangrijkste bovengrondse bedrijven waren gevestigd bij zetel I en dit verklaard de late sluitingsdatum. Zetel I werd uiteindelijk op 31 december 1974 gesloten. In het laatste jaar werd nog iets meer dan 0,4 miljoen ton steenkool geproduceerd.
De schachten werden vanaf 1971 gedicht. Op de hoogste verdieping van het ondergrondse bedrijf werd een betonnen prop aangebracht en de daarboven gelegen schacht werd volgestort met leisteen. De laatste schacht van Oranje-Nassau I werd op deze wijze in februari 1975 gesloten. Daar het water niet meer werd opgepompt, zijn de schachten onder water komen te staan.

  • Mijn
  • door Clara Zijlstra

Bekijk ook...

Koempelmis mijn Oranje-Nassau I

Koempelmis mijn Oranje-Nassau I

  • agenda
  • 17 februari 2019
Open monumentendag

Open monumentendag

  • agenda
  • 10 september 2017
Weltense mijnsporen

Weltense mijnsporen

  • artikel
  • 11 augustus 2017
De mens achter de penning

De mens achter de penning

  • nieuws
  • 20 januari 2017