Staatsmijn HendrikBrunssum

Staatsmijn Hendrik

Locatie: Rumpen, Brunssum
Productieperiode: 1915-1963
Totale productie: 61.203.000 ton
Aantal schachten: 4
Diepste schacht: 1058 m
Primair kooltype: vetkool

De staatsmijn Hendrik stond in de Brunssumse wijk Rumpen, maar was oorspronkelijk gepland in de gemeente Schinnen nabij Hoensbroek, met name in het gebied tussen de Moutheuvel en Hommert. De staatsmijn Hendrik produceerde hoofdzakelijk gasrijke vetkool die bewerkt werd tot cokes voor industrieel gebruik.

Geschiedenis

Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd een aanvang gemaakt met de aanleg van de 700 en 855 meter verdiepingen, maar pas halverwege de jaren vijftig werden de uitbreidingswerkzaamheden hervat. Ze werden in 1959 afgesloten met de ingebruikname van de 855 meter verdieping, die bedoeld was om de vetkool noordelijk van de Feldbiss-breuk te ontginnen. Er waren nog verdere uitbreidingen gepland; in 1959 was schacht IV nog niet in productie, maar reikte toen al tot 1058 meter, waarmee de schacht de diepste mijnschacht van Nederland was. Zij is daarmee niet het Laagste punt van Nederland. Daarvoor gelden nadere criteria. In 1963 werd de staatsmijn Hendrik geïntegreerd met de in het nabije Treebeek gelegen staatsmijn Emma, waarmee ze al van tevoren ondergronds verbonden was. Daarna gingen de staatsmijn Emma en de staatsmijn Hendrik gezamenlijk door het leven als de staatsmijn Emma-Hendrik.

Navo

Na het besluit van generaal De Gaulle van Frankrijk in 1966 om de militaire structuur van de NAVO te verlaten, moest de NAVO op zoek naar een nieuw hoofdkwartier Allied Command Operations buiten Frankrijk. Kwartiermakers bezochten de Staatsmijn Hendrik in Brunssum en in juni 1967 nam de NAVO er haar intrek en werd het terrein in gebruik genomen als het hoofdkwartier van de centrale strijdkrachten in Europa toenmalig AFCENT (Later AFNORTH, nu JFC HQ Brunssum); daarnaast herbergt het terrein de radiostudio's van Canadian Forces Network (CFN), waarvan de antennes tot de sloop eind jaren tachtig stonden opgesteld op de betonnen schachtbok van schacht IV. Na de sloop van de schachttoren werd op nagenoeg dezelfde plek een nieuwe communicatietoren gebouwd.

Mijnramp

In de staatsmijn Hendrik vonden de meeste mijnrampen plaats van alle mijnen in Nederland:
Op 13 juli 1928 was er een ontploffing van mijngas. Een mijnwerker had toen met zijn zgn. 'veiligheidslamp' gekeken of er mijngas in de mijngang was. Deze veiligheidslamp was in feite een soort benzinelamp, waarvan de vlam van kleur veranderde als er mijngas aanwezig was. De voorschriften zeiden dat na het meten van mijngas, de vlam in de veiligheidslamp zo klein mogelijk moest worden gedraaid. De betrokken mijnwerker negeerde dit voorschrift. Waarschijnlijk doordat hij een onverwachte en snelle beweging maakte, zoals een sprong ergens vanaf, vatte het mijngas in de gang vlam en explodeerde. Onderzoek wees later uit dat er in deze mijngang een extreem hoge concentratie van maar liefst 5% mijngas aanwezig was. Er vielen dertien slachtoffers. Omdat het ongeluk plaatsvond op vrijdag de dertiende, en er ook dertien slachtoffers vielen, was dit volgens sommigen het werk van de duivel. Later werd de bovengenoemde oorzaak beschreven.

Op 24 maart 1947 vond er een tweede mijnramp plaats in de mijn, de grootste naoorlogse mijnramp van Nederland. Op 636 meter diepte was een probleem met de luchtdruk op de afdeling, die veel te hoog was. Later die week zou een speciale onderhoudsploeg dit euvel gaan verhelpen. Toen er op die bewuste vierentwintigste maart een aandrijfwiel van een transportband oververhit raakte (dit kwam vaker voor), deed de aanwezige ploeg haar best om de brand die ontstond te blussen. In plaats van naar de regelaar van de luchtdruk te bellen om deze helemaal stil te leggen, belde de opzichter naar een andere ploeg, zo'n 300 meter verderop, die kwam helpen met blussen. Ook met meer mankracht lukte het niet om de brand onder controle te krijgen. Door de nog altijd te hoge luchtdruk kon de brand razendsnel om zich heen grijpen. De stutten in de mijngang, daar en toen nog van hout, vatten vlam. Hierdoor stortte na een tijd de mijngang in. Door de brand en de instorting kwamen er wederom 13 kompels om het leven. Dit had voorkomen kunnen worden als de opzichter in plaats van een andere ploeg, de blusploeg zou hebben gebeld en daarna met zijn ploeg gevlucht was.

Bron: Wikipedia

  • Mijn
  • door Clara Zijlstra

Bekijk ook...

Koempelmis Staatsmijn Hendrik

Koempelmis Staatsmijn Hendrik

  • agenda
  • 24 maart 2019
Gezellenhuizen, een fototentoonstelling

Gezellenhuizen, een fototentoonstelling

  • agenda
  • 10 tot en met 12 april 2015
Van zwart naar groen en blauw

Van zwart naar groen en blauw

  • nieuws
  • 21 februari 2015