Franse periode

Op 1 Thermidor an IV (= 19 juli 1796) werden de steenkolenmijnen van Kloosterrade door de Fransen overgenomen (geconfisceerd). Het gehele eertijds aan de abdij toebehorende mijnbedrijf werd geïnventariseerd en de schulden en verplichtingen van het mijnbedrijf werden vastgesteld. Het beheer werd aanvankelijk gevoerd door militaire autoriteiten. Dat ging niet goed en de mijnen raakten in verval. In 1797 werd besloten de oude mijnen op te geven. De mijnbouw werd toen geconcentreerd op het plateau van Kerkrade-Holz. Er werden meerdere nieuwe schachten aangelegd (zoals schacht no.1, schacht no.2, schacht Bonne Espérance, een machineschacht, schacht Bonaparte, schacht La Paix).

In 1814 werd Kerkrade bevrijd van de Franse overheersing. De mijnen kwamen weer aan Nederland. Op 31 mei 1815 kwam een traktaat van grensscheiding tot stand tussen de koning der Nederlanden en de keizer van Oostenrijk. Dit traktaat werd bevestigd bij het Congres van Wenen op 9 juni 1815. uit de samengevoegde mijnvelden van de voormalige abdij Kloosterrade (Rolduc) was door de Fransen de gouvernementsmijn (le Gouvernement de Rolduc) gevormd. Ze was 506 ha. groot. Deze gouvernementsmijn kwam in 1815 in eigendom van de Nederlandse staat als Domaniale Mijn.

De grens tussen Nederland en Duitsland (Pruisen) werd op dat tijdstip gevormd door de rivier de Worm. De ene helft van Herzogenrath werd Nederlands en de andere helft werd Pruisisch bezit. Aan deze situatie werd een einde gemaakt door het grenstraktaat van 26 juli 1816 te Aken tussen de koning der Nederlanden en de koning van Pruisen. Hierbij werd een deel van het gebied langs de Worm aan Pruisen afgestaan (o.a. Kohlberg, Maubach, Pesch, Strass). In plaats van de rivier de Worm werd de Nieuwstraat de grens. Maar de wijziging van de landsgrens had geen nadelige invloed op de Domaniale Mijn. Zij mocht de in Duitsland gelegen kolenvelden (173 ha.) in haar concessie-gebied (totaal 690 ha.) verder ontginnen. Ook mocht de Duitse regering zich onder geen enkel voorwendsel met de exploitatie ervan bemoeien.

  • 19 oktober 2011
  • Clara Zijlstra