Groeten uit de Mijnstreek

Groeten uit de MijnstreekKoekblik met afbeelding van het bovengonds mijnbedrijf. Foto Continium

Hub. Leufkens 1894 - 1962, Heerlens fotograaf en filmer, werd tijdens zijn werkzame leven getypeerd als een groot kunstenaar. Hij maakte vele prentbriefkaarten met foto's van het Limburgse land die hij liet afdrukken en aan de man probeerde te brengen. Leufkens was gefascineerd door de combinatie traditie en moderne tijd. In zijn -beperkt- oeuvre over de mijnbouw en mijnstreek komt dat goed naar voren. Leentje Mostert, conservator cultuurgeschiedenis van het Limburgs Museum, haalt in dit artikel het werk van Hub. Leufkens (1894 - 1962) uit de vergetelheid.

Al decennia lang wordt Zuid-Limburg gepromoot als een toeristische parel, een streek met een idyllisch landschap. Je vindt er nog witte vakwerkhuisjes en eeuwenoude kastelen, uitgestrekte bossen tegen de hellingen van de heuvels en kronkelende riviertjes. Het lijkt wel alsof er de afgelopen eeuw weinig is veranderd. Toch stond de streek aan het begin van de vorige eeuw voor een grote uitdaging. De opkomende mijnindustrie bracht ingrijpende veranderingen met zich mee. Het bevolkingsaantal steeg spectaculair; landbouwgrond moest plaats maken voor bedrijfsterreinen en woongebied; dorpen barstten uit hun voegen en groeiden uit tot moderne steden. De industrialisering veranderde het land- schap grondig. Eeuwenoude kastelen werden plots geflankeerd door schachten en koeltorens van mijnbedrijven.Groeten uit de MijnstreekGroeten uit Limburg. Foto Limburgs Museum

Sinds het begin van de jaren 1920 legde amateurfotograaf Hub. Leufkens (1894-1962) Zuid-Limburg vast op de gevoelige plaat. Na een verblijf van negen jaar in Nederlands-Indië, vestigde hij zich in 1935 als zelfstandig fotograaf, filmer en uitgever in Heerlen. Hoewel hij zijn verblijf in de Nederlandse kolonie uitvoerig gedocumenteerd heeft, was het pittoreske beeld van Limburg zijn handelsmerk. Veel voorkomende onderwerpen in zijn werk waren landbouwers met paard en kar, veldkruisen, kerken en devotiebeelden. Naast het Limburgse heuvellandschap, oude monumenten, religie en het leven op het platteland tonen zijn foto's de mooiste plekjes van onder meer steden als Maastricht, Roermond en Sittard. Van de zwanen op de vijver tot monumentale gebouwen en de sfeer in de straten. Het vastleggen van de schoonheid van de streek was een passie. Maar omwille van een oogziekte moest hij rond 1955 noodgedwongen een punt zetten achter zijn artistieke loopbaan.

Natuurschoon, monumenten en oude tradities lijken moeilijk te verzoenen met vernieuwing en industrialisering. Daarom is het interessant om stil te staan bij de manier waarop Leufkens omging met deze evolutie. Bracht hij ook de mijnbouw in beeld? En zo ja, hoe? Men zou verwachten dat hij de opkomende industrie als een bedreiging beschouwde. Toch blijkt uit zijn foto's geen negatieve houding.Groeten uit de MijnstreekHub. Leufkens, ON I. Foto Limburgs Museum

Limburgse mijnen

De Limburgse mijnindustrie ontbreekt niet in Leufkens' oeuvre en hij bracht de veranderingen zelfs op een positieve manier in beeld. Talrijke publicaties benadrukten de voordelen van de modernisering en ook Leufkens zocht een manier om zijn liefde voor het arcadische en pittoreske Limburg te verzoenen met de vernieuwing en veranderingen in de streek. Die verzoening van traditie en moderniteit komt het meest opmerkelijk tot uiting in toeristische brochures. Zowel de moderne mijnindustrie als het natuurschoon werden hierin in de eerste helft van vorige eeuw beschouwd als troeven en bezienswaardigheden. Leufkens droeg hieraan zijn steentje bij. Daarvan getuigt onder meer de toeristische brochure van Heerlen die eind jaren 1930 verscheen, ontworpen en rijk geïllustreerd door Leufkens. De gemeente wordt voorgesteld als 'een uniek centrum van landschap met kasteelen zooals nergens ter wereld', maar ook als een 'moderne en gezonde woonstad' en 'centrum van de mijnstreek' Idyllische beelden van romantische kastelen, rustige landwegen en een boer die met paarden en traditionele werktuigen het land bewerkt, staan naast beelden van een uitgestrekt mijnterrein, nieuwe  woonwijken en een drukke winkelstad met moderne architectuur. 'Een snel  groeiende stad' met aspecten van een 'grootstad in wording', zo luidt een bijschrift. Twee foto's geven een overzicht van het mijnbedrijf. Beide beelden zijn genomen vanaf een afstand. Het is valavond en de lichten in de bedrijfsgebouwen zijn al ontstoken, wat een spel geeft van schitterende lichtjes in de verte.

Toeristische brochure Heerlen (1930)

HeerlenHet silhouet van de gebouwen tekent zich af tegen de horizon. Rookpluimen uit de schoorstenen worden duidelijk afgetekend tegen de gloed aan de hemel. De foto's lijken beide genomen op een mooie zomeravond en geven een romantisch beeld van de industrie. Een straatbeeld van Heerlen met daarop onder meer de tram en de auto's in de stad, illustreert de goede bereikbaarheid. Leufkens toont Heerlen als een moderne industriestad in een prachtige, landelijke omgeving.
Dat hij dit niet als een contradictie beschouwt, illustreert de opmerkelijke opmaak van de brochure. Onder de foto van het mijnbedrijf met zijn talrijke rokende schoorstenen, en boven een beeld van een moderne woonwijk, prijkt het bijschrift 'Heerlen, moderne en gezonde woonstad als weinige ander'. 'Gezonde woonstad' en rokende industrie gaan volgens onze huidige ideeën moeilijk samen. Maar in de jaren 1930 werden daar duidelijk minder vragen bij gesteld. Sterker nog, het is net die combinatie die Heerlen volgens de brochure typeert. En beide elementen worden daarbij als bezienswaardigheid en troef aan de man gebracht.

Leufkens' foto's sierden talloze toeristische folders en artikelen in kranten en tijdschriften. Hij gaf ook fotoboeken uit over de schoonheid van zijn geliefde streek. Maar het bekendst zijn zijn prentbriefkaarten, in totaal een vijftienhonderd à tweeduizend. Op de meeste kaarten staan oude monumenten, het religieuze leven, het pittoreske landschap en het platteland centraal.

Het Mijnbedrijf bovengronds

Modernisering in Limburg komt minder vaak aan bod. Slechts twee reeksen prentbriefkaarten handelen over de Limburgse steenkoolmijnen. Wanneer de kaarten voor het eerst verschenen is niet duidelijk. Wel kunnen we enkele beelden dateren, ze zijn vermoedelijk gemaakt in of vlak voor 1938. De twee reeksen van twaalf prentbriefkaarten tonen de boven- en ondergrondse werkomgeving en de mijnwerkers in actie. Voor de reeks Het Mijnbedrijf bovengronds (uitgegeven door de Limburgsche Boek- en Kunsthandel, Saroleastraat, Heerlen) fotografeerde Leufkens op de bedrijfsterreinen van de Oranje-Nassau Mijn I te Heerlen, de Oranje-Nassau Mijn III te Heerlerheide en de cokesfabriek Maurits in Lutterade. De nadruk ligt hier op de gebouwen. Op sommige foto's staan specifieke bouwwerken centraal; de 135 meter hoge toren van de ON I, de blustoren van de cokesfabriek Maurits die de hele dag omringd werd door rook, koeltorens en de moderne schachtblokken van de Maurits. Andere beeldentonen de skyline van de moderne industriestad, waarbij grote gebouwen en hoge torens en schachten zich aftekenen tegen de hemel.
Leufkens gebruikt een laag camerastandpunt wanneer hij de gebouwen op het mijnterrein fotografeert. Door de koeltorens vanaf hun voet in beeld te brengen, benadrukt hij hun grootte en omvang. Door de horizon niet te tonen en geen referentiekader op te nemen in de compositie, lijkt het bouwwerk nog imposanter. Ook de steenhoop lijkt immens gezien uit kikkerperspectief van onder de kabelbaan aan de voet van de berg.
Groeten uit de MijnstreekHub. Leufkens, steenberg. Foto Limburgs MuseumGroeten uit de MijnstreekHub. Leufkens, koeltorens. Foto Limburgs Museum
Mijnwerkers zijn in de reeks Het Mijnbedrijf bovengronds slechts hier en daar in de verte te zien. Aan hen wordt meer aandacht besteed in de reeks over het ondergrondse mijnbedrijf. Portretten zijn het niet, eerder beelden van hun werkzaamheden ondergronds.

Ondergronds

'Hoe worden onze kolen gewonnen? De serie fotokaarten van Hub. Leufkens van den ondergrondschen mijnarbeid in Limburg geeft daarop een antwoord', zo belooft het opschrift op de envelop waarin de serie kaarten verkocht werden.Leufkens toont hoe de steenkolen ontgonnen worden met behulp van een luchtdrukhamer. In de steengang wacht een luchtdruklocomotief en bij de lift worden de wagons beladen. De korte bijschriften op de achterkant van de kaarten geven enige achtergrondinformatie. Ze wijzen bijvoorbeeld op de lederen pet, lederen handbeschermers en de houten ondersteuning boven het hoofd van de mijnwerker ter bescherming, en vertellen kort en bondig over de elektrische lamp die van stroom werd voorzien door een dynamo, aangedreven met een luchtdrukmotor. De reeks is in beeld gebracht vanaf het oogpunt van een toeschouwer. Interactie tussen Leufkens en de mijnwerkers is er nauwelijks. Tijd voor een pauze of een praatje met de fotogaaf lijken deze hard werkende mannen niet te hebben. Iedereen werkt vlijtig voort terwijl de fotograaf zijn werk doet. De beelden geven blijk van respect.Groeten uit de MijnstreekHub. Leufkens. Transportband. Foto Limburgs Museum
Leufkens toont hen als dappere, sterke, gespierde mannen. Ze beschikken over modern materiaal, maar werken in moeilijke omstandigheden. Ze werken in het donker en verrichten fysiek zware arbeid. Ook moeten ze vaak ongemakkelijke houdingen aannemen, zo is te zien op een beeld van de mijnwerker die bovenop een metalen constructie zit. Al zittend breekt hij de kolen los met behulp van een luchtdrukhamer. Onder hem loopt de transportband die de kolen naar de laadbak brengt.
Deze beelden van de boven- en ondergrondse Limburgse mijnbedrijven verschenen niet enkel op prentbriefkaarten. Leufkens gebruikte ze ook als illustratie in enkele boeken; sommige sierden zelfs een koekjesdoos die we als illustratie bij dit artikel hebben geplaatst. In de uitgave Het tweede bedrijf dienen Leufkens' foto's als illustratie bij een verhaal over het ontstaan van de Limburgse mijnen en de exploitatie ervan. De tekst is van de hand van Bernard Bekman, het toenmalige hoofd van de Voorlichtingsdienst van de Staatsmijnen.

Mijndorp Terwinselen (1938)

Een publicatie in boekvorm waarbij de modernisering in Zuid-Limburg centraal stond was Mijndorp Terwinselen, verschenen in 1938.
Leufkens maakte dit fotoboek in opdracht van pastoor Spiertz, priester in Terwinselen. Het werd uitgegeven door N.V. Maatschappij tot Exploitatie van het Limburgsch Dagblad in Heerlen. Een recensent noemde het 'zeker een aardig idee om juist dit mijndorp, zonder verleden, zonder traditie, doch niet zonder schoonheid of cultuur, als onderwerp te kiezen'. Voor de komst van Staatsmijn Wilhelmina was Terwinselen niet meer dan een gehucht, zo wordt verteld in het boek. Staatsmijn Wilhelmina, de kleinste en oudste staatsmijn van Nederland, waar in 1906 de eerste kolen werden gedolven, had er grote veranderingen teweeggebracht. Tot 1969 was het bedrijf de grootste werkgever in Terwinselen. De mijn bracht er werkgelegenheid en welvaart en in korte tijd groeide het gehucht uit tot een samenleving met talrijke voorzieningen. De dertig foto's uit het fotoboek Mijndorp Terwinselen, met bijbehorend onderschrift, belichten de verbeteringen voor de inwoners en de rol van de Kerk. Leufkens schreef:

Het Limburgse mijndorp Terwinselen [...] was vroeger enkel de vreedzame hoeve van denzelfden naam, totdat de reus van de nieuwen tijd erachter oprees [...], de mijn, en door den arbeid der menschen een nieuw dorp ontstond in de weelderige, limburgsche velden. Toen het silhouet van de mijn als het beeld van den nieuwen tijd zich tegen de lucht verhief, bouwde het Geloof, dat alle tijden beheerscht, zijn middelpunt de kerken plantte zich voort langs de wegen. Zoo groeide Terwinselen tot een dorp, met schilderachtige hoekjes, uit ouden tijd naast moderne, zonnige woningen, tot een dorp met frissche, ruime straten en fraaie pleinen, met een idyllische pastorie, een aantrekkelijk vereenigingsgebouw, het culturele middelpunt, dat de Staatsmijnen haar arbeidersverschaften, en een vriendelijke huishoudschool.


Groeten uit de MijnstreekHub. Leufkens, Mijndorp Terwinselen. Foto Limburgs MuseumOpmerkelijk is hoe Mijndorp Terwinselen de voordelen van de industrialisering benadrukt. Uit Leufkens' beelden blijkt een positieve houding ten opzichte van de veranderingen. Ze erkennen dat het landschap veranderde, maar benadrukken dat de landelijke omgeving behouden bleef. Dit doet Leufkens door selectief te zijn in de getoonde onderwerpen en de manier waarop de industrie in beeld wordt gebracht. De meeste foto's verbinden het mijnbedrijf en de woonomgeving van de arbeiders visueel aan een groene omgeving. Ze brengen het mijnbedrijf, de woonwijken en de omliggende natuur veelal samen in beeld. Zo worden de koeltorens geflankeerd door enkele bomen, en ook de steenhopen worden gefotografeerd met op de voorgrond drie statige exemplaren.
Groeten uit de MijnstreekHub. Leufkens, Mijndorp Terwinselen. Luchtfoto. Foto Limburgs MuseumDe kerktoren op een luchtfoto van de omgeving, toont aan dat het mijnterrein zich vlak buiten het woongebied bevindt. Op een foto van de 'vriendelijke huishoudschool' zijn in de verte een schacht, koeltorens en enkele andere gebouwen van het mijnbedrijf te zien. En na zijn schicht werkt vader in zijn tuintje, met op de achtergrond drie steenhopen. Het mijnbedrijf maakt niet alleen onderdeel uit van het beroepsleven van de mannen, het drukt ook een stempel op de leefwereld van de rest van het gezin en van de gelovige dorpsgemeenschap. In de foto's worden de vooruitgang, de welvaart en de nieuwe voorzieningen onderstreept, steeds met een verwijzing naar het mijnbedrijf dat hiervoor verantwoordelijk zou zijn.
'Zoo ziet men Terwinselen vanaf de steenberg der mijn als de daverende, rookende industrie', verklaart het onderschrift bij een overzichtsbeeld. Gezien vanaf de steenhoop ziet het bedrijf er misschien 'daverend' en 'rookend' uit. Maar industrie en cultureel erfgoed sluiten elkaar in Terwinselen niet uit. Ze bestaan naast elkaar en kunnen elkaar zelfs versterken. Terwinselen groeide uit tot een dorp met zowel schilderachtige hoekjes uit 'ouden tijd', als moderne woningen en talrijke voorzieningen voor de bewoners. In tegenstelling tot de beelden op enkele prentbriefkaarten, worden de typische beelden van mijnwerkers in hun werkkledij, met vuile handen en zwart gezicht, hier niet getoond.
Ook het zware werk komt niet in beeld. Maar op een vergelijkbare manier als Leufkens deed bij de toeristische brochure over Heerlen, benadrukt hij ook hier de harmonie van natuurschoon, leven en industrie.

Veertig jaar 'Ons Limburg' (1951)

Een tiental jaren later leverde Leufkens opnieuw een wezenlijke bijdrage aan een publicatie ter promotie van de vooruitgang. In 1951 verscheen Veertig jaren arbeiderswoningen in Limburg 'Ons Limburg 1911-1951, door Remigius Dieteren O.F.M. Dit gedenkboek beschrijft de geschiedenis van de Vereniging Ons Limburg, die de krachten van een zestigtal woningbouwverenigingen bundelde. Samen trachtten ze de problemen op het vlak van de huisvesting in Zuid-Limburg op te lossen. De opkomst van de mijnbouw bracht veel huisvestingsproblemen met zich mee. Het gedenkboek schetst de realisaties van de vereniging. Leufkens voorzag het boek van illustraties, veelal straatbeelden van woonwijken in Venlo, Sittard, Geleen, Brunssum, Roermond en Helden in 1947, 1948 en 1950.

Leufkens' foto's kunnen beschouwd worden als een poging om de opkomst van de mijnindustrie 'acceptabel' te maken in het Limburgse bewustzijn. Zijn beelden dragen bij aan een positieve beeldvorming van de modernisering en industrialisering in Zuid-Limburg door te benadrukken dat het verleden niet uitgewist werd, maar dat er wel degelijk harmonie bleef heersen. Die keuze kan pragmatisch zijn en werd hem mogelijk ingefluisterd door opdrachtgevers.
Maar over de inhoudelijke afspraken tussen Leufkens en zijn opdrachtgevers is weinig bekend, al lijkt het aannemelijk dat een positieve benadering door hen werd gewaardeerd. Maar concrete verzoeken of richtlijnen daaromtrent zijn niet bekend. De positieve benadering waarvoor Leufkens opteert, is echter ook terug te vinden op losse afdrukken uit de collectie Leufkens die, zover bekend,'niet werden gepubliceerd.

Groeten uit de MijnstreekHub. Leufkens, mijnwerkers. Foto Limburgs MuseumToen hij de foto van het groepje mijnwerkers maakte, zat voor de vier mannen de schicht er waarschijnlijk net op, ofwel rustten ze nog even uit voor ze aan hun dagtaak zouden beginnen. Dat doet de pungel tenminste vermoeden, die tussen hen op de grond ligt. Ze zitten allen op de grond, zijn vrolijk, goedlachs, en steken een sigaretje op. Dat het goede kameraden zijn blijkt duidelijk uit het beeld. De fotograaf bukte zich, of ging door de knieën, zodat hij zich op dezelfde hoogte bevond. Door te kiezen voor dit camerastandpunt vereenzelvigt hij zich met deze mijnwerkers. Hij, en met hem ook de kijker, wordt als het ware één van hen. 'Mijnwerker terug van de arbeid', luidt het opschrift bij het portret van de man met zijn pijp. De foto is genomen van een lager standpunt: de camera kijkt iets omhoog. Nadrukkelijk lachen doet de man niet. Toch kijkt hij vriendelijk, misschien zelfs met een licht ironische glimlach, alsof hij zich afvraagt waarom de fotograaf hem portretteert. De mijnwerker neemt een trotse houding aan: hij staat rechtop en kijkt een beetje strak doch vriendelijk naar beneden, recht in de lens. Het aantal geposeerde portretten waarbij de personen in de lens kijken, is in Leufkens' oeuvre beperkt. Maar door zijn beeldvorming geeft hij blijk van respect en kameraadschap.

Conclusie

De relatie tussen de industrialisering en modernisering in Limburg enerzijds, en het pittoreske landschap anderzijds, is niet het belangrijkste thema in de fotoboeken die Leufkens in eigen beheer uitgaf. In Honderd Fotografische Visies op Zuid-Limburg verheerlijkt Leufkens niet de vernieuwing, maar wel oude tradities en de natuur. De foto's hiervoor maakte hij tussen 1922 en 1926 als amateurfotograaf. Leufkens woonde in Heerlen, waar de mijnindustrie al aan zijn opmars bezig was. In het honderd beelden tellende boek verheerlijkt hij de idylle van het Limburgse heuvellandschap, de oude religieuze traditie en het leven op het platteland. Vol overgave fotografeerde hij allerlei pittoreske taferelen in Zuid-Limburg, voor die onder invloed van de modernisering zouden verdwijnen.
De mijnindustrie komt slechts drie keer in beeld, zij het op een merkwaardige manier. Twee gelijkaardige foto's tonen een kasteel (kasteel Hoensbroek en de ruïne van Kasteel Schaesberg) met op de achtergrond, in de verte, enkele rokende schoorstenen. 'Romantiek en industrie' luidt het onderschrift bij de foto van kasteel Hoensbroek. De schoorstenen staan klein maar statig naast het oude monument, verscholen tussen het groen. Leufkens lijkt hier enigszins te berusten in de veranderingen, aangezien hij toont hoe 'romantiek en industrie' in Limburg naast elkaar bestaan. Deze manier van weergeven kan in die zin beschouwd worden als een poging om beide een plaats te geven. Groeten uit de MijnstreekHub. Leufkens, Kasteel Hoensbroek met Staatsmijn Emma. Foto Limburgs Museum
Leufkens zocht naar een eigen invalshoek om het samengaan van romantiek en industrie in Limburg te laten zien, zonder zich al te veel aan te trekken van oude of nieuwe tendensen in de fotografie. Zijn picturale werkwijze stond op gespannen voet met de vernieuwende tendens in de fotografie vanaf de jaren 1920. De Nieuwe Fotografie gooide alle esthetische conventies overboord en streefde ernaar het onderwerp zo karakteristiek mogelijk en zonder subjectieve toevoegingen en emoties weer te geven. In Leufkens' beeldvorming zijn zowel picturale elementen terug te vinden als experimenten die eerder aan Nieuwe Fotografie doen denken. Leufkens zocht naar een manier om het nieuwe Limburg in beeld te brengen zonder zijn liefde voor het arcadische Limburg te verdoezelen. Moderne thema's en extreme camerastandpunten combineerde hij met een picturale beeldvorming van de streek. Aan de hand van zijn stijl en beeldvorming promootte hij in feite de harmonie tussen romantiek en industrie en leverde misschien onbewust een bijdrage aan het aanvaardbaar maken van de drastische veranderingen.

Fotocollectie Hub. Leufkens

Drs. Leentje Mostert (1978) studeerde Cultuurwetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Momenteel is Leentje Mostert als conservator cultuurgeschiedenis verbonden aan het Limburgs Museum in Venlo.

Dit artikel verscheen eerder in: Jaarboek van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg. Deel LIII, 2008 p. 179 ev. en wordt gepubliceerd met vriendelijke medewerking van de auteur en het SHCL.

Bronnen:
Leentje Mostert, Hub. Leufkens, - Een ondernemend kunstenaar. Fotograaf en filmer van Limburg en Java. Zwolle 2006
Leentje Mostert, Hub. Leufkens leert ons opnieuw 'zien'. In: Land van Herle 4, 2006 p. 136 ev

H. Leufkens, Honderd Fotografische Visies op Zuid-Limburg. Maastricht z.j. (1932-33)
H. Leufkens, Mijndorp Terwinselen. Heerlen 1938
B. Bekman, Het tweede bedrijf. Heerlen 1946

Mijndorp Terwinselen in een diashow op de website van Terwinselen: http://www.terwinselen.eu/TerwinselenAlgemeen/MijnDorp/

Logo Limburgs Museum

  • Artikel
  • 1 november 2012
  • door Leentje Mostert

0 reactie(s)


Reacties

Uw reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
CAPTCHA
Deze vraag wordt gebruikt om te controleren of u een menselijke bezoeker bent om zo spam te voorkomen.

Bekijk ook...

Tussen Koel en Kunst geslaagd

Tussen Koel en Kunst geslaagd

  • nieuws
  • 23 november 2017